Bouwt een werknemer in een slapend dienstverband nog vakantiedagen op? Die vraag is actueel in het arbeidsrecht nu twee kantonrechters hierover volledig anders hebben geoordeeld. De ene kantonrechter in Arnhem oordeelde dat ook bij een slapend dienstverband de opbouw van vakantie uren blijft doorlopen, terwijl de andere kantonrechter in Groningen concludeerde dat bij een slapend dienstverband geen recht bestaat op jaarlijkse vakantie met behoud van loon.
Bekijk hier onze rechtsgebieden
Er wordt gesproken van een slapend dienstverband wanneer een werkgever na 104 weken ziekte van een medewerker het dienstverband niet afsluit, maar de werknemer geen loon meer ontvangt. Het recht op vakantie met behoud van loon is ook opgenomen in de Europese regelgeving.
Koppeling met recht op loon
Dit recht is er volgens de Europese arbeidswetgeving om twee redenen: het biedt de werknemer een recuperatieperiode en een periode van ontspanning en vrije tijd. Bovendien mag de nationale wetgeving niet in strijd zijn met de Europese arbeidswetgeving.
Toch zijn er verschillen in de praktijk: In Nederland is het recht op vakantie met behoud van loon opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. De opbouw van vakantiedagen is daarbij expliciet gekoppeld aan het recht op loon. Indien er geen inkomen wordt verdiend, worden ook geen vakantiedagen opgebouwd. In de Europese arbeidswetgeving is het recht op doorbetaalde vakantie niet afhankelijk van het recht op loon.
Ook rechters interpreteren de regels verschillend, zo blijkt nu in de praktijk. De kantonrechter in Arnhem oordeelde in augustus 2025 dat ook medewerkers ook bij een slapend dienstverband vakantiedagen blijven opbouwen. Hij wees daarbij op het feit dat het in strijd is met de Europese arbeidswetgeving om de opbouw van vakantiedagen te laten afhangen van het recht op loon. In deze zaak ging het om een werknemer met een slapend dienstverband, die een IVA-uitkering ontving en geen arbeid meer verrichtte. Volgens de kantonrechter in Arnhem behield de man desondanks recht op de opbouw van vakantiedagen.
Bekijk hier onze incasso diensten
Verschil tussen wachttijd en slapend dienstverband
Eind december kwam de kantonrechter in Groningen echter tot een heel andere conclusie. In deze zaak ging het om een installatiemonteur met een slapend dienstverband, die sinds november 2023 een WIA-uitkering ontvangt. Hij werkte niet meer en ontving ook geen loon. Desondanks claimde hij wel bijna 240 vakantieuren te hebben opgebouwd na het einde van de wachttijd (104 weken). Hij stelde dat de nationale wetgeving over de opbouw van vakantiedagen in strijd is met Europees recht en verwees in dit verband ook naar de eerdere uitspraak van de kantonrechter Arnhem.
Hier oordeelde de kantonrechter dat bij een slapend dienstverband geen recht bestaat op jaarlijkse vakantie met behoud van loon. Hij wees het verzoek van de werknemer om de vakantieuren alsnog uitbetaald te krijgen af. Er is volgens hem een verschil tussen de arbeidsongeschikte werknemer die zich in de 104 weken wachttijd bevindt en de arbeidsongeschikte werknemer met een slapend dienstverband. Bij een slapend dienstverband bestaat geen recht op loon, dus kan er van behoud van loon ook geen sprake zijn. Verder vallen werknemers volgens de kantonrechter na de 104 weken wachttijd vaak terug op een sociale zekerheidsuitkering, die in beginsel tijdens vakantie doorloopt. Op die wordt dus ook voorzien in vakantie met behoud van uitkering.
Wordt vervolgd
Indien de lijn van de kantonrechter in Groningen in de toekomst wordt gevolgd, dan hoeven werkgevers na 104 weken ziekte van een werknemer geen rekening meer te houden met verdere opbouw van vakantiedagen bij een slapend dienstverband. Tegelijkertijd maken deze twee uitspraken duidelijk dat de rechtspraak verdeeld is over dit thema. Hogere rechtspraak lijkt dan ook onvermijdelijk. Er komt dus ongetwijfeld nog een vervolg op dit dossier.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.
Vragen? Neem contact met ons op

