Beoordeling door klanten: 8,6/10 - 164 beoordelingen

Houd je wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen goed bij

Vakantiedagen leiden in veel organisaties tot vragen. Voor werknemers is het belangrijk dat zij weten wat hun rechten en plichten zijn. RechtNet Advocaten helpt werknemers graag om niet opgenomen vakantiedagen alsnog geïncasseerd te krijgen.

Wettelijke en Bovenwettelijke vakantiedagen

Elke werknemer heeft jaarlijks recht op een aantal vakantiedagen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen. In de wet is vastgelegd dat een werknemer vier keer het aantal contracturen per week aan vakantie krijgt. Een medewerker die 40 uur per week werkt, heeft dus recht op 160 vakantie-uren. Dit zijn de wettelijke vakantie-uren. Daarnaast staat het werkgevers vrij om hun medewerkers extra vakantiedagen aan te bieden. Dit zijn de bovenwettelijke vakantiedagen. Hierover worden meestal duidelijke afspraken gemaakt in het arbeidscontract van de medewerker.

Wettelijke vakantiedagen alleen in vrije tijd op te nemen

Een belangrijk verschil tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen is dat wettelijke vakantiedagen alleen in vrije tijd kunnen worden opgenomen. Uitkeren in geld kan bij wettelijke vakantiedagen alleen bij beëindiging van het dienstverband. Bovenwettelijke vakantiedagen kunnen zowel in vrije tijd als in geld worden opgenomen.

Wettelijke vakantiedagen komen na zes maanden te vervallen

Belangrijk om te weten is dat werknemers ook tijdens zwangerschaps- of ziekteverlof wettelijke vakantiedagen opbouwen. Afspraken over het opbouwen van bovenwettelijke vakantiedagen zijn vastgelegd in het arbeidscontract of in de CAO. Werknemers moeten van hun werkgever ook de kans krijgen om hun wettelijke vakantiedagen op te nemen. Dat is belangrijk want wettelijke vakantiedagen komen zes maanden na afloop van het jaar waarin zij zijn opgebouwd te vervallen. Wettelijke vrije uren die in 2018 zijn opgebouwd moeten dus uiterlijk vóór 1 juli 2019 zijn opgenomen.

Verjaringstermijn van vijf jaar voor bovenwettelijke vakantiedagen

Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt een verjaringstermijn van vijf jaar. Een werknemer kan zijn bovenwettelijke vakantiedagen die hij in 2018 heeft opgebouwd dus nog tot en met 2023 opnemen. Bovenwettelijke vakantiedagen mogen wel uitbetaald worden.

Als RechtNet Advocaten raden wij medewerkers daarom aan om hun opgebouwde wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen goed bij te houden. Daardoor komen zij bij het naderen van de verjaringstermijn niet voor verrassingen te staan.

Mocht je toch vragen hebben over je opgebouwde wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen, neem dan contact op met de arbeidsspecialisten van RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Werkgever moet dossier zieke medewerker op orde hebben

Wanneer een werknemer langdurig ziek wordt, is het aan de bedrijfsarts om te oordelen of een werknemer uiteindelijk arbeidsongeschikt is, en zo ja in welke mate. Daarbij is het wel belangrijk dat de bedrijfsarts (met goedkeuring van de werknemer) het medisch dossier van de zieke medewerker opvraagt bij de huisarts en/of andere behandelaars.

Bedrijfsarts bepaalt: arbeidsongeschikt of niet?

De huisarts mag de zieke medewerker wel behandelen, maar hij mag zich niet bemoeien met arbeidsrechtelijke zaken. De bedrijfsarts mag als enige bepalen of een werknemer arbeidsongeschikt is of niet. Maar hij is geen behandelaar van de werknemer en mag zich daar ook niet mee bemoeien. Wanneer een huisarts een bepaalde medische mening heeft over een werknemer kan en mag hij dit bespreken met de betreffende bedrijfsarts.

Onderbouwing maakt dossier sterker

Bij een discussie tussen werkgever en werknemer of hij wel of niet kan komen werken, speelt het oordeel van de bedrijfsarts een belangrijke rol. De onderbouwing van zijn standpunt of de werknemer wel of niet kan werken, is daarbij essentieel. Het UWV of een kantonrechter zal vragen hoe de bedrijfsarts tot zijn oordeel is gekomen. Een standpunt van de bedrijfsarts, dat wordt onderbouwd door informatie van de behandelaar of medisch specialist, wordt als zorgvuldig gezien en maakt het dossier dus een stuk sterker.

Werkgever is eindverantwoordelijk voor re-integratie

In de dagelijkse praktijk komt het echter regelmatig voor dat bedrijfsartsen geen informatie opvragen bij andere behandelaars. Het niet tijdig opvragen van medische informatie door de bedrijfsarts kan zelfs worden gezien als onzorgvuldig handelen en brengt onnodige financiële risico’s met zich mee. Dit blijkt ook uit de Wet Poortwachter, waarin duidelijk wordt vermeld dat de bedrijfsarts na moet gaan wat de resultaten zijn van onderzoeken en behandelingen van een zieke werknemer door de curatieve sector. Doet de bedrijfsarts dit niet, dan kan dit vervelende gevolgen hebben voor de werkgever. Die is immers eindverantwoordelijk voor de re-integratie van een zieke medewerker en betaalt ook alle mogelijke boetes als er zaken niet in orde zijn in het re-integratieproces.

Vinger aan de pols

Werkgevers doen er daarom goed aan om altijd een vinger aan de pols te houden bij de bedrijfsarts en hem zo nodig te verzoeken om aanvullende informatie in te winnen bij behandelaars.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met één van onze arbeidsrechtadvocaten bij RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

MEER INFORMATIE ONTVANGEN?

Vul het formulier in voor meer informatie



Sluiten