Debiteur opgeheven, wat is er tegen te doen?

In mijn praktijk kom ik het regelmatig tegen. Mijn cliënt heeft nog een flink bedrag te vorderen van zijn klant, die handelt middels een B.V. Betaling blijft echter uit. Als cliënte stappen wil ondernemen, blijkt de B.V. van de klant niet meer te bestaan: debiteur opgeheven via een turboliquidatie. Dan volgen de logische vragen: ‘Kan dat zomaar en kan ik daar iets tegen doen?’. Het antwoord is tweemaal ja. In dit artikel zal ik kort de mogelijkheden beschrijven. Eerst leg ik kort uit wat een turboliquidatie eigenlijk is.

Turboliquidatie= debiteur opgeheven!

Een B.V. of andere rechtspersoon houdt pas op met bestaan, na ontbinding. Debiteur is dan opgeheven. Artikel 2:19 BW beschrijft op welke manieren een B.V. kan worden ontbonden. Doorgaans volgt een ontbinding na een besluit van de algemene vergadering of na een faillissement.

Bij een reguliere ontbinding houdt de B.V pas op met bestaan, na de vereffening (liquidatie) van het vermogen. Simpel gezegd moeten eerst alle schuldeisers worden voldaan, voordat de B.V. mag verdwijnen. De wet beschrijft de procedure die hiervoor gevolgd moet worden.

Die procedure komt er op neer dat er een vereffenaar wordt aangewezen die een plan van verdeling opstelt en indient. Eventuele schuldeisers kunnen dit plan inzien en indien nodig bezwaar maken. Mocht blijken dat er te weinig vermogen te verdelen is, dan moet de vereffenaar overgaan tot het aanvragen van het faillissement.

Vereffening overgeslagen

De turboliquidatie betreft een bijzondere procedure, waarbij de vereffening wordt overgeslagen en er simpelweg besloten wordt tot ontbinding. Dit is uitsluitend toegestaan wanneer er geen vermogen te verdelen is. De term turboliquidatie is daarom strikt genomen onjuist, omdat de liquidatie juist achterwege blijft. De turboliquidatie is toegestaan wanneer er nog schulden zijn. Het is slechts van belang is of er nog te verdelen vermogen bestaat. In de praktijk blijkt dat dit vereiste het meeste discussie oplevert.

Wat kan een achtergebleven schuldeiser nu doen?

Grofweg bestaan er drie juridische mogelijkheden om te pogen alsnog betaling te verkrijgen. De schuldeiser kan (a) een verzoek indienen tot heropening van de vereffening, (b) het faillissement aanvragen van de ontbonden B.V. of (c) een vordering instellen op grond van onrechtmatige daad tegen de bestuurder(s). Ieder van deze opties heeft voor- en nadelen.

Heropening vereffening

Bij de eerste mogelijkheid wordt een verzoek ingediend bij de rechtbank om de vereffening van de B.V. te heropenen. Vaak zal de rechtbank een vereffenaar aanwijzen. De vereffenaar gaat voorts over tot het alsnog verdelen van eventueel vermogen.

De eisen voor een dergelijk verzoek zijn niet streng. Er moet sprake zijn van ‘een opgekomen schuldeiser’ of van ‘het blijken van een bate’. Strikt genomen hoeft de verzoeker niet aan te tonen dat er nog iets te verdelen valt. Indien echter het tegendeel blijkt, dan kan het verzoek worden afgewezen.

Aanvragen faillissement

De mogelijkheid bestaat ook om direct het faillissement aan te vragen van de ontbonden B.V. Bij een faillissement zal de curator onderzoeken of er vermogen te verdelen is. De curator zal ook onderzoeken of er sprake is geweest van onbehoorlijk bestuur.

Een verzoek wordt toegewezen wanneer er sprake is van drie omstandigheden:

1. Er blijkt summierlijk van (potentiële) baten;
2. Er bestaan meerdere schuldeisers;
3. Er is sprake van ‘ophouden van betalen’.

Bestuurdersaansprakelijkheid

De laatste mogelijkheid is het meest ingewikkeld, maar ook de optie met de potentieel hoogste opbrengst. De mogelijkheid bestaat namelijk om de bestuurder direct aan te spreken op grond van onrechtmatige daad, voor de geleden schade.

Het is vaste rechtspraak dat het overgaan tot turboliquidatie, terwijl er nog baten aanwezig waren, een onrechtmatige daad oplevert tegen de achtergebleven schuldeisers. De schuldeiser dient hiervoor aan te tonen dat zij een vordering heeft en dat er sprake was van een bate. Tot slot moet de schuldeiser aantonen dat zij schade heeft geleden door de turboliquidatie, omdat zij beter af was geweest met een vereffening of een faillissement van de B.V. Vooral dit laatste is geen makkelijke opgave.

