Transitievergoeding voor werkneemster met slapend dienstverband

Een kraamverzorgster die al meer dan twee jaar ziek thuis zit, krijgt toestemming van het UWV om twee maanden voor 20 uur per week ergens op ‘proefplaatsing’ te gaan werken. Ze informeert haar werkgever over deze proefplaatsing en die laat weten dat hij de arbeidsovereenkomst met de werkneemster niet zal beëindigen. De proefplaatsing wordt geen succes en de kraamverzorgster doet vervolgens met succes een beroep op het Xella-arrest om een transitievergoeding van haar werkgever te krijgen.

De Hoge Raad heeft in het Xella-arrest bepaald dat de werkgever na twee jaar arbeidsongeschiktheid van de werknemer moet instemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden onder toekenning van de transitievergoeding.

Verplichting tot doorbetaling

De feiten in deze zaak op een rijtje: De kraamverzorgster zit al meer dan twee jaar ziek thuis. Zij ontvangt na twee jaar geen loon meer van de werkgever, maar haar dienstverband is nog niet beëindigd. Vanaf dat moment ontvangt zij een WW-uitkering. De werkneemster gaat vervolgens twee maanden voor 20 uur per week ergens op ‘proefplaatsing’ werken. Omdat zij tijdens de proefplaatsing geen loon ontvangt, betaalt het UWV haar WW-uitkering door.

Arbeidsovereenkomst wordt niet beëindigd

De werkneemster informeert ook de werkgever over de proefplaatsing. Die geeft aan dat hij de arbeidsovereenkomst met de werkneemster niet zal beëindigen. De proefplaatsing wordt geen succes en stopt voortijdig. De werkneemster stapt daarop naar de rechter en vordert dat de werkgever haar een transitievergoeding moet toekennen. De rechter stelt de werkneemster in het gelijk. Hij concludeert dat de vrouw als gevolg van ziekte of gebrek niet in staat is om het werk van kraamverzorgster te verrichten. Omdat zij al de periode van twee jaar heeft doorlopen en tot nu toe niet herplaatst is bij de werkgever, gaat de rechter ervan uit dat een herplaatsing niet mogelijk is.

Slapend dienstverband

De werkneemster heeft enkele maanden eerder reeds gevraagd aan haar werkgever om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen onder toekenning van de transitievergoeding. De werkgever weigerde hierop in te gaan en stelt dat de werkneemster degene is die de arbeidsovereenkomst moet opzeggen, omdat zij elders werk heeft gevonden. Volgens de werkgever moet daarom een uitzondering gemaakt worden op het door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunt dat in geval van een slapend dienstverband de werkgever dient in te stemmen met een beëindigingsvoorstel van de werknemer.

In strijd met goed werkgeverschap

Deze vlieger gaat in dit geval niet op, omdat de werkneemster op het moment van haar verzoek nog niet elders werkzaam was. Bovendien ging het om een tijdelijke proefplaatsing, waardoor de medewerkster niet verplicht was om zelf de arbeidsovereenkomst op te zeggen. De kantonrechter is van mening dat de werkgever verplicht was in te stemmen met het eerdere verzoek van de werkneemster om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Nu de werkgever dat niet gedaan heeft, heeft hij gehandeld in strijd met goed werkgeverschap. De kantonrechter veroordeelt de werkgever tot betaling aan de werkneemster van 12.470,01 euro.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073-6154311.