Na de Tweede Kamer heeft ook de Eerste Kamer op 2 juni ingestemd met het wetsvoorstel voor herziening van het beslag- en executierecht. Het wetsvoorstel is bedoeld om mensen met schulden effectiever te helpen en tegelijkertijd het aantal problematische schulden terug te dringen. Verder zorgt de aanpassing van het beslagrecht ervoor dat de kosten van beslag en executie omlaag gaan.

Het beslag- en executierecht zorgt ervoor dat een gerechtelijke beslissing uitgevoerd kan worden. Meestal gaat het hierbij om geldvorderingen, bijvoorbeeld als iemand zijn schulden niet kan of wil betalen. Vaak heeft de schuldenaar dan al een of meerdere aanmaningen ontvangen. De volgende stap is dat de schuldeiser naar de rechter stapt om die een vonnis uit te laten spreken dat de schuldenaar de vordering moet betalen. Met dit vonnis kan de schuldeiser een deurwaarder inschakelen om beslag te laten leggen op het vermogen van de schuldenaar, zoals bijvoorbeeld de bankrekening, diens loon of uitkering.

Beslag op roerende en onroerende zaken

Als beslag wordt gelegd op het vermogen van iemand, dan wordt het tegoed op de bankrekening van deze persoon bevroren. Bij beslag op roerende en onroerende zaken is de volgende stap dat er een executieverkoop wordt gehouden. Uit de opbrengst wordt vervolgens de vordering van de schuldeiser voldaan. Het beslag- en executierecht zorgt er dus voor dat een vordering kan worden voldaan als de schuldenaar zelf niet betaald. Het zorgt ervoor dat een vonnis van de rechter wordt nageleefd.

Bestaansminimum

De aanpassingen in het beslag- en executierecht zijn bedoeld om te voorkomen dat een schuldenaar door het beslag geen bestaansminimum meer overhoudt. Zo wordt bijvoorbeeld een beslagvrij bedrag bij beslag op een bankrekening ingevoerd. Ook mag in de nieuwe regelgeving geen beslag worden gelegd op de niet-bovenmatige inboedel van de schuldenaar. Die zal daardoor de beschikking blijven behouden over de voorwerpen die over het algemeen aanwezig zijn binnen een huishouden (zoals bedden, een koelkast, tafel, stoelen en een wasmachine). Daarnaast mag geen beslag worden gelegd op zaken die de betrokkene en zijn gezin redelijkerwijs nodig hebben voor de persoonlijke levensbehoeften en algemene dagelijkse levensbehoeften. Hieronder zullen onder meer vallen: toiletartikelen, een computer, kinderspeelgoed en hulpmiddelen als een rollator. Verder mag er geen beslag worden gelegd op roerende zaken, waarvan de financiële waarde dusdanig laag is dat de kosten van het beslag de baten overstijgen.

Executie verkoop

Met de aanpassingen moet voorkomen worden dat beslaglegging door schuldeisers uitsluitend wordt ingezet als pressiemiddel. Tevens worden de regels gemoderniseerd, zodat onder andere het gebruik van internetveilingen mogelijk wordt voor de executie verkoop van roerende zaken.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Hoe bereken je de minimale buitengerechtelijke kosten? Dit is een veelgestelde vraag van schuldenaren. Schuldeisers dan wel hun incassobureaus rekenen vaak gewoon over elke factuur het minimale bedrag conform het Besluit normering incassokosten. Maar is dit terecht?

Heeft u een vraag bel dan met één van onze ervaren advocaten op nummer 073 615 43 11 of vul het webformulier aan de rechterzijde van deze pagina in!

Berekening minimale buitengerechtelijke kosten voor bedrijven?

In artikel 6:96 lid 4 Burgerlijk Wetboek staat opgenomen er wanneer er sprake is van een handelsovereenkomst de vergoeding voor de buitengerechtelijke kosten in ieder geval € 40,00 bedraagt. Hiervoor behoeft niet te worden aangemaand. Het betreft hier dwingend recht waarvan niet ten nadele van de schuldeiser kan worden afgeweken. Bij een handelsovereenkomst geldt ook de verplichting om de debiteur een extra betalingstermijn van 14 dagen te gunnen niet. Artikel 6:96 lid 6 Bw is hierbij niet van toepassing.

