De Rechtbank Noord-Holland heeft een Regional Director van de Nederlandse vestiging van een internationaal datacenter een billijke vergoeding van 128.500 euro toegekend. De man had een vergoeding van 1,7 miljoen euro geëist. De directeur werd na een melding van grensoverschrijdend gedrag en aanvullend onderzoek van zijn werkgever onterecht op staande voet ontslagen. De rechter houdt in zijn oordeel rekening met het feit dat niet kan worden uitgesloten dat de melding van grensoverschrijdend gedrag uiteindelijk (ook bij zorgvuldig handelen van het datacenter) tot een onoverbrugbaar verschil van inzicht over de wijze van leidinggeven door de directeur had geleid.  

Bekijk hier onze rechtsgebieden

De man werkt sinds 2019 bij het datacenter als Regional Director. In de loop van 2025 krijgt de HR-afdeling via een externe beveiliger van het bedrijf een melding binnen over mogelijk grensoverschrijdend gedrag van de man. Naar aanleiding van deze melding start het bedrijf een intern onderzoek. Hierbij worden online videocalls gehouden met een aantal mensen.

Op non-actief

Het datacenter concludeert naar aanleiding van deze gesprekken dat sprake is van grensoverschrijdend gedrag en stelt de man na een persoonlijk gesprek op non-actief.
In de periode hierna wordt met nog zeven werknemers gesproken door de werkgever. Ook wordt de directeur op een later tijdstip uitgenodigd voor een gesprek. Die laat weten niet naar dit gesprek te komen, omdat hij daar vanwege ziekte niet toe in staat is. Nadat hij niet op de afspraak verschijnt, stuurt het datacenter hem de onderzoeksresultaten toe en geeft hem ontslag op staande voet.

Bekijk hier onze incasso diensten

Geen gespreksverslagen

De directeur laat het daar niet bij zitten en stapt naar de rechter. Die vernietigt het ontslag op staande voet. De rechter komt tot dit oordeel omdat zijn werkgever niet glashard kan bewijzen dat de directeur zich structureel grensoverschrijdend heeft gedragen en misbruik heeft gemaakt van zijn positie. De verklaringen van de werknemers zijn volgens de rechter niet feitelijk genoeg van aard en bevatten te veel algemeenheden. Er zijn geen gespreksverslagen gemaakt en niet alle medewerkers wilden een handtekening onder hun verklaring zetten.

De kantonrechter vindt dat het datacenter ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door zonder voldoende feitelijke onderbouwing de directeur ontslag op staande voet aan te zeggen. Dit heeft ertoe geleid dat de arbeidsverhoudingen inmiddels ernstig en blijvend zijn verstoord.

Onvoldoende zelfinzicht

Desondanks kent de rechter ‘slechts’ een billijke vergoeding van 128.500 euro toe en niet de gevorderde vergoeding van 1.700.000 euro Hierbij speelt een rol dat moeilijk voorstelbaar is dat de door vrijwel alle gehoorde medewerkers omschreven dominante stijl van leidinggeven van de directeur volkomen uit de lucht is gegrepen. Omdat de directeur in een reactie enkel aangeeft dat hij zich ‘daarin niet herkent’, geeft hij ruimte aan de indruk dat hij op dit punt onvoldoende blijk geeft van zelfinzicht. De kantonrechter vindt dat de directeur met een billijke vergoeding van 128.500 euro voldoende wordt gecompenseerd. Daarnaast is dit bedrag waarschijnlijk hoog genoeg om ervoor te zorgen dat het datacenter in de toekomst niet vaker arbeidsovereenkomsten op ernstig verwijtbare wijze laat eindigen.

Het belang van de huurder om zijn woning te behouden is evident, maar weegt volgens de kantonrechter minder zwaar dan het belang van de verhuurder om andere bewoners ongestoord woongenot te bieden.
Deze uitspraak maakt duidelijk dat structureel wietgebruik in een huurwoning niet wenselijk is. Wie dagelijks wiet rookt en daarmee aantoonbaar overlast veroorzaakt, handelt in strijd met goed huurderschap. Dit kan uiteindelijk dus leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

Vragen? Neem contact met ons op

    Wie een appartement koopt, vertrouwt op de notariële akte. Daarin staat precies wat je krijgt: het appartement, een berging en vaak ook een parkeerplaats. Maar wat als die parkeerplaats al jarenlang door een buurman wordt gebruikt? Het Gerechtshof Den Haag boog zich onlangs over zo’n conflict en kwam tot een verrassende uitkomst: de buurman werd in het gelijkgesteld, ondanks de akte van levering.