Vrijblijvend advies?

Het innen van een vordering op een ontbonden B.V. is zeker mogelijk. Wordt u geconfronteerd met een vordering op een ontbonden B.V., dan is het raadzaam om direct daarover in overleg te gaan met een advocaat. Een van onze ondernemingsrechtadvocaten kan u helder en bondig adviseren over de mogelijkheden en slagingskansen.

Meer weten over debiteur opgeheven? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten op nummer 073 – 615 43 11 dan wel mail naar info@rechtnet.nl.

1- Uit onderzoek van het FB blijkt dat in ongeveer 85% van de gevallen een onderneming wordt opgeheven via de turboliquidatie.
2- Voor het gemak zal verder alleen over de B.V. worden gesproken, nu deze rechtsvorm het meest voorkomt

Ook last van wanbetalers?

Wanbetalers verzinnen de meest uiteenlopende smoezen om hun rekening (nog) niet te hoeven betalen. De uitdaging voor benadeelde bedrijven is om wanbetalers – ondanks hun goede en vaak creatieve smoezen – toch te laten betalen. RechtNet Advocaten helpt hen hierbij graag een handje. Daarom hebben we de meest gangbare smoezen van wanbetalers voor u op een rijtje gezet:

Wanbetalers zeggen vaak al betaald te hebben!

1. ‘We hebben het geld vanochtend overgemaakt. U heeft het over enkele dagen binnen.’
Het is fijn als de betaling na lange tijd eindelijk heeft plaatsgevonden, maar ook wel heel opvallend dat na een telefoontje dan alles opeens is geregeld. Als u de zaak niet vertrouwt, vraag dan om een kopie van de betalingsopdracht. Indien het bedrijf dit niet kan of wil toesturen, dan is het geld waarschijnlijk nog niet overgemaakt.

Fout van de bank

2.’Heeft u het geld nu nog niet ontvangen? Dan heeft de bank misschien een fout gemaakt. We zoeken het uit en u hoort nog van ons.’
Het kan wel eens gebeuren dat een bank een overboeking naar een verkeerd bankrekeningnummer doet. In zo’n geval kunt u de klant vragen om even een kopie van de betalingsopdracht te sturen. Daarop kunt u dan ook het rekeningnummer nakijken. Als het bedrijf dit niet wil toesturen, dan heeft de betaling waarschijnlijk nog niet plaatsgevonden.

De boekhouder is afwezig

3. ‘Onze boekhouder is op dit moment niet aanwezig. Kunt u later terugbellen, of zal ik een bericht achterlaten?’
Dit is een bekende manier om mensen af te schepen. Een effectieve reactie is dat u duidelijk laat merken dat u op uw geld zit te wachten. Door een wanbetaler ‘lastig te vallen’ met telefoontjes, brieven en e-mail wordt het wellicht duidelijk dat hij of zij de betaling zo snel mogelijk in orde moet maken. Voorts hebben kleinere kantoren vaak geen boekhouder. Bovendien dienen ze zelf de betaling te verrichten. Dit wordt niet door een boekhouder gedaan!

Degene die over de betalingen gaat, is ziek

4. ‘Degene die onze betalingen altijd regelt, is opgenomen in het ziekenhuis.’
Als iemand écht is opgenomen in het ziekenhuis, is dat natuurlijk bijzonder vervelend. Tegelijkertijd is bekend dat juist van zulke onderwerpen door wanbetalers dankbaar gebruikt wordt gemaakt om betaling van facturen uit te stellen. Probeer daarom zoveel mogelijk zaken te verifiëren, door vragen te stellen: wat mankeert deze persoon? In welk ziekenhuis ligt hij of zij? Hoe lang moet hij/zij nog in het ziekenhuis blijven? Uit de antwoorden die u krijgt, kunt u waarschijnlijk wel opmaken hoe het is gesteld met de gezondheid van degene die verantwoordelijk is voor de betalingen.

De wanbetaler kan wel op vakantie!

5. ‘Ik ben op dit moment met vakantie. Daarom kan ik de betaling via de bank nu niet regelen. Maar ik maak het direct in orde als ik terug ben.’
Met behulp van mobiel bankieren is het een kleine moeite om ook vanuit het buitenland betalingen aan klanten te regelen. Tegenwoordig gaat ook niemand meer zonder zijn pc van huis. Er kan echt overal bankzaken worden gedaan. Het is ook storend om te merken dat de wanbetalers die niet tot betaling overgaan wel verre, lange en dure reizen kunnen maken.

Last van wanbetalers?

Heeft u binnen uw organisatie problemen met wanbetalers? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

Klik hier voor meer informatie over ons gespecialiseerde incassobureau.