Berekening buitengerechtelijke kosten voor particulieren

Ook aan een particulier mag het minimale bedrag ad € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten in rekening worden gebracht. De schuldeiser dient dan wel debiteur conform de regels van artikel 6:96 lid 6 Bw aan te schrijven. Hierin is bepaald dat debiteur een wettelijke aanmaning dient te krijgen waarin alsnog een extra betaaltermijn van 14 dagen wordt gegeven. In de aanmaning dient tevens het exacte bedrag aan buitengerechtelijke kosten conform het Besluit normering incassokosten te worden opgenomen. Voldoet de aanmaning niet aan de vereisten, kunnen de kosten niet op debiteur worden verhaald.

Waarover mogen de kosten worden berekend?

Als een particulier meerdere vorderingen onbetaald laat en hiervoor door een schuldeiser kan worden aangemaand, dan dient dit te geschieden in één aanmaning. De buitengerechtelijke kosten zijn dan ook beduidend lager in verhouding dan die bij bedrijven. Er mag dus niet het minimale bedrag ad € 40,00, zoals bij bedrijven, over elke vordering/factuur in rekening worden gebracht. Voor de berekening van de buitengerechtelijke kosten dienen alle vorderingen bij elkaar te worden opgeteld!

Vrijblijvend advies?

Heeft u vragen over de berekening van buitengerechtelijke kosten of wenst u gratis een voorbeeld wettelijke aanmaning te verkrijgen, neem dan vrijblijvend contact op met RechtNet Advocaten. Onze incassoadvocaten zijn u graag van dienst. Neem voor een vrijblijvend advies direct contact op met telefoonnummer 073 – 615 43 11 of mail naar info@rechtnet.nl

Of stel uw vraag online danwel ga een chatsessie aan met één van onze ervaren advocaten.

Iedereen heeft het vast wel een keer gezien op televisie of via social media. Een paard dat voor een hindernis opeens stopt, waardoor de ruiter er vanaf valt en gewond raakt. Of een wielrenner die ten val komt en ernstig letsel oploopt, omdat een hond even ontsnapt aan de aandacht van zijn baasje. Wie is dan aansprakelijk voor schade?

Bezitter van dier aansprakelijk

In zulke gevallen wordt vaak een beroep gedaan op Artikel 6:179 BW. Uitgangspunt voor de toepasselijkheid van Artikel 6:179 BW is dat de schade door het dier is aangericht, te weten door de eigen energie van het dier en het onberekenbare element dat daarin besloten ligt. Of de gedraging van het dier te verwachten is of niet, doet daarbij niet ter zake.

Wielrenner schrikt van hond en valt

De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of de eigenaar van een hond aansprakelijk was voor een ernstig ongeval van een wielrenner. De hond veroorzaakte daarbij niet rechtstreeks de schade. De wielrenner fietste over een wandelpad, waarbij een voetganger hem tegemoet liep. Bij het passeren van de voetganger zag de renner de hond, waarna hij schrok, hard remde en zwaar ten val kwam. De rechtbank stelde in deze zaak dat de hond de wielrenner tegemoet is gelopen. De bezitter van de hond is volledig aansprakelijk. De gedaagde stelt in zijn verweer nog dat de te strak afgestelde remmen van de fiets ervoor hebben gezorgd dat de renner zijn fiets niet tot stilstand kon brengen en dat dit de val heeft veroorzaakt. De rechter gaat hier niet in mee. Hij acht voldoende bewezen dat het gedrag van het dier de oorzaak van het ontstaan van de schade was.