    Bekijk hier onze rechtsgebieden

    Het Gerechtshof in Den Haag deed onlangs uitspraak in een zaak die draaide over het eigendom van een parkeerplaats in een parkeergarage van een appartementencomplex in Zoetermeer. De bewuste parkeerplaats wordt al sinds 1994 gebruikt door de buurman. In 2021 wordt de woning van de oorspronkelijke eigenaar inclusief eigendomsrechten van de parkeerplaats per notariële akte overgedragen aan de nieuwe eigenaar. Het Gerechtshof oordeelt echter dat de buurman door verkrijgende verjaring eigenaar is geworden van de parkeerplaats.

    Onrechtmatig gehandeld

    De koper van het appartement betoogde bij de rechter dat de buurman onrechtmatig heeft gehandeld door de parkeerplaats te gebruiken zonder toestemming.
    De rechtbank verwerpt dit argument en oordeelde dat de buurman geloofde dat deze parkeerplaats ook bij hun woning hoort. Dit onder meer door de huisnummerborden, die overeenkomen met hun woningnummer.

    De rechtbank stelde bovendien dat de buurman gedurende twintig jaar onafgebroken de parkeerplaats had gebruikt, wat betekende dat hij de feitelijke macht over de parkeerplaats had uitgeoefend. Dit was voldoende om te concluderen dat hij pretendeerde eigenaar te zijn, waardoor de verjaringstermijn werd voltooid.

    Ook toonde de buurman zich bereid om mee te werken aan een oplossing, zoals het verlenen van een gebruiksrecht aan de nieuwe bewoner, maar de Vereniging van Eigenaars (VvE) stemde niet in met deze plannen.

    Bekijk hier onze incasso diensten

    Bevrijdende verjaring

    De nieuwe bewoner is het niet eens met deze uitspraak en gaat in hoger beroep. Ook bij het Gerechtshof vangt hij echter bot. Volgens het Gerechtshof kon de nieuwe bewoner ook onvoldoende onderbouwen dat de buurman zich niet als eigenaar van de parkeerplaats had gedragen. De nieuwe bewoner vond ook dat het beroep van de buurman op bevrijdende verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, onaanvaardbaar was. Dit omdat hij nu eigenaar is van twee parkeerplaatsen. Het hof verwierp ook deze stelling, omdat de wet voorschrijft dat verkrijgende verjaring ambtshalve moet worden toegepast en de buurman hier geen afstand van kan doen.

    Het Gerechtshof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de nieuwe bewoner in de proceskosten van het hoger beroep, wat neerkwam op een totaalbedrag van 2.955,- euro. Het hof moedigt de partijen tegelijkertijd aan om alsnog tot een oplossing te komen, mogelijk met medewerking van de VvE, zodat de nieuwe bewoner alsnog een parkeerplaats kan verkrijgen.

    Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

    Vragen? Neem contact met ons op

      Als iemand vroeger een huis kocht via een NVM-makelaar en vervolgens zijn verplichtingen niet nakwam, was het jarenlang vanzelfsprekend dat deze persoon een boete van 10 procent van de koopsom moest betalen. Die tijd lijkt voorbij als we kijken naar een recente uitspraak van de Rechtbank Gelderland. In die zaak werd de oorspronkelijke boete van 60.000 euro verminderd tot 10.000 euro. De rechter woog daarbij mee dat de daadwerkelijk geleden schade van de verkopers een stuk lager was dan de oorspronkelijke boete.

      Bekijk hier onze rechtsgebieden

      Wat speelt er in deze zaak? De verkopers hadden hun woning verkocht voor 600.000 euro. In het koopcontract was een boetebeding opgenomen van 10 procent. Indien de koper na het verlopen van het financieringsvoorbehoud de woning niet zou afnemen, zou hij de verkopers een contractuele boete van 60.000 euro moeten betalen.
      Toen de zaak voor de rechter kwam, leek de uitspraak op voorhand duidelijk, maar toch besliste de rechtbank anders. De verkopers gaven aan dat zij wel kosten hadden gemaakt, zoals makelaarskosten, opslagkosten en extra woonlasten. Toch konden zij niet duidelijk aantonen dat deze gemaakte kosten rechtstreeks het gevolg waren van het handelen van de koper.

