Beoordeling door klanten: 8,6/10 - 164 beoordelingen

Voormalig werknemer moet inloggegevens Facebook overdragen aan werkgever

Wat kun je als bedrijf of instelling doen als een medewerker na beëindiging van het dienstverband weigert om inloggegevens van social media kanalen over te dragen? Het aanspannen van een kort geding bij de rechter kan in zo’n geval uitkomst bieden.

De kortgedingrechter van de Rechtbank Gelderland oordeelde onlangs dat een voormalig medewerkster van een dierenopvangtehuis het beheer van de Facebook-pagina moet overdragen aan haar voormalige werkgever.

Facebook-pagina aangemaakt

In deze zaak was de vrouw tijdens haar dienstverband beheerder van een Facebook-pagina met de naam van het dierenopvangtehuis. Zij had deze pagina via haar eigen Facebook-account aangemaakt. Nadat de vrouw haar arbeidsovereenkomst had opgezegd, vroeg het bestuur van het dierenopvangtehuis de vrouw om de inloggegevens van de pagina over te dragen. Omdat zij dit weigerde besloot de instelling om een kort geding aan te spannen.

In opdracht

Het dierenopvangtehuis is van mening dat de vrouw in opdracht van het dierenopvangtehuis de Facebook-pagina heeft aangemaakt en dat zij de berichten namens het dierenopvangtehuis op deze pagina heeft geplaatst. Volgens de vrouw heeft zij de pagina echter op eigen initiatief aangemaakt en in haar eigen tijd gevuld en beheerd.

Rechthebbende

De kortgedingrechter oordeelt dat het dierenopvangtehuis rechthebbende is ten aanzien van het beheer van de Facebookpagina. De rechter geeft aan dat de vrouw deze Facebookpagina weliswaar zelf heeft aangemaakt, maar dat ze dit deed voor haar werkgever. Bovendien draagt de Facebookpagina de naam van het dierenopvangtehuis en blijkt uit verschillende berichten op de pagina dat alle inhoud daarvan betrekking heeft op dierenaangelegenheden.

Inloggegevens verstrekken

De vrouw moet daarom het beheer van de Facebook-pagina binnen twee dagen aan het dierenopvangtehuis overdragen en de inloggegevens daarvan aan Dierenopvangtehuis verstrekken. Als de ze dat niet doet, moet ze een dwangsom betalen van 1.000 euro per dag.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Vaststellingsovereenkomst tekenen? Niet zonder beoordeling van een jurist!

Wanneer een werkgever afscheid wil nemen van een werknemer wordt hiervoor vaak een vaststellingsovereenkomst opgesteld. Dit is een contract waarin afspraken worden gemaakt over het einde van het dienstverband. Zowel voor werkgevers als werknemers is het daarom prettig als de inhoud van een vaststellingsovereenkomst zorgvuldig wordt beoordeeld door een gespecialiseerde jurist. De arbeidsspecialisten van RechtNet Advocaten helpen hierbij graag.

Ontslag zonder gerechtelijke procedure
De vaststellingsovereenkomst wordt onder meer vaak gebruikt als een werkgever van een medewerker af wil zonder hiervoor eerst een gerechtelijke procedure te moeten opstarten. Maar het kan ook zijn dat een werknemer zelf weg wil bij een bedrijf en wel het recht op een WW-uitkering wil behouden.

Afspraken tussen werkgever en werknemer
In de vaststellingsovereenkomst worden allerlei afspraken gemaakt tussen de werkgever en werknemer. Deze afspraken gaan bijvoorbeeld over de hoogte van een transitievergoeding, het omgaan met verlofdagen en de mogelijkheid om een WW-uitkering aan te vragen. De vaststellingsovereenkomst moet zowel door de werkgever als de werknemer worden getekend. Indien de gemaakte afspraken niet goed blijken te zijn en de overeenkomst toch wordt ondertekend, dan kan dit bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat een aanvraag voor een WW-uitkering bij het UWV wordt geweigerd.