Amazone valt van pony

Nog een voorbeeld: het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden deed onlangs uitspraak over de aansprakelijkheid voor een ruiter ongeval. In deze zaak ging het om een 19-jarige ervaren amazone, die tijdens een ponyrijles van haar pony viel en letsel opliep. De rechtbank oordeelde in eerste instantie dat het ongeval was veroorzaakt door een fout van de ruiter. De pony zou onvoldoende aansturing hebben gekregen, waardoor hij de hindernis niet op de beoogde wijze heeft genomen.

Zelfstandig gedrag van dier

Het Gerechtshof stelde bij de bespreking van deze zaak in hoger beroep op voorhand dat het geschil beperkt was tot de vraag of het ongeval onder het bereik van artikel 6:179 BW valt. Het Hof kwam vervolgens tot de conclusie dat de val veroorzaakt is door het zelfstandige gedrag van de pony. Dit omdat het dier zelfstandig besloot af te remmen en tot stilstand te komen. Omdat een dier, ook als het wordt bereden, geleid gedrag kan vertonen waarop degene die hem berijdt of leidt geen invloed heeft, valt zo’n geval ook onder de risicoaansprakelijkheid voor dieren, conform artikel 6:179 BW.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Een procedure starten tegen een debiteur die failliet wordt verklaard, kost een ondernemer al gauw veel geld. Indien het om een natuurlijke persoon gaat, kan de vordering in sommige gevallen op een andere, goedkopere manier worden geïnd.

Indien het faillissement van een natuurlijke persoon eindigt met een verificatievergadering waarbij de vordering wordt erkend, betekent dit dat het proces-verbaal van die verificatievergadering een executoriale titel (ook wel grosse genoemd) krijgt.

Proces-verbaal uitvoeren

Daardoor staat de vordering na afloop van het faillissement vast en kan de resterende vordering in een later stadium alsnog worden verhaald. Met de grosse hoeft de schuldeiser ook niet langs de rechter, maar kan hij een deurwaarder direct opdragen om uitvoering te geven aan het proces-verbaal en zo alsnog het restant van zijn vordering betaald krijgen. Dit kan uiteraard alleen als nog niet eerder een betalingsregeling is getroffen met de debiteur.

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

Het proces-verbaal van de verificatievergadering levert eveneens een executoriale titel op in het geval de WSNP (Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen) niet eindigt met een schone lei. Daarmee kan een schuldeiser nadien alsnog beslag laten leggen in het geval hij nog geen vonnis of dwangbevel had. Het opvragen van de grosse van een proces-verbaal van de verificatievergadering bij de rechtbank is in ieder geval een stuk goedkoper dan zelf een proces starten bij de rechtbank.

Verjaring na 20 jaar

De debiteur kan nog jaren achtervolgd worden door zijn schuldeisers. In een uitspraak in 2016 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de bevoegdheid om het proces-verbaal van de verificatievergadering ten uitvoer te leggen pas na 20 jaar verjaart.

Gebrek aan baten

Hier moeten wel enkele kanttekeningen bij worden geplaatst. Indien een faillissement eindigt wegens een gebrek aan baten (zoals meestal het geval is), wordt er geen verificatievergadering gehouden en kan deze werkwijze niet worden toegepast. Hetzelfde geldt min of meer voor failliete rechtspersonen, want die worden na de verificatievergadering ontbonden zodat er na het proces-verbaal niets meer te executeren valt.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Het kabinet gaat de misstanden in de incassomarkt aanpakken. Er komt een incassoregister waar incassobureaus verplicht ingeschreven moeten zijn. Daarnaast komen er eisen voor het uitoefenen van incassowerkzaamheden en komt er een systeem van toezicht en handhaving. Dit moet voorkomen dat kwetsbare schuldenaren geconfronteerd worden met onjuiste incassopraktijken en ervoor zorgen dat de kwaliteit en de dienstverlening van de gereguleerde incassosector verbetert.

Casimir Vink, eigenaar van RechtNet Advocaten, is blij met de komst van het incassoregister. ‘Tot nu toe hoefde er voor het starten van een incassobureau geen opleiding te worden gevolgd. Er werd niet gecontroleerd of de oprichter van het incassobureau een strafblad heeft. Daardoor bestaan er veel malafide incassobureaus. Als RechtNet Advocaten behoren wij pertinent niet tot deze groep. Daarom kunnen wij deze ontwikkeling alleen maar toejuichen. Op deze manier wordt het kaf van het koren gescheiden.’

