Beoordeling door klanten: 8,6/10 - 164 beoordelingen

RechtNet Advocaten blij met komst van incassoregister

 

Het kabinet gaat de misstanden in de incassomarkt aanpakken. Er komt een incassoregister waar incassobureaus verplicht ingeschreven moeten zijn. Daarnaast komen er eisen voor het uitoefenen van incassowerkzaamheden en komt er een systeem van toezicht en handhaving. Dit moet voorkomen dat kwetsbare schuldenaren geconfronteerd worden met onjuiste incassopraktijken en ervoor zorgen dat de kwaliteit en de dienstverlening van de gereguleerde incassosector verbetert.

Casimir Vink, eigenaar van RechtNet Advocaten, is blij met de komst van het incassoregister. ‘Tot nu toe hoefde er voor het starten van een incassobureau geen opleiding te worden gevolgd. Er werd niet gecontroleerd of de oprichter van het incassobureau een strafblad heeft. Daardoor bestaan er veel malafide incassobureaus. Als RechtNet Advocaten behoren wij pertinent niet tot deze groep. Daarom kunnen wij deze ontwikkeling alleen maar toejuichen. Op deze manier wordt het kaf van het koren gescheiden.’

Begrijpelijke taal gebruiken

De aanpak van misstanden in de incassomarkt is onderdeel van de Brede Schuldenaanpak van het kabinet. ‘De misstanden in de incassomarkt moeten worden aangepakt. Als je schulden maakt moet je die natuurlijk betalen’, aldus minister Dekker. Hij vervolgt: ‘Maar het innen van schulden moet wel op een verantwoorde manier gebeuren. Ook moeten incassobureaus zorgvuldige en begrijpelijke taal gebruiken zodat mensen weten wat hun rechten en plichten zijn.’

Kwaliteitseisen en professionaliteit

Alleen partijen die voldoen aan de kwaliteitseisen en professionaliteit kunnen partijen zich inschrijven in het incassoregister. Deze inschrijving wordt een verplichting om actief te zijn in de incassomarkt en geldt zowel voor incassobureaus die uit naam van een schuldeiser vorderingen innen als voor partijen die bedrijfsmatig vorderingen kopen om deze vervolgens zelf te innen. Voor de inrichting van een incassoregister en de bijbehorende handhaving en toezicht wordt een nieuw wetsvoorstel voorbereid en zoveel mogelijk gelijktijdig wordt de feitelijke invoering voorbereid zodat inwerkingtreding medio 2021 mogelijk is.

Altijd het beste resultaat

‘Wij hanteren voor elke openstaande vordering een eigen aanpak’, vertelt Casimir over de werkwijze van RechtNet Advocaten. ‘Daarbij wordt op professionele wijze rekening gehouden met de relatie tussen de schuldeiser en zijn klant. Deze maatwerk aanpak, in combinatie met de grote deskundigheid en ervaring van ons incassokantoor, zorgt altijd voor het beste resultaat.’

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Hoger salaris gemachtigde bij de kantonrechter

Het salaris gemachtigde bij de kantonrechter is per 1 januari 2019 hoger geworden. Met ingang van deze datum heeft voor het eerst in 14 jaar een indexatie plaatsgevonden van 20,1 procent, waardoor de kosten bij gerechtelijke procedures bij de kantonrechter voortaan ruimer worden vergoed dan voorheen.

In mei 2018 zijn de liquidatietarieven bij rechtbanken en gerechtshoven reeds geïndexeerd. Dit was in eerste instantie vooral voordelig voor procespartijen die een advocaat hadden ingeschakeld. Want de indexatie gold uitsluitend voor de advocaatkosten en niet voor de kosten voor rechtsbijstand van de procespartij die de rechtszaak heeft gewonnen.