Toetsen of geen zaken worden vergeten
Daarom is het verstandig om altijd eerst een arbeidsspecialist van RechtNet Advocaten naar de vaststellingsovereenkomst te laten kijken. Wij toetsen bijvoorbeeld of het recht op het aanvragen van een WW-uitkering van kracht blijft, maar ook hoe er met de resterende verlofuren wordt omgegaan en of er geen zaken worden vergeten in de overeenkomst.

Onderhandelingen voor optimaal resultaat
Verder bieden wij werknemers aan om na beoordeling van de vaststellingsovereenkomst namens hen de onderhandelingen te voeren met werkgevers voor een meer gunstige overeenkomst. Op die manier nemen wij hen alle zorgen over de vaststellingsovereenkomst uit handen en proberen wij voor hen een zo optimaal mogelijk resultaat te behalen.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Cameratoezicht in het toilet gaat te ver

Inbreuk op de privacy

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) stelt dat cameratoezicht in of rond een winkel, horecagelegenheid of sportclub kan helpen om eigendommen, bezoekers en personeel te beschermen. Maar tegelijkertijd geeft de AP aan dat de inbreuk op de privacy van klanten en werknemers groot is. Daarom mogen ondernemers en instellingen alleen camera’s ophangen als zij aan een aantal voorwaarden voldoen. Ook moeten zij ervoor zorgen dat de inbreuk op de privacy van de klanten en het personeel zo klein mogelijk is.

Bloot in beeld

Een camera in een pashokje, kleedkamer of toilet gaat volgens de AP te ver, omdat mensen dan bloot in beeld kunnen komen. Dit vormt een grote inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. Het inzetten van het cameratoezicht moet noodzakelijk zijn voor de doelen die de opdrachtgever wil bereiken. Daaronder vallen de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit: De opdrachtgever moet altijd nagaan of het inzetten van cameratoezicht het geschikte middel is om het doel te bereiken. Staat het inzetten van cameratoezicht in verhouding tot het doel dat hij wil bereiken? Of kan dit doel ook worden bereikt met een minder ingrijpend middel?

Verplicht informeren over cameratoezicht

Heimelijk cameratoezicht (een verborgen camera) is in beginsel niet toegestaan en zelfs strafbaar, heel specifieke uitzonderingen daargelaten. Bijvoorbeeld wanneer er een concrete verdenking is van diefstal en het ondanks allerlei inspanningen nog niet is gelukt hier een einde aan te maken. Bij cameratoezicht zijn partijen altijd verplicht om eerst een DPIA uit te voeren. Dit is een uitgebreide risicobeoordeling van de privacy-effecten van het cameratoezicht voor betrokkenen. Daarnaast is het verplicht om betrokkenen te informeren over de inzet van cameratoezicht. Er kunnen bijvoorbeeld bordjes worden opgehangen waarop wordt aangegeven dat er camera’s hangen.

Richtlijn voor bewaren camerabeelden

Camerabeelden mogen bovendien niet langer worden bewaard dan noodzakelijk voor de te bereiken doeleinden. Bij het bewaren van camerabeelden neemt de AP als richtlijn dat dit niet langer dan vier weken is. Maar als een incident wordt vastgelegd, mogen de beelden bewaard worden totdat dit incident is afgehandeld.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Hoger salaris gemachtigde bij de kantonrechter

Het salaris gemachtigde bij de kantonrechter is per 1 januari 2019 hoger geworden. Met ingang van deze datum heeft voor het eerst in 14 jaar een indexatie plaatsgevonden van 20,1 procent, waardoor de kosten bij gerechtelijke procedures bij de kantonrechter voortaan ruimer worden vergoed dan voorheen.

In mei 2018 zijn de liquidatietarieven bij rechtbanken en gerechtshoven reeds geïndexeerd. Dit was in eerste instantie vooral voordelig voor procespartijen die een advocaat hadden ingeschakeld. Want de indexatie gold uitsluitend voor de advocaatkosten en niet voor de kosten voor rechtsbijstand van de procespartij die de rechtszaak heeft gewonnen.

Verliezer betaalt proceskosten

De hoofdregel is nu geworden dat de partij die in de gerechtelijke procedure in het ongelijk wordt gesteld, wordt veroordeeld in de proceskosten. De verliezer betaalt dus de proceskosten. Ook het griffierecht dient volledig te worden betaald door de partij die in het ongelijk is gesteld door de rechtbank. Hiermee is de ongelijkheid in zaken, waarin procespartijen met of zonder advocaat procederen, nu rechtgetrokken.

