Waar bent u naar op zoek?

RechtNet Advocaten

Blog

Geen verrekeningsbevoegdheid bij na verjaring ontstane schuld

De Hoge Raad heeft onlangs een belangrijke uitspraak gedaan over de verrekeningsbevoegdheid bij verjaarde vorderingen. In twee arresten oordeelde de Hoge Raad dat een verjaarde vordering níet kan worden verrekend met een schuld die pas ná voltooiing van die verjaring is ontstaan.   

Bekijk hier onze rechtsgebieden

Artikel 6:131 lid van het Burgerlijk Wetboek stelt dat de bevoegdheid tot verrekening niet eindigt door verjaring van de vordering. In de praktijk wordt deze bepaling soms echter zo gelezen dat een verjaarde vordering altijd nog kan worden ingezet voor verrekening. De Hoge Raad oordeelt hier nu anders over.De Hoge Raad benadrukt dat het bewuste artikel uitsluitend is bedoeld om een bestaande verrekeningsbevoegdheid te laten voortbestaan. De bepaling zorgt niet voor een nieuwe verrekeningsmogelijkheid indien die bevoegdheid vóór verjaring nog niet bestond.

Schuld verrekenen

In de zaak tegen een warmteleverancier stond onder meer de vraag centraal of klanten hun verjaarde vorderingen tot terugbetaling van een aansluitbijdrage mochten verrekenen met hun lopende betalingsverplichtingen. Het hof oordeelde dat verjaring dit proces niet in de weg stond, mede gelet op het voortdurende karakter van de leveringsovereenkomst.
De bepaling schept echter geen bevoegdheid tot verrekening van een reeds verjaarde vordering met een na de voltooiing van de verjaring ontstane schuld, zo vervolgt de Hoge Raad. In zo’n geval geldt onverkort het vereiste, opgenomen in art. 6:127 lid 2 BW, dat degene die zich op verrekening wil beroepen, bevoegd is tot het afdwingen van de betaling van de vordering waarmee hij zijn schuld wil verrekenen.

Bekijk hier onze incasso diensten

Afdwingen

Volgens de raad is het moment waarop de schuld ontstaat waarmee wordt verrekend doorslaggevend. Is die schuld pas ontstaan ná het intreden van de verjaring van de tegenvordering, dan ontbreekt de verrekeningsbevoegdheid. In dat geval moet degene die zich op verrekening beroept, ook bevoegd zijn om de betaling van zijn vordering af te dwingen. Bij een verjaarde vordering is dat nu juist niet het geval.
De Hoge Raad stelt dat artikel  6:131 BW met name is bedoeld voor situaties waarin partijen over en weer al vorderingen op elkaar hadden vóórdat verjaring intreedt. Degene die bevoegd is tot verrekening, zal zich vaak al als bevrijd beschouwen en pas later tot verrekening overgaan. Het zou onredelijk zijn als die mogelijkheid door tijdsverloop verloren zou gaan. Maar die bescherming strekt niet verder dan dat.

Samenvattend:

– Een verjaarde vordering kan alleen worden verrekend met een schuld die vóór of uiterlijk op het moment van verjaring is ontstaan.
– Doorlopende rechtsverhoudingen, zoals duurovereenkomsten, rechtvaardigen geen automatische verruiming van de verrekeningsbevoegdheid.
– Een algemeen beroep op artikel 6:131 BW volstaat niet: er moet altijd worden gekeken naar het ontstaan van de schuld waarmee wordt verrekend.

Met deze uitspraak brengt de Hoge Raad het samenspel tussen artikel 6:127 en 6:131 BW scherp in beeld. Verrekening blijft mogelijk na verjaring, maar alleen binnen de grenzen van een reeds bestaande bevoegdheid. Voor schuldeisers én schuldenaren is dit arrest een duidelijke waarschuwing: wie te lang wacht, kan zijn vordering niet alsnog ‘redden’ via verrekening met later ontstane verplichtingen.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

Vragen? Neem contact met ons op