Verliezer betaalt proceskosten

De hoofdregel is nu geworden dat de partij die in de gerechtelijke procedure in het ongelijk wordt gesteld, wordt veroordeeld in de proceskosten. De verliezer betaalt dus de proceskosten. Ook het griffierecht dient volledig te worden betaald door de partij die in het ongelijk is gesteld door de rechtbank. Hiermee is de ongelijkheid in zaken, waarin procespartijen met of zonder advocaat procederen, nu rechtgetrokken.

Griffierechten en deurwaarderskosten geïndexeerd

Overige tarieven zijn niet gewijzigd per 1 januari 2019. De griffierechten en deurwaarderskosten zijn zoals gebruikelijk jaarlijks geïndexeerd binnen de gebruikelijke marges. Het griffierecht voor de meeste belastingzaken in eerste aanleg voor natuurlijke personen gaat van 46 naar 47 euro. Voor een aantal specifieke belastingzaken – onder andere dividendbelasting, omzetbelasting en BPM – stijgt het tarief voor natuurlijke personen van 170 naar 174 euro. Voor rechtspersonen geldt in alle belastingzaken dat het tarief stijgt van 338 naar 345 euro. In hoger beroep en cassatie stijgt in de meeste belastingzaken het griffierecht voor natuurlijke personen van 126 naar 128 euro. In de specifieke belastingzaken stijgt het tarief voor natuurlijke personen van 253 naar 259 euro. Voor rechtspersonen geldt in alle belastingzaken dat het tarief stijgt van 508 naar 519 euro.

Ook de bedragen van de dwangsom bij niet tijdig beslissen, de vergoeding voor aanmaning en enkele bedragen uit het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn geïndexeerd.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Verhuiskosten bij een renovatie (II)

In mei 2016 plaatste ik een bericht over de bijdrage in de verhuiskosten bij een renovatie (art. 7:220, vijfde lid BW). De Hoge Raad bepaalde namelijk op 22 april 2016 dat een verhuurder verplicht is een vergoeding aan de huurder te betalen bij een gedwongen verhuizing door renovatie. Sinds 1 maart 2018 bedraagt de minimumvergoeding € 5.993,-. Het betreft hier dwingend recht. 

Lagere rechtspraak

Het voorgaande hield tot voor kort in dat de verhuurder en de huurder niets anders kunnen bepalen. Zelfs indien de verhuurder een vervangende woning ter beschikking stelde, diende er een vergoeding te worden betaald. Recentelijk is er echter een afwijkende tendens waar te nemen in de lagere rechtspraak. Zowel in Utrecht als in Rotterdam vinden de kantonrechters het arrest van de Hoge Raad in bijzondere gevallen te ver gaan.

Kantonrechter in Amersfoort

Zo heeft de kantonrechter in Amersfoort de vergoeding vastgesteld op een lager bedrag van € 1.500,00. De verhuurder heeft in dit bijzondere geval een volledig ingerichte logeerwoning ter beschikking gesteld. Bij wijze van spreken hoefde de huurder alleen zijn toilettas mee te nemen naar deze wisselwoning. De kantonrechter oordeelt wel dat er altijd een vergoeding verschuldigd is, maar is van mening dat de redelijkheid en billijkheid eisen dat de vergoeding naar beneden wordt bijgesteld.

Kantonrechter in Rotterdam

In Rotterdam is de kantonrechter kort geleden nog verder gegaan. Hij was van mening dat er helemaal geen vergoeding verschuldigd was. In dit geval mochten de huurders tevens in een volledig ingerichte logeerwoning verblijven tijdens de renovatie. Alle spullen mochten in de eigen woning achterblijven. De kantonrechter oordeelde daardoor dat er geen sprake meer was van een noodzakelijke verhuizing waarvoor een vergoeding verschuldigd is (art. 7:220, vijfde lid BW).

Ook de kantonrechter in Utrecht heeft inmiddels een soortgelijk oordeel uitgesproken.

