Beoordeling door klanten: 8,6/10 - 164 beoordelingen

Wettelijke normering buitengerechtelijke incassokosten per 1 juli 2012

Per 1 juli 2012 is het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten

in werking getreden. In dit besluit zijn regels gesteld ter normering van de buitengerechtelijke incassokosten. De buitengerechtelijke incassokosten worden voortaan berekend volgens een wettelijke staffel en zijn aan een maximum gebonden. Het besluit geldt alleen voor vorderingen die op of na 1 juli 2012 opeisbaar zijn geworden.

Wanneer de schuldenaar een consument is, zijn partijen gebonden aan de wettelijke normering en mag er niet ten nadele van de schuldenaar worden afgeweken. Is de schuldenaar geen consument, maar een bedrijf, dan kan bij overeenkomst van de wettelijke normering worden afgeweken. Zijn er over de incassokosten geen afspraken gemaakt, dan is de wettelijke normering ook op bedrijven van toepassing.

De wettelijke normering is van toepassing op een uit overeenkomst voortvloeiende verbintenis tot betaling van een geldsom. Verbintenissen tot vergoeding van schade vallen dus buiten de wettelijke normering. Dit is alleen anders indien partijen het over de omvang van de schadevergoeding eens zijn en die in een overeenkomst hebben vastgelegd.

Staffel buitengerechtelijke incassokosten:

Hoofdsom tot en met Toepasselijk percentage Maximum
€ 2.500 15 % over de hoofdsom € 375 (min € 40)
€ 5.000 € 375 + 10 % over (hoofdsom minus € 2.500) € 625
€ 10.000 € 625 + 5 % over (hoofdsom minus € 5.000) € 875
€ 100.000 € 875 + 1 % over (hoofdsom minus € 10.000) € 2.775
Boven de € 100.000 € 2.775 + 0,5 % over (hoofdsom minus € 100.000) € 6.775

Aanmanen verplicht!

Als de schuldeiser een consument is, heeft een schuldeiser recht op een vergoeding van de incassokosten indien hij de consument heeft aangemaand en betaling vervolgens is uitgebleven. De wetgever heeft een wettelijke termijn gesteld van veertien dagen, aanvangende de dag na aanmaning. De schuldenaar heeft dan de mogelijkheid om de vordering binnen deze termijn te voldoen zonder dat de incassokosten verschuldigd zijn.  De aanmaning heeft mede tot doel dat wordt voorkomen dat een schuldenaar wordt verrast door de incassokosten. Indien een schuldenaar voor meer dan één vordering door een schuldeiser kan worden aangemaand, dan dient dit in één aanmaning te geschieden.

Indien de schuldeiser een derde inschakelt om de vordering voor hem te innen, kan deze derde voor zijn diensten btw bij de schuldeiser in rekening brengen. Indien de schuldeiser deze btw niet kan verrekenen, dan, worden de  buitengerechtelijke incassokosten met de btw verhoogd. De schuldeiser dient dan wel aan de schuldenaar te kennen te geven dat hij de btw niet kan verrekenen en dat de incassokosten met het btw-percentage zijn verhoogd. Wanneer de schuldenaar een consument is, dient de schuldeiser deze verklaringen op te nemen in de verplichte aanmaning. Pas als er is aangemaand en de aanmaning aan voornoemde vereisten voldoet, heeft de schuldeiser recht op een vergoeding van de incassokosten! Met betrekking tot vordering op bedrijven is niet wettelijk voorgeschreven dat een aanmaning moet worden verstuurd.

De wettelijke normering van de buitengerechtelijke incassokosten biedt rechtszekerheid over de hoogte van de vergoeding voor incassokosten en voorkomt conflicten daarover. Zowel de schuldeiser als de schuldenaar kan zelf eenvoudig de maximale vergoeding vaststellen op basis van de wettelijke regeling.

M.A.J. Emonds

Jurist

Bron: Nota van toelichting maart 2012

MEER INFORMATIE ONTVANGEN?

Vul het formulier in voor meer informatie



Sluiten