      Buitensporig en onaanvaardbaar

      De rechter stelde ook vast dat de verkoper en koper voorafgaand aan de ondertekening van de koopovereenkomst niet over de rechtsgevolgen van het boetebeding hebben gesproken dan wel dat zij over het boetebeding hebben onderhandeld. Anderzijds nam de rechtbank mee in de beoordeling dat de koopovereenkomst tussen partijen het uitgangspunt was en dat het boetebeding een prikkel tot nakoming bevatte van wezenlijke verplichtingen van beide partijen. Toch vond de rechter in deze zaak een boete van 60.000 euro buitensporig en onaanvaardbaar. Het boetebedrag werd daarom verlaagd naar 10.000 euro. Uit deze uitspraak wordt duidelijk dat rechters een beroep op het boetebeding niet meer automatisch toewijzen. Het onderbouwen van geleden schade door de eisende partij wordt steeds belangrijker. Tegelijkertijd maken rechters de afweging of de boete wel in verhouding staat tot de werkelijke schade.

      Bekijk hier onze incasso diensten

      Schade aantonen

      Daarnaast zorgt de uitspraak ook voor huiswerk voor advocaten, notarissen, makelaars en hun cliënten, die zien dat een boetebeding bij de rechter niet altijd meer automatisch stand houdt. Voor hen is het belangrijk om de gemaakte kosten bij te houden. Ook is het verstandig om geen buitensporige claims meer op te nemen in koopovereenkomsten, omdat die zeer waarschijnlijk niet meer worden toegewezen. Verder kan het verstandig zijn om boetebedingen in de toekomst concreter te formuleren, zodat duidelijk is welke kosten onder de boete vallen. Want wie schade wil verhalen via een boete, moet die schade ook aantonen.

      Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

      Vragen? Neem contact met ons op

        Per 1 juli van dit jaar is het verbod op een aantal nieuwe psychoactieve stoffen ingegaan, die in de volksmond beter bekend zijn als designerdrugs. Deze stoffen lijken sterk op bestaande, reeds verboden drugs, maar hebben een iets andere samenstelling. Met het nieuwe verbod vallen hele stofgroepen met dezelfde chemische basisstructuur voortaan onder de Opiumwet. Dat betekent dat nieuwe psychoactieve stoffen — zoals 3-MMC, synthetische cannabinoïden en fentanyl-achtige substanties — in één klap verboden zijn.

        Bekijk hier onze rechtsgebieden

        Tot voor kort werden nieuwe stoffen via de Opiumwet verboden als uit een risicobeoordeling bleek dat deze te grote gezondheidsrisico’s opleverdeb. Dit leidde ertoe dat drugsproducenten snel een sterk vergelijkbare drug konden maken met een net iets andere samenstelling, waardoor die nieuwe drug legaal op de markt kon komen. Zoals bijvoorbeeld het schadelijke 3-MMC (ook wel “poes of miauw” genoemd) dat snel opgevolgd werd door nieuwe varianten zoals 2-MMC.

        Risico’s

        Omdat designerdrugs makkelijk en legaal te verkrijgen waren, dachten gebruikers van onterecht dat ze niet zo gevaarlijk zijn. De effecten van zo’n designerdrug zijn echter meestal krachtiger en meer onvoorspelbaar dan een bestaande drug. Bekende risico’s zijn hartproblemen, psychische problemen, hallucinaties en verslaving. Gebruikers van designerdrugs kunnen zelfs komen te overlijden. Daarom is besloten over te gaan tot een verbod waarin veel voorkomende groepen nieuwe psychoactieve stoffen (NPS, of designerdrugs) worden verboden door toevoeging van een lijst (IA) aan de Opiumwet. Overigens worden niet alle stoffen met dezelfde chemische basis verboden. Er zijn uitzonderingen gemaakt voor geneesmiddelen, diergeneesmiddelen, het gewasbeschermingsmiddel penconazool en de zoetstof aspartaam. Deze stoffen blijven legaal. Ook verzorgingsproducten voor dieren, hout onderhoudsmiddelen en de stof fenylalanine, die in sommige voedingssupplementen voor komt, blijven toegestaan.