 

Een nieuw jaar, een nieuwe ronde en nieuwe kansen! Het jaar 2018 is nog maar net begonnen. Dit betekent dat er voor u weer volop gelegenheid is om een goed fundament te leggen voor een succesvol jaar. Naast alle nieuwe mogelijkheden, gaat de jaarwisseling ook standaard gepaard met het in werking treden van diverse wetswijzigingen. Ook worden andere veranderingen in de juridische wereld op dat moment doorgevoerd. Met dit bericht wordt u op de hoogte gebracht van de belangrijkste wetswijzigingen.

Verhoging van de griffierechten

Voor dagvaardingen en verzoekschriften dient u altijd een vast bedrag te betalen aan kosten van de rechtbank. Dit worden ook wel de griffierechten genoemd. Jaarlijks wordt de hoogte van de griffierechten herzien. Ook dit jaar zijn de griffierechten verhoogd. Op de website van de Rechtspraak vindt u de nieuwe griffierechten voor kantonzaken en voor rechtbankzaken.

Trouwen in gemeenschap van goederen

Eén van de belangrijkste wetswijzigingen vindt plaats in het huwelijksvermogensrecht. Voorheen gold dat een huwelijk standaard in alghele gemeenschap van goederen plaats vond. Voor huwelijken die dit jaar worden gesloten, geldt dat niet meer. Je trouwt vanaf dit jaar standaard in een beperkte gemeenschap. Hierbij valt alleen het vermogen dat voor het huwelijk door de echtgenoten samen is opgebouwd en wat tijdens het huwelijk wordt opgebouwd in de gemeenschap. Het privévermogen dat voor het huwelijk is opgebouwd blijft voor de echtgenoten in privé, tenzij de echtgenoten iets anders vastleggen.

Maatschappelijke veiligheid

Ook treedt eindelijk de Wet Langdurig Toezicht in werking. Het wetsvoorstel was al op 18 september 2014 aangenomen door de Tweede Kamer en op 24 november 2015 door de Eerste Kamer. Deze wet heeft als gevolg dat daders van (zware) zeden- en geweldsdelicten langer onder intensief toezicht kunnen blijven. Bij (dreigende) herhaling van oude gewoontes door de dader kan er veel sneller worden opgetreden. Daarnaast kunnen er strengere voorwaarden worden verbonden aan de invrijheidstelling of kan er hierbij een toezichthoudende maatregel worden opgelegd. Het uiteindelijke doel is om de maatschappelijke veiligheid verder te verhogen.

Kosten toezicht en tuchtrecht

Eén van de minst prettige wetswijzigingen vindt plaats in de juridische dienstverlenende sector. Vanaf 1 januari 2018 komen de kosten van het toezicht op notarissen en gerechtsdeurwaarders volledig voor rekening en risico van de beroepsgroep zelf. Ook de kosten van de tuchtrechtspraak binnen de advocatuur, het notariaat en de deurwaarders wordt volledig doorbelast. De overheid is tot deze wetswijziging overgegaan in het kader van de bezuinigingsmaatregelen.

Dienstverlening RechtNet Advocaten

Ondanks de diverse wetswijzigingen verandert er aan de dienstverlening van RechtNet Advocaten niets. Van ons kunt u dit jaar weer standaard vertrouwen op de hoge kwaliteit van onze diensten en de beste resultaten voor uw incasso-opdrachten. Maximale inzet en doorzettingsvermogen blijven hierbij kernwaarden. Mocht u vragen hebben over de vermelde wetswijzigingen of algemene vragen hebben over incasso of andere rechtsgebieden, neemt u dan vrijblijvend contact op via de website, per e-mail via info@rechtnet.nl of via telefoonnummer 073-6154311. Ook dit jaar zijn wij u graag van dienst!

mr. Casimir Vink

“Mag ik zelf de sloten vervangen?” Het is een veel terug komende vraag van verhuurders, die te maken hebben met een slecht betalende huurder. Verhuurders voelen zich vaak machteloos als een huurder niet of slecht de huur betaalt. Het Gerechtshof in Den Bosch heeft kort geleden een antwoord gegeven op deze vraag. [1] Uit het arrest komt naar voren dat een verhuurder niet zelf de sloten vervangen mag. De ontbinding van een huurovereenkomst kan alleen via de rechter!

De situatie

De huurder woont sinds augustus 2016 in een studentenkamer van de verhuurder. Het gaat hier om een huurovereenkomst met betrekking tot woonruimte. De huurder heeft een lening ontvangen van de sociale dienst, waarvan de huur voor de eerste maand en de borg is betaald. Hierna wordt door de verhuurder geen huur meer ontvangen.