Begrijpelijke taal gebruiken

De aanpak van misstanden in de incassomarkt is onderdeel van de Brede Schuldenaanpak van het kabinet. ‘De misstanden in de incassomarkt moeten worden aangepakt. Als je schulden maakt moet je die natuurlijk betalen’, aldus minister Dekker. Hij vervolgt: ‘Maar het innen van schulden moet wel op een verantwoorde manier gebeuren. Ook moeten incassobureaus zorgvuldige en begrijpelijke taal gebruiken zodat mensen weten wat hun rechten en plichten zijn.’

Kwaliteitseisen en professionaliteit

Alleen partijen die voldoen aan de kwaliteitseisen en professionaliteit kunnen partijen zich inschrijven in het incassoregister. Deze inschrijving wordt een verplichting om actief te zijn in de incassomarkt en geldt zowel voor incassobureaus die uit naam van een schuldeiser vorderingen innen als voor partijen die bedrijfsmatig vorderingen kopen om deze vervolgens zelf te innen. Voor de inrichting van een incassoregister en de bijbehorende handhaving en toezicht wordt een nieuw wetsvoorstel voorbereid en zoveel mogelijk gelijktijdig wordt de feitelijke invoering voorbereid zodat inwerkingtreding medio 2021 mogelijk is.

Altijd het beste resultaat

‘Wij hanteren voor elke openstaande vordering een eigen aanpak’, vertelt Casimir over de werkwijze van RechtNet Advocaten. ‘Daarbij wordt op professionele wijze rekening gehouden met de relatie tussen de schuldeiser en zijn klant. Deze maatwerk aanpak, in combinatie met de grote deskundigheid en ervaring van ons incassokantoor, zorgt altijd voor het beste resultaat.’

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Het salaris gemachtigde bij de kantonrechter is per 1 januari 2019 hoger geworden. Met ingang van deze datum heeft voor het eerst in 14 jaar een indexatie plaatsgevonden van 20,1 procent, waardoor de kosten bij gerechtelijke procedures bij de kantonrechter voortaan ruimer worden vergoed dan voorheen.

In mei 2018 zijn de liquidatietarieven bij rechtbanken en gerechtshoven reeds geïndexeerd. Dit was in eerste instantie vooral voordelig voor procespartijen die een advocaat hadden ingeschakeld. Want de indexatie gold uitsluitend voor de advocaatkosten en niet voor de kosten voor rechtsbijstand van de procespartij die de rechtszaak heeft gewonnen.

Verliezer betaalt proceskosten

De hoofdregel is nu geworden dat de partij die in de gerechtelijke procedure in het ongelijk wordt gesteld, wordt veroordeeld in de proceskosten. De verliezer betaalt dus de proceskosten. Ook het griffierecht dient volledig te worden betaald door de partij die in het ongelijk is gesteld door de rechtbank. Hiermee is de ongelijkheid in zaken, waarin procespartijen met of zonder advocaat procederen, nu rechtgetrokken.

Griffierechten en deurwaarderskosten geïndexeerd

Overige tarieven zijn niet gewijzigd per 1 januari 2019. De griffierechten en deurwaarderskosten zijn zoals gebruikelijk jaarlijks geïndexeerd binnen de gebruikelijke marges. Het griffierecht voor de meeste belastingzaken in eerste aanleg voor natuurlijke personen gaat van 46 naar 47 euro. Voor een aantal specifieke belastingzaken – onder andere dividendbelasting, omzetbelasting en BPM – stijgt het tarief voor natuurlijke personen van 170 naar 174 euro. Voor rechtspersonen geldt in alle belastingzaken dat het tarief stijgt van 338 naar 345 euro. In hoger beroep en cassatie stijgt in de meeste belastingzaken het griffierecht voor natuurlijke personen van 126 naar 128 euro. In de specifieke belastingzaken stijgt het tarief voor natuurlijke personen van 253 naar 259 euro. Voor rechtspersonen geldt in alle belastingzaken dat het tarief stijgt van 508 naar 519 euro.