        Bekijk hier onze incasso diensten

        Hogere drempels

        Het verbod op deze groepen nieuwe psychoactieve stoffen moet ertoe leiden dat de risicovolle stoffen niet langer eenvoudig te verkrijgen zijn via websites. Het gaat immers om illegale en ongezonde producten. De drempels voor gebruik van deze stoffen worden daarmee aanzienlijk hoger. Daarnaast wordt door de overheid ingezet op extra voorlichting en preventie. Gebruikers dienen goed geïnformeerd te worden over de gevaren van deze drugs. Met dit verbod kunnen instanties bovendien sneller reageren op nieuwe ontwikkelingen rondom designerdrugs, nauwer samenwerken met internationale partners en Nederland minder aantrekkelijk maken voor drugscriminaliteit.

        Het verbod op de nieuwe psychoactieve stoffen in de Opiumwet biedt ook uitdagingen voor de advocatuur. Zij moeten in strafzaken kunnen bewijzen dat aangetroffen psychoactieve stoffen dezelfde chemische basisstructuur hebben als de stofgroepen die nu onder de Opiumwet vallen. Dat maakt dat niet zo eenvoudig vooraf kan worden gezegd welke concrete stoffen nu strafbaar zijn of niet. Daarvoor is de scheikundige samenstelling van die stoffen doorslaggevend. Strafjuristen moeten er daarom rekening mee houden dat zij zich voor dit soort strafzaken grondig zullen moeten verdiepen in de scheikundige samenstelling van aangetroffen stoffen. Dit is belangrijk om te kunnen beoordelen of de designerdrugs eenzelfde chemische basisstructuur hebben en daardoor volgens de Opiumwet verboden zijn of niet.

        Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

        Vragen? Neem contact met ons op

          Voor de rechtbank Amsterdam diende recent een zaak waarin een advocatenkantoor dat gespecialiseerd is in fiscale zaken een succesfee van 100.000 euro eiste van een cliënt. De rechter oordeelde dat deze cliënt dit bedrag inderdaad is verschuldigd aan het advocatenkantoor.

          Bekijk hier onze rechtsgebieden

          Wat speelt er in deze zaak? De cliënt neemt in 2012 contact op met het advocatenkantoor om hem bij te staan in een aantal geschillen met de Belastingdienst die teruggaan tot 1994. Daarbij gaat het onder meer om geschillen over inkomsten uit criminele activiteiten en de waardering en exploitatie van sekshuizen.

          Het advocatenkantoor neemt de opdracht aan. Voor de beloning wordt een uurtarief afgesproken plus een succesfee. Die komt erop neer dat als de cliënt minder dan 3 miljoen euro aan de fiscus moet betalen, hij een succesfee van 10 procent moet betalen aan het advocatenkantoor met een maximum van 100.000 euro. De cliënt gaat hiermee akkoord.

          Vaststellingsovereenkomst

          Uiteindelijk sluit de cliënt een vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst en betaalt hij op grond van deze overeenkomst een bedrag van 1,5 miljoen euro. Daarnaast komt tijdens een gerechtelijke procedure bij het gerechtshof in Den Haag een minnelijke regeling tot stand tussen de cliënt en de Belastingdienst. Naar aanleiding van dit compromis betaalt de cliënt 1,8 miljoen euro aan de Belastingdienst. Het advocatenkantoor stuurt niet veel later een factuur voor de succesfee van 100.000 euro, maar die blijft onbetaald. Het advocatenkantoor begint daarom een rechtszaak.

          De cliënt is van mening dat hij meer dan 3 miljoen euro aan de fiscus heeft betaald: 1,5 miljoen op grond van de vaststellingsovereenkomst en daarnaast nog 1,8 miljoen als financieel compromis. Daarom vindt hij dat er geen succesfee is verschuldigd. Het advocatenkantoor stelt dat de betalingen op grond van de vaststellingsovereenkomst niet meetellen. Want de afspraak is dat rechtsbijstand zou worden verleend bij fiscale geschillen, die verband houden met inkomsten uit drugshandel die de cliënt heeft ontvangen tussen 1994-1996 en waarover de Belastingdienst aanslagen inkomstenbelasting heeft opgelegd.

          Bekijk hier onze incasso diensten

          Tuchtklacht

          De fiscus eist aanvankelijk ruim 6 miljoen euro, maar via een compromis is dat teruggebracht tot 1,8 miljoen euro. Het kantoor vindt dat de grens van 3 miljoen euro is gehaald. De rechtbank oordeelt dat het bedrag dat de cliënt heeft betaald via de vaststellingsovereenkomst los moet worden gezien van het compromis dat is gesloten met de belastingdienst. De berekening van het advocatenkantoor is dus correct.
          De cliënt is het daar niet mee eens en probeert via een tuchtklacht te laten toetsen of de fee niet tegen de regels is. Het Hof van Discipline oordeelt dat deze klacht te laat is ingediend, maar geeft ook aan dat de afspraak toelaatbaar is. Want in de afspraak is ook een kostendekkend uurtarief opgenomen. Een ‘no cure no pay’ constructie is in de advocatuur niet toegestaan, maar daar is in deze zaak geen sprake van.

          Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

          Vragen? Neem contact met ons op

            De Noordelijke Fraude Kramer (NFK) van de rechtbank Noord-Nederland heeft in de strafzaak tegen een voormalige CEO van een supermarktketen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd. De rechtbank acht hem schuldig aan onder meer omkoping, valsheid in geschrifte en witwassen.

            Bekijk hier onze rechtsgebieden

            Volgens de rechtbank is bewezen dat de voormalige topman zich heeft laten omkopen door een medeverdachte. Er is sprake van een langdurig patroon waarbij goederen door de medeverdachte gratis of onder de marktwaarde privé werden geleverd aan de ex-CEO. In ruil daarvoor betaalde de supermarktketen in sommige gevallen een sponsorfactuur aan enkele motorraceteams, die de medeverdachte had aangedragen. Bij andere giften had de medeverdachte volgens de rechtbank in elk geval de intentie om een voorkeursbehandeling te krijgen en voordeel te trekken uit de positie van de topman.

            Spullen privé geleverd

            De rechtbank acht daarnaast bewezen dat ex-CEO zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte ten aanzien van een aantal sponsorfacturen. Die aan de supermarktketen gerichte sponsorfacturen hadden namelijk niet alleen betrekking op sponsorgeld, maar ook op spullen die aan de topman in privé werden geleverd.  De rechtbank heeft de oud-topman ook veroordeeld voor witwassen. In zijn woning en werkplaats werd bijna 450.000 euro aangetroffen. Een deel daarvan lag in een supermarkttas in een koelkast en in enveloppen tussen boeken. De rechtbank acht bewezen dat het voor een bedrag van ruim 427.000 euro om crimineel geld gaat.  De verklaringen van de oud-topman en zijn familie en vrienden over de gestelde legale herkomst bleken volgens de rechtbank steeds oncontroleerbaar, ongeloofwaardig en/of onjuist.

            Bekijk hier onze incasso diensten

            Financiële schade

            De rechtbank overweegt dat het ‘buitengewoon’ kwalijk is dat de CEO de gedragsregels schendt, door zichzelf te verrijken ten koste van het bedrijf. Ook heeft het bedrijf financiële schade geleden, doordat er valse facturen zijn opgesteld, en heeft de verdachte een contant geldbedrag witgewassen. Bij de strafoplegging heeft de rechtbank in het bijzonder meegewogen dat sprake is van ernstige ondermijnende delicten gedurende een langere periode, gepleegd door iemand met een voorbeeldfunctie. Daarbij was de oud-CEO al in 2014 op de hoogte van een strafrechtelijk onderzoek naar de medeverdachte en van het besluit van de supermarktketen om geen zaken meer te doen met deze persoon. Desondanks zijn de twee nadien contact blijven houden. Een deels voorwaardelijke gevangenisstraf zoals geëist door de Officier van Justitie doet volgens de rechtbank geen recht aan de ernst van de feiten, terwijl er ook geen aanleiding is voor een voorwaardelijk strafdeel. Het is ook duidelijk dat het witwassen heeft plaatsgevonden in de context van zware georganiseerde criminaliteit. Dit wordt de voormalig CEO ernstig aangerekend, waardoor de rechtbank komt tot een strafeis van 24 maanden onvoorwaardelijke celstraf.

            Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

            Vragen? Neem contact met ons op

              Een opvallende uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland in Groningen. Daar bepaalde de rechter dat de overheid een schuld van bijna 11.000 euro van een gedupeerde ouder van de Toeslagenaffaire moet overnemen. Dit ondanks het feit dat deze persoon niet helemaal voldeed aan de voorwaarden die worden gesteld in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Deze uitspraak lijkt een belangrijke doorbraak in de afwikkeling van de toeslagenaffaire, omdat die waarschijnlijk ook door andere juristen en advocaten gebruikt gaat worden als jurisprudentie. 