Begin december besluit de verhuurder zelf actie te ondernemen. De totale huurachterstand bedraagt op dat moment drie maanden. Volgens eerdere jurisprudentie is deze huurachterstand voldoende om de huurovereenkomst te (laten) ontbinden. De verhuurder heeft de sloten vervangen. Daarnaast worden de spullen van de huurder uit het gehuurde gehaald en opgeslagen.

Het oordeel van het Gerechtshof

Het Hof gaat er vanuit dat er een huurachterstand van drie maanden bestond. Dit rechtvaardigt echter niet het op eigen houtje vervangen van de sloten van het gehuurde. Volgens dwingend recht kan de huurovereenkomst niet buitengerechtelijk door de verhuurder worden ontbonden. Ontbinding van de huurovereenkomst kan alleen door de kantonrechter plaatsvinden (artikel 7:231, eerste lid Burgerlijk Wetboek).

Het vervangen van de sloten zou ook als opschorting kunnen worden beoordeeld. Ook in dat geval acht het Hof dit niet toelaatbaar. Het ter beschikking stellen van de woonruimte is de hoofdverplichting van de huurovereenkomst. Om deze prestatie op te mogen schorten, moet er sprake zijn van zeer bijzondere omstandigheden. In dit geval wordt de opschorting alleen gebruikt als pressiemiddel. De verhuurder probeert de huurder namelijk tot betaling te dwingen. Hiermee schiet de opschorting haar doel voorbij. De verhuurder wordt door het Hof in het ongelijk gesteld en in de kosten veroordeeld.

Mag de verhuurder zelf de sloten vervangen?

Het oordeel van het Hof is duidelijk: Nee, u mag als verhuurder niet zelf de sloten vervangen! Heeft u als verhuurder te maken met een huurder die zijn betalingsverplichting niet na komt? Ga dan niet te snel zelf over tot actie. Hoewel dit erg verleidelijk is, is dit in de meeste gevallen niet toegestaan.

RechtNet Advocaten

Voor een eerste gratis advies over dit onderwerp kunt u vrijblijvend contact opnemen met RechtNet Advocaten. RechtNet Advocaten kan u daarnaast begeleiding geven in deze situatie. Allereerst wordt geprobeerd de huurachterstand te incasseren.

Indien dit niet lukt, kan er een vordering worden ingediend bij de kantonrechter. Hierbij kan de betaling van de huurachterstand worden gevorderd. Tegelijkertijd kan dan de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde worden gevraagd. Op deze manier komt u, als verhuurder, nooit voor verrassingen te staan.

U kunt RechtNet Advocaten bereiken via telefoonnummer 073 – 615 43 11 of via de e-mail: info@rechtnet.nl

 

mr. Casimir Vink

 

[1] Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 11 april 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1578.

In huurovereenkomsten (bv. het ROZ-model) staan vaak bepalingen opgenomen over een jaarlijkse verhoging van de huurprijs. Dit wordt ook wel indexering van de huurprijs genoemd. Het komt voor dat de verhuurder vergeet deze indexering toe te passen. Het Gerechtshof Amsterdam heeft bevestigd, dat de verhuurder dit bedrag alsnog kan vorderen. Hiervoor geldt een termijn van vijf jaar. De huurder mag zich dus niet te snel rijk rekenen! [1]

Huurovereenkomst bedrijfsruimte (casus)

Partijen hebben hier een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte gesloten. Hierin staat dat de verhuurder de huurprijs jaarlijks mag verhogen, omdat de huurprijs de markt moet volgen. Deze verhoging vindt plaats aan de hand van de consumenten-prijsindex (CPI). In ROZ-modellen is dit een standaard bepaling. Dit staat dus in de meeste huurovereenkomsten.

De verhuurder is vergeten om de huur vanaf 2002 te indexeren. In 2013 heeft de verhuurder dit ontdekt. De verhuurder vordert het te weinig betaalde bedrag aan huur. De huurder weigert dit te voldoen. De huurder doet hierbij een beroep op rechtsverwerking. Zij stelt dat de verhuurder haar recht heeft verwerkt. De verhuurder heeft namelijk nooit aanspraak gemaakt op deze indexering.

Gerechtshof Amsterdam

Partijen hebben deze zaak eerst voorgelegd aan de kantonrechter te Amsterdam. De kantonrechter heeft de vordering van de verhuurder afgewezen. De verhuurder was het niet eens met dit vonnis. De verhuurder is dus in hoger beroep gegaan. In het hoger beroep wordt de vordering alsnog toegewezen. Het Hof overweegt hiertoe het volgende.

