Wettelijke handelsrente alleen van toepassing op handelstransacties

Mag wettelijke handelsrente worden berekend over een vordering uit onverschuldigde betaling? ‘Nee’, zo oordeelde de Hoge Raad in cassatie bij een zaak tussen een exploitant van parkeerterreinen en een Duits onroerend goed bedrijf. ‘De wettelijke handelsrente heeft alleen betrekking op de geldelijke tegenprestatie voor geleverde goederen of diensten op grond van een handelsovereenkomst’, aldus de Hoge Raad.

De feiten in deze zaak op een rijtje: de exploitant van parkeerterreinen en het onroerend goed bedrijf hebben een parkeerovereenkomst, waarin een beschikbaarheidsvergoeding is opgenomen voor wanneer er minder parkeerabonnementen worden afgenomen dan is afgesproken. Het onroerend goed bedrijf heeft de facturen met betrekking tot deze beschikbaarheidsvergoeding, in totaal ruim 950.000 euro, voldaan.

Terugbetaling

Het onroerend goed bedrijf stapt daarop naar de rechter en vordert terugbetaling van de beschikbaarheidsvergoeding door de exploitant van parkeerterreinen, aangevuld met de wettelijke handelsrente. Het bedrijf vindt dat zij het geld voor de beschikbaarheidsvergoeding onterecht heeft betaald. De rechtbank wijst de vordering echter af.

Redelijkheid en billijkheid

Daarop gaat het onroerend goed bedrijf in hoger beroep bij het gerechtshof. Het hof verwerpt het standpunt van het bedrijf dat zij niet aan de parkeerovereenkomst is gebonden, maar wijst de vordering tot terugbetaling van de beschikbaarheidsvergoeding wel toe. Het hof vindt het naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de exploitant aanspraak kan maken op zo’n hoge vergoeding. Zij wijst over de terug te betalen bedragen ook wettelijke handelsrente toe.

In cassatie

De exploitant gaat daarop in cassatie bij de Hoge Raad. Hij is het niet eens met de uitspraak van het gerechtshof dat de beschikbaarheidsvergoeding onverschuldigd heeft betaald en klaagt daarnaast over het toewijzen van de wettelijke handelsrente. De Hoge Raad verwerpt de klacht over de onverschuldigd betaalde beschikbaarheidsvergoeding, maar de klacht over de toewijzing van de wettelijke handelsrente wordt wel toegewezen aan de exploitant.

Primaire betalingsverplichting

Volgens de Hoge Raad staat in artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek dat de wettelijke handelsrente alleen betrekking heeft op de geldelijke tegenprestatie voor geleverde goederen of diensten op grond van een handelsovereenkomst, dus een primaire betalingsverplichting uit de handelsovereenkomst. Een vordering uit onverschuldigde betaling valt hier niet onder en daarom hoeft hierover geen wettelijke handelsrente te worden betaald.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.