Beoordeling door klanten: 8,6/10 - 164 beoordelingen

Onderhuur en huurderbescherming

Bij onderhuur ontstaat er een verhouding tussen de huurder en de onderhuurder. De verhuurder staat hier in beginsel los van. De hoofdregel is dat de huurder bevoegd is het gehuurde geheel of gedeeltelijk aan te onderhuren c.q. aan een ander in gebruik te geven, tenzij hij moest aannemen dat de verhuurder hiertegen redelijke bezwaren heeft (art.7:221 BW). Hierbij wordt vooropgesteld dat de verhuurder er meestal geen belang bij heeft dat de huurder het gehuurde zelf gebruikt. Gelet op het feit dat het hier regelend recht betreft, wordt aangeraden om onderhuur in de huurovereenkomst contractueel uit te sluiten, tenzij de verhuurder hier daadwerkelijk geen bezwaren tegen heeft.

Bel met uw vraag vrijblijvend met één van onze ervaren advocaten op nummer 073 – 615 43 11 of stel uw vraag via het webformulier aan de rechterzijde van deze pagina.

Op het moment dat onderhuur contractueel is uitgesloten en er toch over wordt gegaan tot onderhuur, wordt er ook wel gesproken van onbevoegde onderhuur. Dit heeft als gevolg dat de onderhuurovereenkomst het lot van de hoofdhuurovereenkomst volgt. Dit houdt in dat wanneer de huurovereenkomst wordt ontbonden of wordt opgezegd, ook de onderhuurovereenkomst zal eindigen. In geval van onbevoegd onderhuur zal de verhuurder onmiddellijk de ontruiming van het gehuurde kunnen vorderen. Er zijn echter uitzonderingen denkbaar. Dit is met name het geval wanneer er sprake is van bevoegd onderhuur. Bij bevoegd onderhuur heeft verhuurder geen redelijke bezwaren, dan wel is onderhuur niet contractueel uitgesloten. In dat geval is het mogelijk dat de belangen van de onderhuurder beschermd worden. De verhuurder dient de onderhuurovereenkomst dan voort te zetten.

Met betrekking tot de onderhuur van zelfstandige woonruimte, wordt de onderhuurovereenkomst sowieso voortgezet (ex. artikel 7:269 lid 1 BW). Hierbij is het niet van belang of er sprake is van bevoegde of onbevoegde onderhuur. Om de verhuurder toch enigszins tegemoet te komen is vastgelegd dat de verhuurder binnen zes maanden de beëindiging van de huurovereenkomst kan vorderen op vier mogelijke gronden:

  1. Onvoldoende financiële waarborg;
  2. Onderhuur is aangegaan met de kennelijke strekking om de onderhuurder de positie van huurder te verschaffen;
  3. Redelijkheid en billijkheid brengen met zich mee dat huur niet kan worden voortgezet;
  4. Huurder kan geen huisvestingsvergunning overleggen.

Zowel de huurder als de verhuurder dienen derhalve voorzichtig te zijn met betrekking tot onderhuur. In het geval van bevoegde onderhuur geniet de huurder namelijk huurdersbescherming, terwijl hij deze huurdersbescherming niet heeft bij onbevoegde onderhuur. Bij de onderhuur van zelfstandige woonruimte geniet de huurder altijd huurdersbescherming.

 

 

M.L.A. van Hurne

jurist

 

MEER INFORMATIE ONTVANGEN?

Vul het formulier in voor meer informatie



Sluiten