Conclusie

Het lijkt er op dat de lagere rechtspraak zich verzet tegen het arrest van de Hoge Raad van 22 april 2016, althans dat er een belangrijke nuance aan het plaatsvinden is. Deze uitspraken lijken logisch. De minimumvergoeding is namelijk verschuldigd ter compensatie van verhuiskosten. Als deze kosten bespaard blijven door toedoen van de verhuurder, dan moet deze vergoeding gematigd kunnen worden. De uitspraken zijn echter nog niet getoetst in hoger beroep. De vraag is of deze uitspraken stand gaan houden. De tijd zal het leren…

RechtNet Advocaten

Zowel verhuurders en huurders kunnen met vragen over de verhuiskostenvergoeding bij RechtNet Advocaten terecht. Weigert uw huurder om in te stemmen met lagere vergoeding, terwijl u een vervangende woning ter beschikking stelt? Of weigert uw verhuurder om een verhuiskostenvergoeding te voldoen, terwijl u noodgedwongen moet verhuizen? Neem dan vrijblijvend contact op met onze huurrecht advocaat.

RechtNet Advocaten kan u van gericht advies voorzien en de vergoeding voor u incasseren. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073 – 615 43 11 of via e e-mail: info@rechtnet.nl

mr. M.L.A. (Martijn) van Hurne

Houd je wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen goed bij

Vakantiedagen leiden in veel organisaties tot vragen. Voor werknemers is het belangrijk dat zij weten wat hun rechten en plichten zijn. RechtNet Advocaten helpt werknemers graag om niet opgenomen vakantiedagen alsnog geïncasseerd te krijgen.

Wettelijke en Bovenwettelijke vakantiedagen

Elke werknemer heeft jaarlijks recht op een aantal vakantiedagen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen. In de wet is vastgelegd dat een werknemer vier keer het aantal contracturen per week aan vakantie krijgt. Een medewerker die 40 uur per week werkt, heeft dus recht op 160 vakantie-uren. Dit zijn de wettelijke vakantie-uren. Daarnaast staat het werkgevers vrij om hun medewerkers extra vakantiedagen aan te bieden. Dit zijn de bovenwettelijke vakantiedagen. Hierover worden meestal duidelijke afspraken gemaakt in het arbeidscontract van de medewerker.

Wettelijke vakantiedagen alleen in vrije tijd op te nemen

Een belangrijk verschil tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen is dat wettelijke vakantiedagen alleen in vrije tijd kunnen worden opgenomen. Uitkeren in geld kan bij wettelijke vakantiedagen alleen bij beëindiging van het dienstverband. Bovenwettelijke vakantiedagen kunnen zowel in vrije tijd als in geld worden opgenomen.

Wettelijke vakantiedagen komen na zes maanden te vervallen

Belangrijk om te weten is dat werknemers ook tijdens zwangerschaps- of ziekteverlof wettelijke vakantiedagen opbouwen. Afspraken over het opbouwen van bovenwettelijke vakantiedagen zijn vastgelegd in het arbeidscontract of in de CAO. Werknemers moeten van hun werkgever ook de kans krijgen om hun wettelijke vakantiedagen op te nemen. Dat is belangrijk want wettelijke vakantiedagen komen zes maanden na afloop van het jaar waarin zij zijn opgebouwd te vervallen. Wettelijke vrije uren die in 2018 zijn opgebouwd moeten dus uiterlijk vóór 1 juli 2019 zijn opgenomen.

Verjaringstermijn van vijf jaar voor bovenwettelijke vakantiedagen

Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt een verjaringstermijn van vijf jaar. Een werknemer kan zijn bovenwettelijke vakantiedagen die hij in 2018 heeft opgebouwd dus nog tot en met 2023 opnemen. Bovenwettelijke vakantiedagen mogen wel uitbetaald worden.

Als RechtNet Advocaten raden wij medewerkers daarom aan om hun opgebouwde wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen goed bij te houden. Daardoor komen zij bij het naderen van de verjaringstermijn niet voor verrassingen te staan.