Griffierechten en deurwaarderskosten geïndexeerd

Overige tarieven zijn niet gewijzigd per 1 januari 2019. De griffierechten en deurwaarderskosten zijn zoals gebruikelijk jaarlijks geïndexeerd binnen de gebruikelijke marges. Het griffierecht voor de meeste belastingzaken in eerste aanleg voor natuurlijke personen gaat van 46 naar 47 euro. Voor een aantal specifieke belastingzaken – onder andere dividendbelasting, omzetbelasting en BPM – stijgt het tarief voor natuurlijke personen van 170 naar 174 euro. Voor rechtspersonen geldt in alle belastingzaken dat het tarief stijgt van 338 naar 345 euro. In hoger beroep en cassatie stijgt in de meeste belastingzaken het griffierecht voor natuurlijke personen van 126 naar 128 euro. In de specifieke belastingzaken stijgt het tarief voor natuurlijke personen van 253 naar 259 euro. Voor rechtspersonen geldt in alle belastingzaken dat het tarief stijgt van 508 naar 519 euro.

Ook de bedragen van de dwangsom bij niet tijdig beslissen, de vergoeding voor aanmaning en enkele bedragen uit het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn geïndexeerd.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Welke gevolgen heeft de invoering van de AVG voor uw bedrijf?

De invoering van de nieuwe Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) brengt voor bedrijven en organisaties behoorlijke wijzigingen met zich mee. Voor bedrijven die op 25 mei nog niet voldoen aan de nieuwe wetgeving, kan dit flinke nadelige gevolgen hebben. Bedrijven en overheden werken vaak met grote hoeveelheden data die te herleiden zijn tot personen, zoals medische gegevens, financiële gegevens en gegevens over zoekgedrag op internet. Tegelijkertijd vinden we met elkaar dat iedereen in vrijheid moet kunnen leven. De AVG geeft burgers daarom meer rechten en organisaties meer plichten om zorgvuldig met persoonsgegevens om te gaan.

Wat houdt de AVG in?

De AVG vervangt de huidige Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en geldt voor alle bedrijven en organisaties. Onder de AVG moet expliciete toestemming zijn gegeven voor het verzamelen van persoonsgegevens. Dit zijn niet alleen NAW-gegevens, telefoonnummers, e-mailadressen, geboortedatum, maar ook GPS locatiegegevens en device-ID van een telefoon.

De belangrijkste vernieuwingen rondom de AVG zijn in vijf pijlers op te delen:
* Transparantie
Bedrijven moeten betrokkenen informeren over hoe de persoonsgegevens worden verzameld en verwerkt. Daarnaast moet dit op een begrijpelijke manier worden gecommuniceerd.
* Verantwoording
Bedrijven en organisaties zijn zelf verantwoordelijk om aan te kunnen tonen dat zij zich aan de wet houden. Bovendien hebben ze een documentatieplicht, een bewijsplicht en de verantwoordelijkheid om privacyrisico’s terug te dringen met betrekking tot persoonsgegevens.
* Consumentenrechten
Bedrijven moeten persoonsgegevens wissen als de persoon hierom vraagt. Dit dient per direct te gebeuren, doch uiterlijk binnen een maand. Dit geldt tevens voor data die inmiddels is gedeeld met derde partijen.
* Meldplicht rond datalekken
Bedrijven zijn verplicht om binnen 72 uur een datalek te melden, tenzij kan worden aangetoond dat het lek geen gevaar is voor de personen waarover de gegevens zijn verzameld.
* Privacy by design en privacy by default
Privacy by design betekent dat bij de ontwikkeling van nieuwe producten of diensten zorgvuldig met persoonsgegevens om wordt gegaan. Privacy by default betekent dat maatregelen worden genomen om standaard alleen de noodzakelijke gegevens te verzamelen voor het doel waarvoor ze worden verzameld.

Voldoet uw bedrijf aan de AVG?