Ook de bedragen van de dwangsom bij niet tijdig beslissen, de vergoeding voor aanmaning en enkele bedragen uit het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn geïndexeerd.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

In mei 2016 plaatste ik een bericht over de bijdrage in de verhuiskosten bij een renovatie (art. 7:220, vijfde lid BW). De Hoge Raad bepaalde namelijk op 22 april 2016 dat een verhuurder verplicht is een vergoeding aan de huurder te betalen bij een gedwongen verhuizing door renovatie. Sinds 1 maart 2018 bedraagt de minimumvergoeding € 5.993,-. Het betreft hier dwingend recht. 

Lagere rechtspraak

Het voorgaande hield tot voor kort in dat de verhuurder en de huurder niets anders kunnen bepalen. Zelfs indien de verhuurder een vervangende woning ter beschikking stelde, diende er een vergoeding te worden betaald. Recentelijk is er echter een afwijkende tendens waar te nemen in de lagere rechtspraak. Zowel in Utrecht als in Rotterdam vinden de kantonrechters het arrest van de Hoge Raad in bijzondere gevallen te ver gaan.

Kantonrechter in Amersfoort

Zo heeft de kantonrechter in Amersfoort de vergoeding vastgesteld op een lager bedrag van € 1.500,00. De verhuurder heeft in dit bijzondere geval een volledig ingerichte logeerwoning ter beschikking gesteld. Bij wijze van spreken hoefde de huurder alleen zijn toilettas mee te nemen naar deze wisselwoning. De kantonrechter oordeelt wel dat er altijd een vergoeding verschuldigd is, maar is van mening dat de redelijkheid en billijkheid eisen dat de vergoeding naar beneden wordt bijgesteld.

Kantonrechter in Rotterdam

In Rotterdam is de kantonrechter kort geleden nog verder gegaan. Hij was van mening dat er helemaal geen vergoeding verschuldigd was. In dit geval mochten de huurders tevens in een volledig ingerichte logeerwoning verblijven tijdens de renovatie. Alle spullen mochten in de eigen woning achterblijven. De kantonrechter oordeelde daardoor dat er geen sprake meer was van een noodzakelijke verhuizing waarvoor een vergoeding verschuldigd is (art. 7:220, vijfde lid BW).

Ook de kantonrechter in Utrecht heeft inmiddels een soortgelijk oordeel uitgesproken.

Conclusie

Het lijkt er op dat de lagere rechtspraak zich verzet tegen het arrest van de Hoge Raad van 22 april 2016, althans dat er een belangrijke nuance aan het plaatsvinden is. Deze uitspraken lijken logisch. De minimumvergoeding is namelijk verschuldigd ter compensatie van verhuiskosten. Als deze kosten bespaard blijven door toedoen van de verhuurder, dan moet deze vergoeding gematigd kunnen worden. De uitspraken zijn echter nog niet getoetst in hoger beroep. De vraag is of deze uitspraken stand gaan houden. De tijd zal het leren…

RechtNet Advocaten

Zowel verhuurders en huurders kunnen met vragen over de verhuiskostenvergoeding bij RechtNet Advocaten terecht. Weigert uw huurder om in te stemmen met lagere vergoeding, terwijl u een vervangende woning ter beschikking stelt? Of weigert uw verhuurder om een verhuiskostenvergoeding te voldoen, terwijl u noodgedwongen moet verhuizen? Neem dan vrijblijvend contact op met onze huurrecht advocaat.

RechtNet Advocaten kan u van gericht advies voorzien en de vergoeding voor u incasseren. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073 – 615 43 11 of via e e-mail: info@rechtnet.nl

mr. Casimir Vink

Vakantiedagen leiden in veel organisaties tot vragen. Voor werknemers is het belangrijk dat zij weten wat hun rechten en plichten zijn. RechtNet Advocaten helpt werknemers graag om niet opgenomen vakantiedagen alsnog geïncasseerd te krijgen.