Mocht je toch vragen hebben over je opgebouwde wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen, neem dan contact op met de arbeidsspecialisten van RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Kosten voor innen kleine vorderingen gaan omlaag

Minister Dekker van Rechtsbescherming wil de griffierechten voor kleinere vorderingen tussen 500 en 5.000 euro verlagen. Dat betekent dat het voor bedrijven en gerechtsdeurwaarders interessanter wordt om ook kleinere vorderingen te gaan innen.

Het huidige tarievenstelsel van griffierechten is in 2011 ingevoerd als opvolger van het percentagestelsel. Daarbij werd het griffierecht berekend als percentage van de hoogte van de vordering. Hiervan is destijds bewust afstand genomen, omdat bij iedere zaak op basis van de hoogte van de vordering het griffierecht moest worden berekend. Dat leidde ertoe dat het voor rechtzoekenden vrijwel onmogelijk was om inzicht te krijgen in het tarief dat zij moesten betalen. Daarom werd gekozen voor een nieuw systeem met vaste tarieven, die zijn gekoppeld aan de te vorderen bedragen.

Onbetaalde rekeningen

In de praktijk blijkt echter dat met name kleinere ondernemers door de hoge griffierechten niet meer naar de rechter stappen met onbetaalde rekeningen van net boven 500 euro. Op dit moment bedragen de griffierechten voor vorderingen tussen 500 en 12.500 euro voor rechtspersonen nog 476 euro. Een ander veel voorkomende klacht is het feit dat particulieren, die een incassoprocedure tegen een rechtspersoon verliezen, in veel gevallen worden veroordeeld tot betaling van het hogere griffierecht dat een rechtspersoon als eiser heeft moeten neertellen om de procedure te kunnen starten.

Griffierechten

In een brief aan de Tweede Kamer geeft Dekker aan dat hij tegemoet wil komen aan het bezwaar dat de natuurlijke persoon uiteindelijk opdraait voor de griffierechten van de rechtspersoon als hij de zaak verliest en de proceskosten moet vergoeden. Ook wil de minister van Rechtsbescherming iets doen aan het bezwaar van mkb-bedrijven, die vanwege de hoge griffierechten geen procedure starten bij vorderingen op andere ondernemingen.

Nieuwe tarieven

Dekker pleit er daarom voor om de tarieven voor rechtspersonen en natuurlijke personen dichter bij elkaar te brengen. Hij stelt dat dit zowel gunstig is voor rechtspersonen als voor natuurlijke personen. De minister wil hiervoor drie nieuwe tarieven instellen voor vorderingen van 500 tot 1.500 euro, van 1.500 tot 2.000 euro en van 2.500 tot 5.000 euro. Een bedrijf betaalt daardoor straks nog maar 300 euro in plaats van 476 euro bij een vordering tussen 500 en 1.500 euro. Voor particulieren wordt dat bedrag teruggebracht van 226 euro naar 200 euro.

Het is de bedoeling van de minister dat de wijzigingen in de tarieven budgetneutraal worden uitgevoerd. Dit betekent dat de griffierechten voor vorderingen vanaf 5.000 euro verhoogd gaan worden.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Maak duidelijke afspraken bij het afsluiten van een betalingsregeling

IncassobureauWanneer een hoog bedrag moet worden terugbetaald aan een schuldeiser, wordt vaak een betalingsregeling getroffen. Meestal is betaling van een hoog bedrag in één keer niet mogelijk en is betaling in termijnen de enige oplossing.

Een betalingsregeling is een gewone overeenkomst, die beide partijen moeten nakomen en die niet kan worden opgezegd zolang de schuldenaar aan zijn betalingsverplichting voldoet. Maar wat kan een schuldeiser doen als de financiële positie van de schuldenaar tussentijds zodanig verbetert, dat hij zeker weet dat deze persoon het gehele bedrag inmiddels in één keer kan terugbetalen?

Aanpassing van de betalingsregeling

De hoofdregel is dat een betalingsregeling die geldig tot stand is gekomen én wordt nagekomen, niet kan worden beëindigd. Toch oordeelde het Hof van Amsterdam in een zaak uit 2013 dat een schuldeiser een aanpassing van de betalingsregeling kon verlangen.