              Bekijk hier onze rechtsgebieden

              Wat speelt er in deze zaak? Een moeder is gedupeerde in de Toeslagenaffaire en leent in 2017 een bedrag van 10.800 euro van haar ouders om te kunnen overleven. Om voor terugbetaling in aanmerking te komen zou deze schuld volgens de Wht vóór 1 juni 2021 opeisbaar moeten zijn. Maar de ouders willen hun dochter niet dwingen om het geld direct terug te betalen, omdat zij haar niet onnodig in nog grotere financiële problemen willen brengen.

              Private schuld

              De vrouw dient desondanks toch een verzoek in bij de overheid om haar schuld in het kader van de afwikkeling van de Toeslagenaffaire over te nemen op grond van de Wht. Maar dit verzoek wordt in eerste instantie afgewezen. Zij spant daarom een kort geding aan, waarin zij de rechter vraagt om de minister te verplichten om de private schuld van 10.800 euro toch over te nemen. De minister is dit niet van plan en wijst erop dat het doel van de Wht is om alleen de nadelige gevolgen van opeisbare vorderingen voor gedupeerde ouders te voorkomen. Nu de vordering niet voor 1 juni 2021 opeisbaar was, ontstaan voor de vrouw volgens de minister geen onevenredige nadelige gevolgen wanneer de schuld niet wordt overgenomen, omdat er geen betalingsachterstanden zijn ontstaan en er geen sprake is van een dreiging met incassomaatregelen.

              Bekijk hier onze incasso diensten

              Maatwerk

              De rechter stelt de vrouw echter toch in het gelijk en oordeelt dat de overheid de schuld moet betalen, ondanks dat deze strikt genomen niet voldeed aan de harde eisen van de herstelwet (Wht). Daarbij weegt volgens de rechter zwaar mee dat de vrouw financieel in de problemen is gekomen doordat zij ten onrechte werd gezien als fraudeur en door de onterechte terugvorderingen van de Belastingdienst/Toeslagen die daarmee verband hielden.

              Het doel van de Wht is om toeslagenouders een nieuwe start te laten maken. De rechtbank acht het echter meer dan aannemelijk dat het niet overnemen van de schuld het maken van een nieuwe start de vrouw, zowel financieel als emotioneel, dwarszit.

              Met deze uitspraak geeft de rechtbank een duidelijk signaal af dat de overheid zich soepeler moet opstellen bij de afwikkeling van de toeslagenaffaire. Fouten herstellen lukt niet door enkel een herstelwet in te voeren. Veel belangrijker is dat mensen ook daadwerkelijk worden geholpen. Dat is de kern van de zaak, want zonder maatwerk blijven toeslagenouders nog vele jaren lang gevangen in financiële problemen waar zij buiten hun schuld in zijn terechtgekomen.

              Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

              Vragen? Neem contact met ons op

                Wanneer iemand succesvol een Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) doorloopt, krijgt deze persoon een ‘schone lei’. Onder normale omstandigheden geldt dit niet voor een hypotheekschuld, omdat daar een hypotheekrecht op zit. Maar als een hypotheekhouder bij het indienen van een vordering in een WSNP-traject verzuimt om melding te maken van het hypotheekrecht bij de bewindvoerder, dan valt ook deze schuld onder de schone lei. Dat bleek onlangs uit een uitspraak van de rechter. 

                Bekijk hier onze rechtsgebieden

                De feiten in deze zaak op een rijtje. Een vrouw en haar ex-partner sluiten in 2002 een krediet af bij een bank, waarbij een tweede hypotheek wordt gevestigd op hun woning als zekerheid voor terugbetaling. In 2019 wordt de vrouw toegelaten tot de WSNP vanwege problematische schulden. Haar bewindvoerder vraagt haar schuldeisers vervolgens om hun vorderingen in te dienen.

                Kredietovereenkomst overgedragen

                Tijdens de looptijd van de WSNP van de vrouw wordt de kredietovereenkomst met de bank overgedragen aan een andere partij. Deze partij wordt daarmee de nieuwe schuldeiser en dient een schuld van ruim 65.000 euro in bij de bewindvoerder, maar vergeet te vermelden dat aan deze schuld een hypotheekrecht verbonden is. Het WSNP-traject van de vrouw wordt in maart 2022 beëindigd als gevolg van het verbindend worden van de slotuitdelingslijst. Op basis van de slotuitdelingslijst heeft de 65.000 euro-schuldeiser een uitkering gekregen van iets meer dan 6.000 euro. Deze schuldeiser probeert na die tijd alsnog de restschuld op te eisen bij de vrouw, omdat er hypotheekrecht op de lening rustte. Maar de vrouw is het hier niet mee eens en stapt naar de rechter. De rechter oordeelt dat in dit geval de schuld wél onder de schone lei valt, omdat de schuldeiser zijn hypotheekrecht niet heeft gemeld bij de bewindvoerder. Dit terwijl hij meerdere kansen heeft gehad om de vordering correct in te dienen, maar hiervan geen gebruik heeft gemaakt. Hierdoor wordt de betreffende vordering als een normale schuld behandeld, die onder de WSNP valt. De schuldeiser kan daardoor na afloop geen aanspraak meer maken op terugbetaling via de hypotheek.