Wettelijke en Bovenwettelijke vakantiedagen

Elke werknemer heeft jaarlijks recht op een aantal vakantiedagen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen. In de wet is vastgelegd dat een werknemer vier keer het aantal contracturen per week aan vakantie krijgt. Een medewerker die 40 uur per week werkt, heeft dus recht op 160 vakantie-uren. Dit zijn de wettelijke vakantie-uren. Daarnaast staat het werkgevers vrij om hun medewerkers extra vakantiedagen aan te bieden. Dit zijn de bovenwettelijke vakantiedagen. Hierover worden meestal duidelijke afspraken gemaakt in het arbeidscontract van de medewerker.

Wettelijke vakantiedagen alleen in vrije tijd op te nemen

Een belangrijk verschil tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen is dat wettelijke vakantiedagen alleen in vrije tijd kunnen worden opgenomen. Uitkeren in geld kan bij wettelijke vakantiedagen alleen bij beëindiging van het dienstverband. Bovenwettelijke vakantiedagen kunnen zowel in vrije tijd als in geld worden opgenomen.

Wettelijke vakantiedagen komen na zes maanden te vervallen

Belangrijk om te weten is dat werknemers ook tijdens zwangerschaps- of ziekteverlof wettelijke vakantiedagen opbouwen. Afspraken over het opbouwen van bovenwettelijke vakantiedagen zijn vastgelegd in het arbeidscontract of in de CAO. Werknemers moeten van hun werkgever ook de kans krijgen om hun wettelijke vakantiedagen op te nemen. Dat is belangrijk want wettelijke vakantiedagen komen zes maanden na afloop van het jaar waarin zij zijn opgebouwd te vervallen. Wettelijke vrije uren die in 2018 zijn opgebouwd moeten dus uiterlijk vóór 1 juli 2019 zijn opgenomen.

Verjaringstermijn van vijf jaar voor bovenwettelijke vakantiedagen

Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt een verjaringstermijn van vijf jaar. Een werknemer kan zijn bovenwettelijke vakantiedagen die hij in 2018 heeft opgebouwd dus nog tot en met 2023 opnemen. Bovenwettelijke vakantiedagen mogen wel uitbetaald worden.

Als RechtNet Advocaten raden wij medewerkers daarom aan om hun opgebouwde wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen goed bij te houden. Daardoor komen zij bij het naderen van de verjaringstermijn niet voor verrassingen te staan.

Mocht je toch vragen hebben over je opgebouwde wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen, neem dan contact op met de arbeidsspecialisten van RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Minister Dekker van Rechtsbescherming wil de griffierechten voor kleinere vorderingen tussen 500 en 5.000 euro verlagen. Dat betekent dat het voor bedrijven en gerechtsdeurwaarders interessanter wordt om ook kleinere vorderingen te gaan innen.

Het huidige tarievenstelsel van griffierechten is in 2011 ingevoerd als opvolger van het percentagestelsel. Daarbij werd het griffierecht berekend als percentage van de hoogte van de vordering. Hiervan is destijds bewust afstand genomen, omdat bij iedere zaak op basis van de hoogte van de vordering het griffierecht moest worden berekend. Dat leidde ertoe dat het voor rechtzoekenden vrijwel onmogelijk was om inzicht te krijgen in het tarief dat zij moesten betalen. Daarom werd gekozen voor een nieuw systeem met vaste tarieven, die zijn gekoppeld aan de te vorderen bedragen.

Onbetaalde rekeningen

In de praktijk blijkt echter dat met name kleinere ondernemers door de hoge griffierechten niet meer naar de rechter stappen met onbetaalde rekeningen van net boven 500 euro. Op dit moment bedragen de griffierechten voor vorderingen tussen 500 en 12.500 euro voor rechtspersonen nog 476 euro. Een ander veel voorkomende klacht is het feit dat particulieren, die een incassoprocedure tegen een rechtspersoon verliezen, in veel gevallen worden veroordeeld tot betaling van het hogere griffierecht dat een rechtspersoon als eiser heeft moeten neertellen om de procedure te kunnen starten.