Verbeterde financiële positie

In deze zaak ging het om een schuld van 18.000 euro, die door de schuldenaar werd afgelost in termijnen van 50,- euro per maand. Na enige tijd was de financiële positie schuldenaar aanzienlijk verbeterd en verlangde de schuldeiser hogere aflossing. De schuldenaar beriep zich echter op de afgesloten betalingsregeling. Het Hof oordeelde dat door de veranderde financiële situatie van de schuldenaar in dit geval een hogere aflossing aan de schuldeiser op zijn plaats was.

Herzieningsclausule

Voor schuldeisers is het aan te raden om bij het afsluiten van een betalingsregeling met een schuldenaar ook altijd een zogenaamde herzieningsclausule op te nemen. In deze clausule kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat de betalingsregeling herzien kan worden indien de financiële situatie van de schuldenaar sterk verbetert.

Incassoprocedure

Een andere tip is om in de betalingsregeling fatale termijnen vast te leggen, zodat duidelijk is voor beide partijen wanneer iedere aflossing binnen moet zijn. Daarbij kan ook een bepaling worden opgenomen, dat wanneer een of meerdere termijnen niet of niet tijdig worden betaald de regeling direct vervalt en het (restant) bedrag ineens opeisbaar wordt. Daardoor kan een schuldeiser bij niet-nakoming direct een incassoprocedure starten voor het totale bedrag.

Heb je vragen over een betalingsregeling? Neem dan contact op met Rechtnet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Vennoten van VOF kunnen ook hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld

Een schuldeiser met een vordering op een VOF kan zowel de vennoten als de VOF aansprakelijk stellen. Op grond van artikel 18 van het Wetboek van Koophandel zijn vennoten namelijk hoofdelijk aansprakelijk voor de schuld van de VOF. Dit kan voor een schuldeiser gunstiger zijn als de vennoot persoonlijk meer verhaalsmogelijkheden heeft dan de VOF.

Bij een vordering op een VOF kan een schuldeiser twee aparte vorderingen indienen: een vordering die verhaalbaar is op het vennootschapsvermogen en een vordering op de vennoten persoonlijk. Voorwaarde is wel dat beide partijen apart aansprakelijk worden gesteld.

Vordering kan verjaren!

Indien vergeten wordt om één van beide partijen aansprakelijk te stellen, dan kan een vordering op de vennootschap of op de vennoten verjaren. In zo’n geval kan de vordering enkel nog worden verhaald op de partij die wél aansprakelijk wordt gesteld.

Incassoprocedure

In 2017 diende voor de rechtbank in Limburg een casus waarbij een vennoot van een VOF geld had geleend van een aangetrouwd familielid. Samen hadden zij daarvoor een constructie opgezet waarbij de VOF een factuur stuurde voor de verkoop van een paard ter waarde van 35.000 euro. Deze werd vervolgens betaald aan de VOF. Een maand later stuurde het familielid een factuur terug naar de VOF voor de verkoop van een paard, maar nu ter waarde van 37.500 euro. Ondanks verschillende aanmaningen bleef de vennoot van de VOF vervolgens in gebreke met betalen. Ook een afgesloten betalingsregeling werd niet nagekomen. Daarom besloot het familielid een incassoprocedure te starten tegen hem.

Betalingsverplichting

Volgens eiser was er sprake van een schijnconstructie: hij zou 35.000 euro uitlenen en dat bedrag zou de VOF na een maand terugbetalen met 2.500 euro rente. Er is nooit een paard overgedragen en terug geleverd. De rechter stelt vast dat de VOF tekortgeschoten is in de nakoming van zijn betalingsverplichting jegens de eiser.