De huurovereenkomst is door de huurder ondertekend. Hiermee heeft de huurder de jaarlijkse indexering geaccepteerd. Hierdoor wordt de huurprijs elk jaar automatisch aangepast naar de geïndexeerde huurprijs. De huurder mag er niet op vertrouwen dat de verhuurder hier geen aanspraak meer op maakt. Zeker niet als de verhuurder vergeet om de huurprijs te indexeren. Van rechtsverwerking is slechts sprake onder bijzondere omstandigheden. Er rust op de huurder ook een eigen verantwoordelijkheid om de indexering in de gaten te houden. De huurder mocht er dus niet vanuit gaan, dat de indexering niet had plaatsgevonden.

Verjaring

Op grond hiervan komt het Hof tot het oordeel dat de verhuurder aanspraak kan maken op de geïndexeerde huurprijs. Het bedrag aan te weinig betaalde huur kan slechts worden teruggevorderd tot een termijn van vijf jaar. Het bedrag dat buiten deze termijn valt, is op grond van 3:308 Burgerlijk Wetboek (BW) verjaard. Dit bedrag kan dus niet gevorderd worden. De indexering zelf verjaart niet. De indexering start dus vanaf het begin van de huurovereenkomst.

RechtNet Advocaten

Bent u als verhuurder ook vergeten om de huurprijs te indexeren? Neem dan vrijblijvend contact op met RechtNet Advocaten. Wij berekenen ook direct hoeveel huur u heeft misgelopen. RechtNet Advocaten incasseert openstaande vorderingen kosteloos. Zij kan dus voor u aanspraak maken op deze achterstallige huur. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073 – 615 43 11 of via de e-mail: info@rechtnet.nl

 

mr. Casimir Vink

[1] Gerechtshof Amsterdam 14-03-2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:836).

In een koopovereenkomst van een woning wordt vaak standaard een voorbehoud van financiering opgenomen. Als de koper een beroep kan doen op dit beding, wordt de koopovereenkomst kosteloos ontbonden. Soms is dit beroep niet rechtsgeldig. De koper is dan een contractuele boete verschuldigd. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigt dat niet zonder meer een beroep kan worden gedaan op het voorbehoud van financiering.[1]

Voorbehoud van financiering (casus)

Partijen hebben een koopovereenkomst gesloten. In de koopovereenkomst staat een beding opgenomen, dat ontbinding na een tekortkoming leidt tot een boete van € 21.500,-. Ontbinding zonder boete is slechts mogelijk als de koper geen financiering kan krijgen voor de koopsom. Koper dient zich volledig in te spannen om de financiering rond te krijgen. Indien dit niet lukt, dient de koper dit goed gedocumenteerd aan te voeren bij de verkoper of de makelaar vóór 27 januari 2014. Hieronder wordt in ieder geval verstaan dat er bewijsstukken zijn van twee afwijzingen van financiers (documentatieplicht).

Uitvoering van de koopovereenkomst

De koper ontvangt op 20 januari 2014 een afwijzing per e-mail van een financieel adviseur. Zonder enige nadere onderbouwing wordt deze afwijzing aan de verkoper verzonden. Later wordt hier de definitieve afwijzing van de bank aan toegevoegd. De verkoper neemt hier geen genoegen mee. Op 4 maart 2014 voegt de koper hieraan een tweede afwijzing van een bank toe. Op 11 april 2014 wordt de koper door de verkoper in gebreke gesteld. De verkoper maakt hierbij aanspraak op de contractuele boete van € 21.500,-, indien de koper de koopovereenkomst niet binnen 10 dagen nakomt.

Documentatieplicht en inspanningsplicht

De verkoper vordert in de gerechtelijke procedure betaling van de boete. De koper voert verweer, omdat hij een beroep heeft gedaan op het voorbehoud van financiering. Het gerechtshof oordeelt dat het beroep op het financieringsvoorbehoud tijdig en goed gedocumenteerd moet worden. Het hof zoekt hierbij aansluiting bij de documentatieplicht. Deze documentatieplicht is bindend. De verkoper moet kunnen beoordelen of terecht een beroep op het financieringsvoorbehoud wordt gedaan en of dit beroep niet te lichtvaardig is.

Daarnaast heeft de koper een inspanningsplicht. Hij mag niet stilzitten en moet actief proberen een financiering te krijgen. Uit de documentatie moet blijken dat ook hieraan is voldaan. Hierbij is het in dit geval noodzakelijk dat de koper een duidelijk beeld geeft van de financiële (on)mogelijkheden. Zo moeten alle financiële cijfers worden onderbouwd met bewijs. Ook moet worden aangetoond welke financiële cijfers aan potentiële financiers zijn verstrekt. De verkoper moet dit kunnen controleren.