Griffierechten

In een brief aan de Tweede Kamer geeft Dekker aan dat hij tegemoet wil komen aan het bezwaar dat de natuurlijke persoon uiteindelijk opdraait voor de griffierechten van de rechtspersoon als hij de zaak verliest en de proceskosten moet vergoeden. Ook wil de minister van Rechtsbescherming iets doen aan het bezwaar van mkb-bedrijven, die vanwege de hoge griffierechten geen procedure starten bij vorderingen op andere ondernemingen.

Nieuwe tarieven

Dekker pleit er daarom voor om de tarieven voor rechtspersonen en natuurlijke personen dichter bij elkaar te brengen. Hij stelt dat dit zowel gunstig is voor rechtspersonen als voor natuurlijke personen. De minister wil hiervoor drie nieuwe tarieven instellen voor vorderingen van 500 tot 1.500 euro, van 1.500 tot 2.000 euro en van 2.500 tot 5.000 euro. Een bedrijf betaalt daardoor straks nog maar 300 euro in plaats van 476 euro bij een vordering tussen 500 en 1.500 euro. Voor particulieren wordt dat bedrag teruggebracht van 226 euro naar 200 euro.

Het is de bedoeling van de minister dat de wijzigingen in de tarieven budgetneutraal worden uitgevoerd. Dit betekent dat de griffierechten voor vorderingen vanaf 5.000 euro verhoogd gaan worden.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

Wanneer een hoog bedrag moet worden terugbetaald aan een schuldeiser, wordt vaak een betalingsregeling getroffen. Meestal is betaling van een hoog bedrag in één keer niet mogelijk en is betaling in termijnen de enige oplossing.

Een betalingsregeling is een gewone overeenkomst, die beide partijen moeten nakomen en die niet kan worden opgezegd zolang de schuldenaar aan zijn betalingsverplichting voldoet. Maar wat kan een schuldeiser doen als de financiële positie van de schuldenaar tussentijds zodanig verbetert, dat hij zeker weet dat deze persoon het gehele bedrag inmiddels in één keer kan terugbetalen?

Aanpassing van de betalingsregeling

De hoofdregel is dat een betalingsregeling die geldig tot stand is gekomen én wordt nagekomen, niet kan worden beëindigd. Toch oordeelde het Hof van Amsterdam in een zaak uit 2013 dat een schuldeiser een aanpassing van de betalingsregeling kon verlangen.

Verbeterde financiële positie

In deze zaak ging het om een schuld van 18.000 euro, die door de schuldenaar werd afgelost in termijnen van 50,- euro per maand. Na enige tijd was de financiële positie schuldenaar aanzienlijk verbeterd en verlangde de schuldeiser hogere aflossing. De schuldenaar beriep zich echter op de afgesloten betalingsregeling. Het Hof oordeelde dat door de veranderde financiële situatie van de schuldenaar in dit geval een hogere aflossing aan de schuldeiser op zijn plaats was.

Herzieningsclausule

Voor schuldeisers is het aan te raden om bij het afsluiten van een betalingsregeling met een schuldenaar ook altijd een zogenaamde herzieningsclausule op te nemen. In deze clausule kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat de betalingsregeling herzien kan worden indien de financiële situatie van de schuldenaar sterk verbetert.

Incassoprocedure

Een andere tip is om in de betalingsregeling fatale termijnen vast te leggen, zodat duidelijk is voor beide partijen wanneer iedere aflossing binnen moet zijn. Daarbij kan ook een bepaling worden opgenomen, dat wanneer een of meerdere termijnen niet of niet tijdig worden betaald de regeling direct vervalt en het (restant) bedrag ineens opeisbaar wordt. Daardoor kan een schuldeiser bij niet-nakoming direct een incassoprocedure starten voor het totale bedrag.

Heb je vragen over een betalingsregeling? Neem dan contact op met Rechtnet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.

1 2 3 6