De AVG is door de EU samengevat in een flink aantal regels. Maar niet iedereen is juridisch geschoold. Daardoor is het soms lastig om alle regels te begrijpen. Er wordt daarom een beroep gedaan op het gezonde verstand van de verantwoordelijke personen binnen bedrijven. Eén van de zaken die vrijwel altijd noodzakelijk is, is bijvoorbeeld om een verwerkingsregister op te stellen waarin iedere verwerking van persoonsgegevens moet zijn gedocumenteerd. Als u op één van onderstaande vragen “nee”of “weet niet” moet antwoorden, voldoet u hoogst waarschijnlijk niet aan de AVG:

  • Heeft u een privacymelding op uw website staan die op elke pagina eenvoudig toegankelijk is?
  • Klopt deze privacymelding met de werkelijkheid en is deze juridisch en operationeel getoetst?
  • Heeft u een cookiemelding op uw website die voldoet aan de AVG?
  • Heeft u in duidelijke taal beschreven welke cookies u verzamelt?
  • Kunnen uw websitebezoekers kiezen welke cookies zij wel en niet toestaan?
  • Heeft u een (als u een groot bedrijf bent of met veel persoonlijke data) functionaris gegevensbescherming?
  • Als u nieuwsbrieven verstuurt, heeft u daarvoor toestemming en kunt u dat achteraf bewijzen?
  • Is er een privacy beleid binnen uw organisatie opgesteld en wordt dat actief onderhouden?
  • Zijn uw medewerkers voorgelicht over de inhoud van de AVG en weten zij wat zij voortaan wel en niet meer mogen doen?
  • Heeft u in kaart gebracht welke leveranciers mogelijk in aanraking komen met persoonsgegevens die door u worden verwerkt en heeft u daarmee gegevensbewerkingsovereenkomsten en afspraken gemaakt?
  • Heeft u een procedure opgesteld indien er een datalek plaatsvindt?
  • Maakt u gebruik van Google Analytics en heeft u
  • Kunnen personen verzoeken om hun gegevens door uw bedrijf te laten verwijderen en kunt u daaraan voldoen?
  • Heeft u een verwerkingsregister waarin staat waar en door wie welke persoonsgegevens worden bijgehouden?
  • Voldoen uw voorwaarden aan de AVG?
  • Heeft u procedures gezekerd waarmee u kunt garanderen dat persoonsgegevens die u verwerkt ook na de toegezegde tijd weer worden verwijderd?
  • Vraagt u bij alle activiteiten altijd alleen maar die gegevens die echt noodzakelijk zijn?
  • Heeft u persoonsgegevens wel voldoende afgeschermd voor andere medewerkers die geen directe betrokkenheid hebben met de betrokkene?

Wat zijn de gevolgen van de AVG voor uw bedrijf

Toezichthouders kunnen bovendien hoge boetes opleggen bij overtredingen van de AVG, zowel aan de verwerkingsverantwoordelijke als de verwerker. Voor grote bedrijven kunnen deze zelfs oplopen tot maximaal 20.000.000 euro, of 4% van de wereldwijde omzet. Wilt u de gevolgen van de invoering van de AVG voor uw bedrijf in kaart brengen? Neem dan contact op met Rechtnet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Cryptovaluta: is dit geld of een goed?

Cryptovaluta

De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft in een recente uitspraak in een kort geding bevestigd dat cryptovaluta (bv. Bitcoin of Ethereum) aangemerkt moet worden als een ‘goed’ en niet als ‘geld’.[1] Daarmee volgt de rechter het arrest van het Europese Hof van Justitie.[2] Een belangrijk gevolg van deze definitie is dat op de levering van Bitcoins (en andere cryptovaluta) een dwangsom kan worden gelegd.

 

De samenwerking

In deze kwestie heeft de eisende partij een onderneming, die cryptovaluta aanbiedt aan haar klanten. In dit geval betreft het Ethereum. De tegenpartij beheert op haar beurt een groot datacentrum. In dit datacentrum bevinden zich zowel haar eigen computers, als ook van haar klanten.