Hoofdelijk aansprakelijk

De gedaagde voert ter verdediging nog aan dat de eiser de overeenkomst niet met hem, maar met de VOF heeft gesloten. De rechter gaf de gedaagde hierin gelijk, maar stelt dat dit niet tot gevolg mag hebben dat de vordering van de eiser wordt afgewezen. Want een VOF heeft weliswaar een afgescheiden vermogen dat los staat van de vermogens van de individuele vennoten. Maar vennoten van een VOF zijn wel hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de VOF. Dit versterkt de positie van schuldeisers van een VOF, want zij kunnen hun vordering verhalen op het vermogen van de VOF én op het privévermogen van de vennoten.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met Rechtnet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Mijn debiteur stopt met zijn bedrijf, wat nu?

debiteur stopt

Wat te doen bij een liquidatie?

Stel dat je als ondernemer nog geld tegoed hebt van een bedrijf, maar de debiteur stopt zijn zaak. Wat kun je dan nog doen als schuldeiser? RechtNet Advocaten helpt u hier graag verder mee.

Alsnog invorderen als debiteur stopt!

In de praktijk zijn er meerdere mogelijkheden om een vordering op een opgeheven BV alsnog te verhalen. Allereerst betekent bedrijfsbeëindiging door een debiteur niet dat de vorderingen op deze partij automatisch komen te vervallen.
Als een eigenaar van een BV na de bedrijfsbeëindiging niets doet en zijn schulden niet betaald, dan heeft een schuldeiser nog drie opties:
– Een verzoek tot heropening van de vereffening indienen bij de rechtbank. Indien de rechtbank dit verzoek toewijst dan ‘herleeft’ de BV en wordt een vereffenaar benoemd die de verdeling van de baten moet afwikkelen. Wanneer er onvoldoende baten aanwezig zijn om de schuld te voldoen, dan zal de vereffenaar alsnog het faillissement van de BV moeten aanvragen.
– Het faillissement van de klant aanvragen zonder dat om heropening van de vereffening wordt verzocht. Indien niet te verwachten is dat de (ontbonden) BV baten heeft en de openstaande schuld niet wordt betaald, dan is het raadzaam om het faillissement van de klant aan te vragen.
– Indien een oud-bestuurder zijn BV heeft ontbonden zonder te vereffenen, terwijl er baten aanwezig waren en een partij nog een vordering op de BV had, dan kan de oud-bestuurder (persoonlijk) aansprakelijk worden gesteld op grond van onrechtmatige daad. De schuldeiser moet dan kunnen aantonen dat het ten onrechte niet-vereffenen van de BV tot schade heeft geleid en dat de oud-bestuurder daarvoor aansprakelijk is.

Beëindiging rechtspersoon

De beëindiging van een rechtspersoon gebeurt in de praktijk meestal door een ontbindingsbesluit, gevolgd door de vereffening. Na dit besluit is de rechtspersoon ‘in liquidatie’. De statutair bestuurders moeten de bezittingen van de rechtspersoon verkopen en met de opbrengst de schuldeisers compenseren. Wanneer er meer schulden dan baten zijn, dan is de vereffenaar verplicht om aangifte tot faillietverklaring te doen. Doet hij dit niet dan loopt hij de kans aansprakelijk te worden gesteld.

Schuldeisersakkoord

Het faillissement kan alleen achterwege blijven wanneer overeenstemming met de schuldeisers wordt bereikt. Zo’n ‘schuldeisersakkoord’ komt in de praktijk vaak voor. Schuldeisers krijgen dan een percentage van de vordering, in ruil voor kwijting van het restant. Voor de meeste crediteuren is dit het maximaal haalbare, omdat hun vooruitzichten bij faillissement slecht zijn.

Debiteur stopt, bel ons?

Krijgt u te maken met een wanbetaler? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten. Wij hanteren voor elke openstaande vordering een eigen aanpak. Daarbij wordt op professionele wijze rekening gehouden met de relatie tussen u en uw klant. Deze maatwerk aanpak, in combinatie met de grote deskundigheid en ervaring van ons incassokantoor, zorgt voor het beste resultaat met oog voor uw relatie met de wanbetaler.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

MEER INFORMATIE ONTVANGEN?

Vul het formulier in voor meer informatie



Sluiten