Oordeel van het Hof

In deze zaak heeft het gerechtshof geoordeeld dat de koper niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan, omdat de verkoper niet kon controleren of de koper te lichtvaardig met zijn verplichtingen is omgegaan. De verkoper heeft de koper ook gewezen op deze verplichting. De koper heeft een kans gekregen van de verkoper om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. Ook dit heeft niet tot het gewenste resultaat geleid. De boete van € 21.500,- is zodoende verschuldigd.

RechtNet Advocaten

Stem als verkoper niet te snel in met een beroep op het financieringsvoorbehoud door de koper. De koper heeft een verstrekkende verplichting. De koper dient zowel aan zijn documentatieplicht en inspanningsplicht te voldoen!

Heeft u als verkoper te maken met een koper die zijn verplichtingen niet nakomt? Neem dan vrijblijvend contact op met RechtNet Advocaten. RechtNet Advocaten kan u van gericht advies voorzien en mogelijk voor u aanspraak maken op de contractuele boete. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073 – 615 43 11 of via e e-mail: info@rechtnet.nl

mr. Casimir Vink

[1] Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-02-2017 (ECLI:NL:GHARL:2017:1695)

Op 25 november 2016 heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op enkele prejudiciële vragen.[1] Deze vragen hadden betrekking op de wettelijke aanmaning (artikel 6:96, zesde lid BW). Dit wordt ook wel de veertiendagenbrief genoemd. In dit artikel zullen de belangrijkste ontwikkelingen ten gevolge van dit arrest aan het licht komen. Op aanvraag kan RechtNet Advocaten een gratis voorbeeld van een correcte aanmaning verstrekken.

De wettelijke regeling

Het is erg vervelend als een schuldenaar niet op tijd over gaat tot betaling van zijn schuld. De schuldeiser dient vaak extra stappen te nemen om betaling af te dwingen. Hierbij worden vaak kosten gemaakt. De schuldenaar kan aangesproken worden voor deze kosten. Indien de schuldenaar een consument is, dient deze wel eerst vergeefs te zijn aangemaand. Deze aanmaning moet aan enkele eisen voldoen. Zo dient aan hem een termijn van ten minste veertien dagen te worden gegund (art. 6:96, zesde lid Burgerlijk Wetboek). Na het verstrijken van deze termijn is de schuldenaar buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. De hoogte van deze kosten dient eveneens in de brief te worden opgenomen.

Hoge Raad

De Hoge Raad heeft in haar arrest antwoord gegeven op zeven vragen met betrekking tot de wettelijke aanmaning. De Hoge Raad geeft hierin duidelijke richtlijnen over onder meer de inhoud en de strekking van de wettelijke aanmaning. Daarnaast geeft de Hoge Raad een nader inzicht in de stelplicht en de bewijslast. Ten slotte geeft de Hoge Raad aan welk gevolg een incorrecte wettelijke aanmaning heeft.

Aanvang veertiendagentermijn

De wettelijke aanmaning dient een termijn van betaling te vermelden van ten minste veertien dagen. Deze termijn vangt pas aan op de dag na de dag van ontvangst van de brief door de schuldenaar. De stelplicht en bewijslast van deze datum van ontvangst, ligt bij de schuldeiser. RechtNet Advocaten geeft het advies om de wettelijke aanmaning altijd per aangetekend schrijven of per e-mail met ontvangst- en leesbevestiging te verzenden. Op deze manier kan het bewijs eenvoudig worden geleverd.

Vermelding van de termijn

Het is van enorm belang dat de termijn van veertien dagen op de juiste wijze wordt vermeld in de brief. Als een te korte termijn wordt vermeld, dan voldoet de wettelijke aanmaning niet aan de vereisten. De schuldenaar is dan geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd! Het moet voor de schuldenaar duidelijk zijn, dat de volle termijn van veertien dagen aan hem ter beschikking staat.

Ter voorkoming van misverstanden geeft de Hoge Raad een tweetal zinnen, die de wettelijke toets doorstaan. In de brief kan worden opgenomen dat incassokosten verschuldigd worden, indien niet betaald is “binnen veertien dagen vanaf de dag nadat deze brief bij u is bezorgd” of “binnen vijftien dagen nadat deze brief bij u is bezorgd”.

Gevolg van een incorrecte wettelijke aanmaning

De regeling van artikel 6:96, zesde lid BW is uitdrukkelijk in de wet opgenomen ter bescherming van consumenten tegen incassokosten. Het betreft hier een strikte regeling met een duidelijke uitkomst. Als de wet juist wordt gevolgd, is de consument direct kosten verschuldigd.

Daar staat tegenover dat de consument geen kosten verschuldigd is, indien de brief niet voldoet aan de wettelijke eisen. Een gebrek in de aanmaning kan niet hersteld worden. Als de brief incorrect is, dient deze opnieuw te worden verstuurd met een nieuwe termijn van veertien dagen. Pas na omloop van deze nieuwe termijn is de consument kosten verschuldigd.