Eiser heeft op een zeker moment twintig computers van de tegenpartij gekocht. Deze computers waren speciaal geschikt voor het minen van Ethereum. De computers van eiser zijn in het datacentrum van de tegenpartij geplaatst. Dit datacentrum is zo ingericht, dat de computers op vol vermogen kunnen minen. Partijen zijn hierbij overeengekomen, dat de tegenpartij het binnengehaalde Ethereum zou overmaken aan de eiser, onder aftrek van een commissie van 10%.

Op een gegeven moment is er discussie ontstaan over de hoeveelheid Ethereum, die gemined is. De eiser stelt zich op het standpunt dat hij nog een grote hoeveelheid Ethereum dient te krijgen. De tegenpartij stelt daar tegenover dat er al te veel Ethereum is overgemaakt en dat zij vergeten is om de commissie van 10% in te houden. De standpunten van partijen staan zodoende haaks op elkaar.

De discussie is uiteindelijk zo ver opgelopen dat de tegenpartij de computers van eiser heeft afgesloten van het netwerk. In dit kort geding heeft de eiser daarom afgifte van de Ethereum en van de computers gevorderd. Op straffe van een dwangsom. De tegenpartij vordert op haar beurt teruggave of vergoeding van het te veel geleverde Ethereum.

 

Meten is weten

De Voorzieningenrechter legt de bewijslast van de hoeveelheid Ethereum bij de tegenpartij neer. Als professioneel bedrijf moet zij kunnen aantonen, hoeveel Ethereum er is gemined en hoeveel er is geleverd aan de eiser.

De tegenpartij voert aan dat door haar niet exact is bijgehouden hoeveel Ethereum de computers van eiser hebben gemined. Dit is volgens de tegenpartij niet eenvoudig te controleren, omdat ook haar eigen computers en de computers van andere klanten in het datacentrum stonden. Hiervoor zou een deskundige moeten worden ingeschakeld. De Voorzieningenrechter is van mening dat dit bewijsprobleem voor rekening en risico van de tegenpartij moet komen. Zij had moeten zorgen voor een nauwkeurig meetbaar resultaat.

Aangezien de tegenpartij onvoldoende bewijs heeft, kan haar verweer in dit kort geding niet slagen. Daarnaast staat het onomstotelijk vast dat de tegenpartij nog twintig computers van de eiser in haar datacentrum heeft staan. De Voorzieningenrechter zal de vorderingen van de eiser daarom toewijzen.

 

Cryptovaluta: Geld of goed?

Vervolgens komt de Voorzieningenrechter toe aan een belangrijke afweging. Een dwangsom kan niet worden opgelegd, indien iemand wordt veroordeeld tot betaling van een geldsom (art. 611a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Daarom moet worden beoordeeld of Ethereum aangemerkt moet worden als geld.

De Voorzieningenrechter sluit aan bij het oordeel van het Europese Hof van Justitie. Het Hof heeft geoordeeld, dat Bitcoin in fiscale zin niet aangemerkt wordt als geld. Bitcoin kan namelijk (nog) niet gebruikt worden als betaalmiddel in het reguliere betalingsverkeer en wordt door verkopers ook (nog) niet als zodanig geaccepteerd. Hetzelfde geldt voor Ethereum. Dit betekent dat ook Ethereum aangemerkt moet worden als een ‘goed’. Aan het overmaken van Ethereum kan daarom een dwangsom worden verbonden door de rechter!

 

RechtNet Advocaten

Doet u ook zaken in Bitcoins of andere cryptovaluta? Houd u dan goed rekening met de digitale problematiek, die hierbij komt kijken. Zorg er bijvoorbeeld voor dat u de beschikking hebt over een meetsysteem (indien mogelijk), dat exact bijhoudt hoeveel uw computers minen. Ook heldere afspraken maken over de verdeling van de opbrengst, is een goed alternatief. Hierbij kunt u denken aan een verdeling naar rato van het bijgedragen vermogen.

Daarnaast dient u er rekening mee te houden dat cryptovaluta in juridische zin nog niet aangemerkt wordt als geld, zodat op de levering hiervan een dwangsom kan worden opgelegd. Dit heeft als gevolg dat u verplicht kunt worden om cryptovaluta te leveren met daar bovenop een geld bedrag. Als u niet meewerkt, dan kunt u in principe tweemaal financieel worden gestraft.

