Beoordeling door klanten: 8,6/10 - 164 beoordelingen

Gemengde overeenkomst

Incassobureau Gemengde overeenkomst

Gemengde overeenkomst

Met een gemengde overeenkomst wordt bedoeld dat er regels gelden van twee verschillende bijzondere overeenkomsten. Het kan zijn dat er twee verschillende overeenkomsten zijn opgesteld die naar elkaar verwijzen of dat er slechts één overeenkomst is opgesteld waarin elementen van alle twee de bijzondere overeenkomsten zitten. Voorbeelden van gemengde overeenkomsten zijn: arbeidsovereenkomsten waarin ook de huur van een dienstwoning is geregeld of een leer-en arbeidsovereenkomst. Het dient dan met name een studieovereenkomst te zijn die is opgesteld in het kader van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB).

Heeft u een vraag bel dan geheel vrijblijvend met één van onze ervaren advocaten op nummer 073 615 43 11 of stel uw vraag via ons webformulier op de rechterzijde van deze pagina.

Welke regels gelden er bij een gemengde overeenkomst?

Artikel 215 van boek 6 BW stelt dat alle bepalingen van beide overeenkomsten van toepassing zijn voor zover de bepalingen niet wel verenigbaar zijn of de strekking daarvan in verband met de aard van de overeenkomst zich tegen toepassing verzet. De inkleuring van deze tekst wordt gegeven door de diverse arresten die er in de rechtspraak zijn geweest.
Wanneer er bijvoorbeeld een dienstwoning wordt verhuurd die nauw samenhangt met de aangeboden functie gelden de regels van het arbeidsrecht en die van het huurrecht. Een normale huurder kan aanspraak maken op huurbescherming. Indien de arbeidsrechtelijke relatie wordt beëindigd is het de vraag of in dit specifieke geval ook de huurregels gelden. Deze vraag is in de jurisprudentie meerdere malen beantwoord. Zo kan het beroep op huurbescherming worden afgewezen wanneer dit in strijd komt met de billijkheid. Zie Hoge Raad 8 maart 1968, NJ1968/142. Een dienstwoning wordt als woning gezien die de werkgever aanwijst met het oog op de aard van de door de arbeider te verrichte werkzaamheden of waarvan de bewoning bijdraagt tot een goede taakvervulling. Zie Hoge Raad 17 maart 1961, NJ1961 /237. De dienstwoning kan niet het voorwerp zijn van een huurovereenkomst. Het heeft er mee te maken dat het gebruik van een dergelijke woning behoort tot de uit de dienstbetrekking voortvloeiende verplichtingen, zodat een huurovereenkomst niet te onderkennen is. Bij het beëindigen van de arbeidsrechtelijke relatie dient derhalve ook de door u gehuurde dienstwoning te worden verlaten. Zie de uitspraak van de Hoge Raad 19 maart 1976, AA1976/399.

Arbeidsovereenkomst en leerovereenkomst

In het geval er een arbeidsovereenkomst en een leerovereenkomst wordt aangegaan is het de vraag of de overeenkomst meer een arbeidsrechtelijke relatie is danwel dat de nadruk ligt op de leerovereenkomst. Voor zover het leerelement overheerst werken de beschermende regels in het arbeidsrecht niet. Dit blijkt uit het arrest Verhoef/Van Zuijlen.
Hierin wordt verwezen naar de Memorie van Toelichting, Kamerstukken 1962-1963, 7178, nummer 3. Artikel 9 van de Wet op het Leerlingwezen bepaald:
Wenst men in de verhouding patroon-leerling de bepalingen van het arbeidsrecht te doen prevaleren dan kan geen leerovereenkomst in de zin van de wet worden gesloten. Dit is alleen anders, indien naast de leerovereenkomst een arbeidsovereenkomst wordt gesloten, die betrekking heeft op andere werkzaamheden dan die, welke de leerling ingevolgde de leerovereenkomst moet verrichten.
In conreto kan derhalve ontslag worden aangezegd per datum van beëindiging van de leerovereenkomst.

Strekking artikel 9 Wet Leerlingwezen

De strekking van artikel 9 van de Wet Leerlingwezen is om te voorkomen dat men een beroep op de arbeidsrechtelijke bepalingen kan doen ten nadele van de ontwikkeling van het leerlingwezen. Dit is met name ongewenst voor wat betreft de beëindiging van de leerovereenkomsten.
‘De strekking van het onderhavige artikel is te voorkomen dat met een beroep op de bepalingen van genoemde regelingen ten nadele van de ontwikkeling van het leerlingwezen de voorschriften van deze wet terzijde zullen worden gesteld. Dit is met name ongewenst voor wat betreft de beëindiging van de leerovereenkomst. Zowel de door de wet erkende beweegredenen daartoe als de procedure, en de daarbij in te schakelen organen en hun bevoegdheden, vertonen belangrijke verschillen met die welke men aantreft bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.’
‘En voorts:
‘…noch ingeval de leerovereenkomst reeds zonder meer een arbeidsovereenkomst is, noch ingeval additionele bedingen worden gemaakt die daaraan de ontbrekende elementen van een arbeidsovereenkomst geven, kunnen de voorschriften van deze wet ter zijde worden gesteld. De wet derogeert hier derhalve door een speciale regeling aan de algemene regeling van artikel 1637c van het Burgerlijk Wetboek …
Bij de verdere parlementaire behandeling zijn op dit punt geen bezwaren geuit. De werkgever behoeft vanwege deze bepaling derhalve ook geen ontslagvergunning aan te vragen. Het ontslag kan dan ook middels een gewone brief worden aangezegd.

Andere werkzaamheden dan die in de leerovereenkomst zijn opgenomen

Een werkgever dient wel op te letten dat er indien er naast de leerovereenkomst ook een aparte arbeidsovereenkomst wordt gesloten waarin de werkzaamheden worden geregeld die geen betrekking hebben op werkzaamheden die de leerling voor de overeenkomst dient te verrichten. In dat geval gelden er namelijk wel zowel de regels van het arbeidsrecht als die voor de leerovereenkomst.

Vrijblijvend advies?

Mocht u vragen hebben over een gemengde overeenkomst dan kunt u vrijblijvend contact opnemen met RechtNet Advocaten op telefoonnummer 073 615 43 11 of uw vraag stellen via ons online webformulier. Wij staan u graag te woord. Ook kunt u een chatsessie aangaan als wij online zijn.

MEER INFORMATIE ONTVANGEN?

Vul het formulier in voor meer informatie



Sluiten