Als de wettelijke aanmaning correct is, blijft deze correct. Een betaling van een deel van de vordering binnen de termijn van veertien dagen, verandert hier niets aan.  Het enige gevolg van een deelbetaling is dat de verschuldigde kosten naar rato moeten worden verlaagd. De hoogte van de kosten is immers afhankelijk van de hoogte van (het restant van) de vordering.

RechtNet Advocaten

Heeft u vragen naar aanleiding van dit bericht of wenst u een voorbeeld te ontvangen van een juridisch correcte aanmaning? Neem dan vrijblijvend contact op met één van de ervaren incasso advocaten van RechtNet Advocaten! U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073 – 615 43 11 of via de e-mail: info@rechtnet.nl

mr. Casimir Vink

[1] HR 25-11-2016, ECLI:NL:HR:2016:938.

Compensatie bij vertraagde vliegreizen

Bijna iedereen die regelmatig met het vliegtuig reist, maakt wel eens mee dat een vlucht veel later vertrekt dan gepland. Wat veel mensen niet weten, is dat zij op grond van de Europese verordening 261/2004 in veel gevallen aanspraak kunnen maken op compensatie bij vertraagde vliegreizen. Er zijn redelijk veel vertraagde vliegreizen. Reizigers maken echter nog weinig gebruik van de mogelijkheid tot compensatie. Wij kunnen dit gratis voor u verzorgen! 

Bel met uw vraag vrijblijvend met één van onze ervaren incasso advocaten op nummer 073 – 615 43 11 of stel uw vraag via het webformulier aan de rechterzijde van deze pagina.

Gemeenschappelijke regels

In de Europese Verordening zijn gemeenschappelijke regels vastgelegd inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering, annulering of langdurige vertraging van vluchten.
Deze regels gelden voor passagiers die vertrekken vanaf een luchthaven in een lidstaat van de EU én voor passagiers die van buiten de EU met een Europese luchtvaartmaatschappij naar een luchthaven in een lidstaat van de EU vliegen.

Verplichte compensatie bij vertraagde vliegreizen

Luchtvaartmaatschappijen zijn volgens deze verordening verplicht om hun passagiers bijstand of compensatie te bieden wanneer een vlucht twee uur of meer vertraging oploopt. De compensatie varieert van een gratis maaltijd, tot en met enkele honderden euro’s. Passagiers die bijvoorbeeld meer dan twee uur vertraging oplopen bij een vlucht van 1.500 kilometer of minder, kunnen aanspraak maken op een vaste vergoeding van 250 euro. De vergoeding bedraagt zelfs 400 euro bij een vertraging van drie uur of meer voor een vlucht binnen de EU van meer dan 1.500 kilometer of een vlucht buiten de EU tussen de 1.500 en 3.500 kilometer.

Andere vlucht aangeboden gekregen?

Ook wanneer de passagiers een andere vlucht naar hun eindbestemming krijgen aangeboden en de aankomsttijd twee uur of meer afwijkt van de geplande aankomsttijd van de oorspronkelijk geboekte vlucht, hebben zij recht op een compensatie. Deze compensatie wordt dan echter met 50% verminderd.

Reis geannuleerd?

Wanneer een vlucht geheel geannuleerd wordt, bestaat ook een recht op compensatie. Dit geldt niet voor de gevallen waarin de vlucht minimaal twee weken van tevoren is geannuleerd. Ook een vervangende reis met ongeveer dezelfde vertrek- en aankomsttijden betekent dat er geen compensatie verschuldigd is.

Geen compensatie bij buitengewone omstandigheden

Luchtvaartmaatschappijen zijn geen compensatie verschuldigd, wanneer de vertraging of annulering veroorzaakt is door een ‘buitengewone omstandigheid’. Hierbij kan gedacht worden aan extreem weer, stakingen of oorlogen. Ook een bijzonder besluit van de luchtverkeersleiding kan in bepaalde gevallen een ‘buitengewone omstandigheid’ zijn. Luchtvaartmaatschappijen proberen vaak door middel van een beroep op buitengewone omstandigheden te ontkomen aan hun betalingsverplichting. Een gespecialiseerde advocaat kan u hierover adviseren.

Vrijblijvend incasso advies?

Onze incasso advocaten zijn u graag van dienst. Neem voor een vrijblijvend advies over compensatie bij vertraagde vliegreizen direct contact op met 073 – 615 43 11 of info@rechtnet.nl. Een incasso advocaat staat u graag te woord!

Of maak voor uw vragen gebruik van ons online web formulier!