Heeft u juridische vragen over cryptovaluta en de mogelijke vorderingen die u hierbij kunt instellen? Neem dan vrijblijvend contact op met RechtNet Advocaten. RechtNet Advocaten kan u adviseren, zodat u – juridisch gezien – op dit relatief nieuwe werkgebied ook op correcte wijze handelt.

 

U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073 – 615 43 11 of via de e-mail: info@rechtnet.nl

 

mr. M.L.A. (Martijn) van Hurne

 

[1] – Vzr. rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, 7 december 2017, ECLI:NLRBME:2017:6646
[2] – HvJ EU 22 oktober 2015, C-264/14 (Hedqvist)

Mijn debiteur stopt met zijn bedrijf, wat nu?

debiteur stopt

Wat te doen bij een liquidatie?

Stel dat je als ondernemer nog geld tegoed hebt van een bedrijf, maar de debiteur stopt zijn zaak. Wat kun je dan nog doen als schuldeiser? RechtNet Advocaten helpt u hier graag verder mee.

Alsnog invorderen als debiteur stopt!

In de praktijk zijn er meerdere mogelijkheden om een vordering op een opgeheven BV alsnog te verhalen. Allereerst betekent bedrijfsbeëindiging door een debiteur niet dat de vorderingen op deze partij automatisch komen te vervallen.
Als een eigenaar van een BV na de bedrijfsbeëindiging niets doet en zijn schulden niet betaald, dan heeft een schuldeiser nog drie opties:
– Een verzoek tot heropening van de vereffening indienen bij de rechtbank. Indien de rechtbank dit verzoek toewijst dan ‘herleeft’ de BV en wordt een vereffenaar benoemd die de verdeling van de baten moet afwikkelen. Wanneer er onvoldoende baten aanwezig zijn om de schuld te voldoen, dan zal de vereffenaar alsnog het faillissement van de BV moeten aanvragen.
– Het faillissement van de klant aanvragen zonder dat om heropening van de vereffening wordt verzocht. Indien niet te verwachten is dat de (ontbonden) BV baten heeft en de openstaande schuld niet wordt betaald, dan is het raadzaam om het faillissement van de klant aan te vragen.
– Indien een oud-bestuurder zijn BV heeft ontbonden zonder te vereffenen, terwijl er baten aanwezig waren en een partij nog een vordering op de BV had, dan kan de oud-bestuurder (persoonlijk) aansprakelijk worden gesteld op grond van onrechtmatige daad. De schuldeiser moet dan kunnen aantonen dat het ten onrechte niet-vereffenen van de BV tot schade heeft geleid en dat de oud-bestuurder daarvoor aansprakelijk is.

Beëindiging rechtspersoon

De beëindiging van een rechtspersoon gebeurt in de praktijk meestal door een ontbindingsbesluit, gevolgd door de vereffening. Na dit besluit is de rechtspersoon ‘in liquidatie’. De statutair bestuurders moeten de bezittingen van de rechtspersoon verkopen en met de opbrengst de schuldeisers compenseren. Wanneer er meer schulden dan baten zijn, dan is de vereffenaar verplicht om aangifte tot faillietverklaring te doen. Doet hij dit niet dan loopt hij de kans aansprakelijk te worden gesteld.

Schuldeisersakkoord

Het faillissement kan alleen achterwege blijven wanneer overeenstemming met de schuldeisers wordt bereikt. Zo’n ‘schuldeisersakkoord’ komt in de praktijk vaak voor. Schuldeisers krijgen dan een percentage van de vordering, in ruil voor kwijting van het restant. Voor de meeste crediteuren is dit het maximaal haalbare, omdat hun vooruitzichten bij faillissement slecht zijn.

Debiteur stopt, bel ons?