                Bekijk hier onze incasso diensten

                Vorderingen goed indienen

                Deze uitspraak leert dat schuldeisers eventuele vorderingen in een WSNP-traject goed moeten indienen en expliciet moeten vermelden of er een hypotheek- of pandrecht op rust. Doen zij dat niet, dan kan ook een hypotheekschuld onder de schone lei vallen. In dit geval oordeelde de rechter dat de vrouw niet meer aansprakelijk kon worden gehouden voor de hypotheekschuld. Dit onderstreept het belang van een goed gecontroleerd WSNP-traject. Voor ex-schuldenaren laat deze zaak zien dat een schone lei ook écht een nieuwe start betekent. Vaak ontvangen zij na een WSNP-traject alsnog aanmaningen. Dit vonnis laat zien dat ze hier niet zomaar mee akkoord hoeven te gaan. Voor mensen die uit een WSNP-traject komen, is het fijn om te weten dat ze bij een eventuele rechtszaak beschermd zijn tegen onterechte vorderingen.

                Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

                Vragen? Neem contact met ons op

                  Een ontspannen bezoek aan de zonnestudio liep voor een vrouw uit op een nachtmerrie. Na twintig minuten onder de zonnebank liep ze ernstige brandwonden op, waarvoor ze wekenlang behandeld moest worden in het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk. De rechtbank in Den Haag heeft geoordeeld dat de zonnestudio hiervoor aansprakelijk is, tenzij zij met tegenbewijs komt. Hoe kon dit gebeuren en wat betekent deze uitspraak? 

                  Bekijk hier onze rechtsgebieden

                  De vrouw, die al vaker deze zonnestudio had bezocht, onderging een sessie van twintig minuten onder een zonnebank die op een intensieve stand stond. De zonnestudio had haar huidtype van tevoren niet gecontroleerd, terwijl dat volgens de instructies van de zonnebank juist essentieel was. In de dagen na haar bezoek kreeg ze zoveel pijn dat ze medische hulp moest inschakelen. Artsen stelden vast dat ze ernstige verbrandingen had opgelopen, waarvoor zelfs een huidtransplantatie nodig was.

                  Onderzoek naar de zonnebank

                  Toen de vrouw haar klachten meldde bij de zonnestudio, werd de bewuste zonnebank buiten werking gesteld. Uit inspectie bleek dat de UV-straling van de zonnebank de wettelijke norm overschreed. Daarnaast ontdekte de verzekeraar van de zonnestudio dat de lampen recent waren vervangen en dat deze in de eerste 50 tot 60 uur extra krachtig zijn, omdat ze nog moeten inbranden. Toch was de vrouw niet de eerste die de zonnebank gebruikte na de vervanging van de lampen. In totaal waren er al 179 klanten voor haar geweest, zonder vergelijkbare klachten. Dit bracht de zonnestudio tot de conclusie dat haar huidreactie mogelijk werd veroorzaakt door een combinatie van cosmetica en straling.

                  Huidtype en gebruiksaanwijzing genegeerd

                  Een huidtherapeut stelde vast dat de vrouw huidtype 2 heeft, wat betekent dat haar huid zeer gevoelig is voor verbranding. Volgens de instructies van de zonnebank mocht zij maximaal zes minuten per sessie onder de lamp, terwijl ze twintig minuten had doorgebracht op een intensieve stand. De rechtbank vond het verwijtbaar dat de zonnestudio haar huidtype niet had gecontroleerd en haar niet had gewaarschuwd. Dit had zowel bij haar eerste bezoek als bij latere sessies moeten gebeuren.