Hoe bereken je de minimale buitengerechtelijke kosten? Dit is een veelgestelde vraag van schuldenaren. Schuldeisers dan wel hun incassobureaus rekenen vaak gewoon over elke factuur het minimale bedrag conform het Besluit normering incassokosten. Maar is dit terecht?

Heeft u een vraag bel dan met één van onze ervaren advocaten op nummer 073 615 43 11 of vul het webformulier aan de rechterzijde van deze pagina in!

Berekening minimale buitengerechtelijke kosten voor bedrijven?

In artikel 6:96 lid 4 Burgerlijk Wetboek staat opgenomen er wanneer er sprake is van een handelsovereenkomst de vergoeding voor de buitengerechtelijke kosten in ieder geval € 40,00 bedraagt. Hiervoor behoeft niet te worden aangemaand. Het betreft hier dwingend recht waarvan niet ten nadele van de schuldeiser kan worden afgeweken. Bij een handelsovereenkomst geldt ook de verplichting om de debiteur een extra betalingstermijn van 14 dagen te gunnen niet. Artikel 6:96 lid 6 Bw is hierbij niet van toepassing.

Berekening buitengerechtelijke kosten voor particulieren

Ook aan een particulier mag het minimale bedrag ad € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten in rekening worden gebracht. De schuldeiser dient dan wel debiteur conform de regels van artikel 6:96 lid 6 Bw aan te schrijven. Hierin is bepaald dat debiteur een wettelijke aanmaning dient te krijgen waarin alsnog een extra betaaltermijn van 14 dagen wordt gegeven. In de aanmaning dient tevens het exacte bedrag aan buitengerechtelijke kosten conform het Besluit normering incassokosten te worden opgenomen. Voldoet de aanmaning niet aan de vereisten, kunnen de kosten niet op debiteur worden verhaald.

Waarover mogen de kosten worden berekend?

Als een particulier meerdere vorderingen onbetaald laat en hiervoor door een schuldeiser kan worden aangemaand, dan dient dit te geschieden in één aanmaning. De buitengerechtelijke kosten zijn dan ook beduidend lager in verhouding dan die bij bedrijven. Er mag dus niet het minimale bedrag ad € 40,00, zoals bij bedrijven, over elke vordering/factuur in rekening worden gebracht. Voor de berekening van de buitengerechtelijke kosten dienen alle vorderingen bij elkaar te worden opgeteld!

Vrijblijvend advies?

Heeft u vragen over de berekening van buitengerechtelijke kosten of wenst u gratis een voorbeeld wettelijke aanmaning te verkrijgen, neem dan vrijblijvend contact op met RechtNet Advocaten. Onze incassoadvocaten zijn u graag van dienst. Neem voor een vrijblijvend advies direct contact op met telefoonnummer 073 – 615 43 11 of mail naar info@rechtnet.nl

Of stel uw vraag online danwel ga een chatsessie aan met één van onze ervaren advocaten.

Vandaag gaat de verhoging van de competentiegrens voor kantonzaken in. De competentiegrens voor kantonzaken is verhoogd van € 5.000,- naar € 25.000,-. Alle zaken met een belang welke niet hoger bedraagt dan € 25.000,00 zullen derhalve door de kantonrechter worden afgedaan. Er geldt voor u geen verplichte procesvertegenwoordiging meer wanneer het gaat om een belang van minder dan € 25.000,00. De wetgever wil hiermee de rechtspraak meer toegankelijk te maken. U mag uw eigen zaak verdedigen. Indien u echter kwalitatief goede bijstand wenst, is het verstandig om het incassobureau RechtNet Advocaten in de arm te nemen waar gespecalieerde incasso advocaten werken. Zij hebben een universitaire opleiding gehad en jarenlange ervaring op het gebied van het voeren van incasso procedures.

UItbreiding aardzaken

De kantonrechter was al bevoegd om te oordelen over alle geschillen in het arbeidsrecht, huurrecht en agentuur. Dit wordt nu uitgebreid. De competentiegrens wordt ook uitgebreid naar aardzaken. Zo is de kantonrechter is nu ook bevoegd in alle geschillen over consumentenkoop. Tevens is de kantonrechter nu bevoegd in zaken die betrekking hebben op de Wet Consumentenkrediet, kortweg WCK. Dit indien het leningen tot € 40.000 betreft. De schatting is dat circa 19.000 zaken van de rechtbank, sector civiel naar de rechtbank, sector kanton zullen overgaan.

Vrijblijvend advies over verhoging competentiegrens?

Onze incaso advocaten advocaten zijn u graag van dienst. Neem voor een vrijblijvend advies over de verhoging van de competentiegrens direct contact op met 073 – 615 43 11 of info@rechtnet.nl. Een incasso advocaat staat u graag te woord!