Krijgt u te maken met een wanbetaler? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten. Wij hanteren voor elke openstaande vordering een eigen aanpak. Daarbij wordt op professionele wijze rekening gehouden met de relatie tussen u en uw klant. Deze maatwerk aanpak, in combinatie met de grote deskundigheid en ervaring van ons incassokantoor, zorgt voor het beste resultaat met oog voor uw relatie met de wanbetaler.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

Verzet instellen of hoger beroep?

verzet instellen

Als verstek geen verstek blijkt te zijn

Het kiezen van het juiste rechtsmiddel is een van de belangrijkste taken van een advocaat. De verkeerde keus heeft namelijk desastreuze gevolgen. Doorgaans is de keus eenvoudig. Is er sprake van een verstekvonnis, dan ga je verzet instellen. Is er sprake van een vonnis op tegenspraak? Dan ga je in hoger beroep. Maar wat gebeurt er wanneer de rechter een fout maakt en in het vonnis ten onrechte vermeldt dat er sprake is van verstek? Dan dien je als advocaat goed op te letten. In een recente zaak bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch blijkt nogmaals hoe belangrijk dit is.

Casus

Wat speelde er in de zaak? Een kredietverstrekker vordert van een man en zijn ex-partner betaling van een geleend bedrag, te vermeerderen met 10% rente en de proceskosten. Alles bij elkaar een vordering van meer dan € 30.000,00. Dit gebeurt per dagvaarding van 26 april 2013.

Anderhalve maand voor de eerste rolzitting stuurt de man een brief aan de rechtbank. Hierin geeft hij aan dat hij de handtekening van zijn (ex-)vrouw vervalst heeft. Zij heeft geen weet van de leningsovereenkomst. Hij verklaart dat hij geen geld meer heeft vanwege gokschulden. Verder verblijft hij in het buitenland, zodoende zal hij niet naar Nederland komen.

De vrouw verschijnt niet in de procedure. In het eindvonnis wijst de rechter de vordering van de kredietverstrekker toe. Het vonnis vermeldt dat de man is verschenen in de procedure, maar dat aan de vrouw verstek is verleend. Dit laatste is zeer belangrijk.

Verzet instellen

De vrouw gaat in verzet tegen het vonnis. De rechter oordeelt dat het rechtsmiddel terecht is ingesteld, zodat de vrouw ontvankelijk is in haar verzet. De vrouw voert verweer en de vordering van de kredietverstrekker wordt alsnog afgewezen. De vrouw hoeft niets te betalen.

Hoger beroep

De kredietverstrekker gaat in hoger beroep tegen dit vonnis. De kredietverstrekker wijst erop dat de vrouw niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Zij had in hoger beroep en geen verzet moeten instellen en heeft daarmee het verkeerde rechtsmiddel gekozen, aldus de kredietverstrekker.

Het gerechtshof geeft de kredietverstrekker gelijk. De man was door middel van zijn brief verschenen in de procedure. Aangezien er één partij is verschenen, wordt de gehele procedure beschouwd als een procedure op tegenspraak. De vrouw had in hoger beroep moeten gaan en niet in verzet. Dat het vonnis van de eerste procedure vermeldde dat er sprake was van verstek, was onjuist. Dit komt echter voor risico van de vrouw.

Niet ontvankelijk

Het vonnis in de door de vrouw gewonnen procedure wordt vernietigd. Zij is alsnog niet-ontvankelijk. Het eerste vonnis, waarin zij is veroordeeld tot betaling, wordt bekrachtigd en blijft dus in stand. Het gerechtshof verbetert het vonnis wel: nu wordt vermeld dat het een vonnis op tegenspraak betreft.

Conclusie

Wanneer er sprake is van meerdere gedaagden en één gedaagde verschijnt in de procedure, dan bepaalt artikel 140 RV dat de gehele procedure als één op tegenspraak wordt gezien. Dan wordt er geen verstek verleend. In dat geval moet hoger beroep worden ingesteld en heeft verzet instellen geen zin. Ook in het geval de rechter abusievelijk vermeldt dat er sprake is van verstek.

Uit het voorgaande blijkt dat de keuze van het juiste rechtsmiddel zeer belangrijk is en dat advocaten scherp moeten blijven bij het maken van een keuze. Wenst u advies of meer informatie over verstek, verzet of hoger beroep? Neem dan contact op met een van onze procesadvocaten.

Meer weten over dit onderwerp? BEL: 073 – 615 43 11 of stuur een e-mail naar info@rechtnet.nl.

MEER INFORMATIE ONTVANGEN?

Vul het formulier in voor meer informatie



Sluiten