                  Bekijk hier onze incasso diensten

                  Aansprakelijkheid van de zonnestudio

                  De vrouw besloot juridische stappen te ondernemen en beriep zich op wanprestatie volgens artikel 6:74 BW. De rechtbank stelde vast dat de UV-straling van de zonnebank te hoog was en dat de zonnestudio tekort was geschoten in het geven van persoonlijk advies. Hierdoor acht de rechter het aannemelijker dat de zonnebank de oorzaak van de brandwonden was dan een allergische reactie of cosmetica.De zonnestudio krijgt van de rechter nog een laatste kans om tegenbewijs te leveren. Lukt dat niet, dan blijven ze aansprakelijk voor de schade die de vrouw heeft geleden.

                  Deze zaak benadrukt hoe belangrijk het is dat zonnestudio’s zich strikt houden aan de veiligheidsvoorschriften. Huidtypecontrole, goede begeleiding en naleving van de UV-stralingsnormen kunnen ernstige schade voorkomen. Voor klanten betekent dit ook dat ze alert moeten zijn op hun huidtype en de aanbevolen zontijd.

                  Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

                  Vragen? Neem contact met ons op

                    In de juridische wereld is tijdige communicatie met cliënten van groot belang. Een advocate kwam recent onder vuur te liggen omdat ze haar pleitnota pas de avond voor de zitting naar haar cliënt stuurde, waardoor overleg niet meer mogelijk was. De cliënt diende een klacht in bij de deken van de Orde van Advocaten. Hoewel de klacht gegrond werd verklaard, kreeg de advocate geen maatregel opgelegd vanwege de hoge werkdruk in de sociale advocatuur. Hoe kwam de raad van discipline tot dit oordeel? 

                    Bekijk hier onze rechtsgebieden

                    De cliënt had meerdere klachten over de advocate. Naast het te laat versturen van de pleitnota, vond hij ook dat zij onvoldoende voortvarend had gehandeld. Zo zou ze er bijna een jaar over hebben gedaan om tuchtklachten in te dienen en had ze verweerschriften niet met de cliënt besproken. Daarnaast zou ze onvolledig hebben geadviseerd over het nut en de impact van een mondeling vooronderzoek, waardoor de cliënt geen weloverwogen keuze kon maken. Bovendien was de cliënt ontevreden over de manier waarop de advocate met zijn feedback op de pleitnota omging. Na het verzenden van het document de avond voor de zitting, werd er niets meer gedaan met de opmerkingen van de cliënt. Tot slot werd de vooraf gecommuniceerde kostenprognose ruimschoots overschreden.

                    Beoordeling door de raad van discipline

                    De raad van discipline hanteert bij de beoordeling van klachten artikel 46 van de Advocatenwet, waarin onder andere de kwaliteit van dienstverlening wordt meegenomen. Hoewel een advocate vrijheid heeft in de behandeling van een zaak, zijn er grenzen aan wat acceptabel is. Uit het klachtdossier bleek dat de advocate haar uiterste best had gedaan om de zaak zorgvuldig te behandelen. Gedurende de procedures sprak de klager zich ook meermaals positief uit over de inhoud van haar werk. Toch diende hij een klacht in over haar voortvarendheid. Hoewel de meeste bezwaren ongegrond werden verklaard, oordeelde de raad dat de advocate haar pleitnota eerder had moeten toesturen, zodat de cliënt hier nog inhoudelijk over had kunnen meepraten.Tijdens de behandeling van de klacht erkende de advocate direct dat dit niet goed was gegaan. Ze wees op de hoge werkdruk binnen de sociale advocatuur en gaf aan dat dit een rol heeft gespeeld in haar handelen. De raad erkende dat werkdruk niet ten koste mag gaan van de cliënt, maar had wel begrip voor de situatie waarin de advocate verkeerde.

                    Bekijk hier onze incasso diensten

                    Geen maatregel, wel een waarschuwing

                    De advocate had een schoon tuchtrechtelijk verleden, wat eveneens werd meegenomen in het eindoordeel. Alles afwegende besloot de raad haar geen maatregel op te leggen, maar het incident wel als een leermoment te zien. Dit benadrukt hoe belangrijk het is dat advocaten ondanks een hoge werkdruk toch tijdig en zorgvuldig communiceren met hun cliënten. Deze zaak roept ook bredere vragen op over de werkdruk binnen de sociale advocatuur en de impact hiervan op de dienstverlening. Advocaten in deze sector werken vaak onder grote druk, maar moeten desondanks zorgen voor duidelijke en tijdige communicatie met hun cliënten. Dit geval laat zien dat de tuchtrechter begrip heeft voor de omstandigheden, maar dat er ook grenzen zijn aan wat acceptabel is.

                    Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

                    Vragen? Neem contact met ons op

                      1 2 3 8