Indien een werknemer door arbeidsongeschiktheid langdurig thuis komt te zitten, dan mag een werkgever na zes maanden zijn leaseauto innemen zonder hiervoor enige vorm van compensatie te hoeven betalen. Dat bepaalde het Gerechtshof in Den Haag onlangs in een uitspraak.

Bekijk hier onze rechtsgebieden

In de betreffende zaak ging het over de vraag of een werknemer, die na zes maanden ziekte zijn leaseauto heeft moeten inleveren, recht heeft op een financiële vergoeding van zijn werkgever voor het verlies van het privégebruik van de auto.

Mobiliteitsregeling

De werknemer had een leaseauto, die hij ook voor privédoeleinden mocht gebruiken. In de Mobiliteitsregeling van het bedrijf is opgenomen dat indien een werknemer arbeidsongeschikt raakt, hij de leaseauto na zes maanden arbeidsongeschiktheid dient in te leveren.

Compensatie

De betreffende medewerker wordt op 4 april 2018 volledig arbeidsongeschikt verklaard. Zes maanden later moet hij zijn leaseauto inleveren. De medewerker is het hier niet mee eens en start een kort geding. Daarin vordert hij van zijn werkgever een compensatie voor het verlies van het privégebruik van de leaseauto. De kantonrechter oordeelt echter dat de leaseauto niet onder het recht op loon bij ziekte valt. 

De medewerker stapt vervolgens naar het gerechtshof. Het hof buigt zich over de volgende vragen: 

  1. Is de Mobiliteitsregeling van het bedrijf van toepassing op de arbeidsovereenkomst?
  2. Valt het privégebruik van een leaseauto onder het recht op loon bij ziekte?

Voor wat betreft de eerste vraag vindt de werknemer dat de Mobiliteitsregeling niet van toepassing is en dat zijn werkgever daarom niet gerechtigd was om de leaseauto zonder enige vorm van compensatie in te nemen tijdens zijn arbeidsongeschiktheid. Het Gerechtshof gaat hier echter niet in mee. Zij oordeelt dat de werknemer met de Mobiliteitsregeling heeft ingestemd door akkoord te gaan met de Personeelsgids én door in de leaseovereenkomst te verklaren dat hij kennis heeft genomen van de Mobiliteitsregeling. De betreffende bepaling is dus wél van toepassing op de arbeidsovereenkomst.

Bekijk hier onze incasso diensten

Privégebruik leaseauto

Ook over de vraag of het privégebruik van een leaseauto onder het recht op loon bij ziekte valt, is het Gerechtshof duidelijk. In de wetsgeschiedenis van artikel 7:629 BW zijn volgens het hof geen aanwijzingen te vinden dat het privégebruik van een leaseauto onder het recht op loon bij ziekte valt. De Mobiliteitsregeling is dus niet bedoeld om een werknemer na het verlies van het privégebruik van zijn leaseauto nog aanspraak te geven op een vergoeding voor dat verlies. Het hof oordeelt dan ook dat de werkgever de leaseauto na zes maanden arbeidsongeschiktheid op juiste gronden heeft ingenomen en dat zij nadien niet gehouden is een vergoeding te betalen voor het verlies van het privégebruik van de leaseauto.

Eenzijdige inname van leaseauto

Steeds meer werkgevers hebben vragen over wat zij kunnen op het gebied van leaseauto’s, nu medewerkers veel meer thuiswerken en dus minder kilometers hoeven te reizen met hun leaseauto. Voor werkgevers kan het interessant zijn om in een mobiliteitsregeling of leaseovereenkomst goede afspraken te maken over mogelijkheden tot eenzijdige inname van de leaseauto.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

Vragen? Neem contact met ons op

    Een werknemer van een chemiebedrijf in Dordrecht, die ernstig hoestend op zijn werk verscheen en ondanks een dringend verzoek van zijn collega’s weigerde om naar huis te gaan, is volgens de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam terecht ontslagen.

    Bekijk hier onze rechtsgebieden

    Vrijwel alle bedrijven in Nederland werken inmiddels met een Corona protocol. Eén van de belangrijkste regels van de Rijksoverheid om Corona terug te dringen is ook dat werknemers die verkoudheidsklachten hebben thuis moeten blijven.

    Werken met ernstige verkoudheidsklachten

    Een medewerker van een chemiebedrijf ging op 15 maart 2020 met ernstige verkoudheidsklachten toch gewoon werken. Meerdere collega’s horen hem die dag ernstig hoesten en adviseren hem daarom om naar huis te gaan. Volgens de werknemer is het echter allemaal niet zo erg en komt het waarschijnlijk door zijn bronchitis. Hij weigert daarom om naar huis te gaan. Maar een dag later meldt hij zich alsnog ziek en drie dagen later geeft hij aan zijn werkgever door dat hij positief is getest op Corona.

    Verwijtbaar handelen

    De werkgever start daarop een procedure om de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden op grond van verwijtbaar handelen van de werknemer, dan wel een verstoorde arbeidsrelatie, dan wel een combinatie van deze zaken. De kantonrechter is het eens met de werkgever dat de werknemer verwijtbaar heeft gehandeld door met verkoudheidsklachten te gaan werken en niet naar huis te gaan, ondanks dat collega’s hem adviseerden om dit wel te doen. Toch vindt de kantonrechter dat alleen dit verwijtbaar handelen van de werknemer nog geen ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt.

    Bekijk hier onze incasso diensten

    Vertrouwen van collega’s beschaamd

    Maar met zijn verwijtbare gedrag heeft de medewerker ook het vertrouwen van zijn collega’s beschaamd. Dit vertrouwen is bovendien nog meer verstoord geraakt doordat hij zich de volgende dag alsnog heeft ziek gemeld, heeft laten testen en Corona bleek te hebben. De vrees van zijn collega’s dat hij mogelijk Corona had, bleek dus werkelijkheid te zijn. Door in de gerechtelijke procedure vervolgens vol te houden dat de verklaringen van zijn collega’s niet geloofwaardig zijn, heeft hij de vertrouwensbreuk alleen maar groter gemaakt.

    Geen berouw

    De werknemer had moeten toegeven dat hij op die bewuste dag een fout heeft gemaakt, door niet naar huis te gaan. Hij bleef echter bij zijn eigen gelijk en toonde ook geen berouw. Er bestond die dag zeker een risico dat hij collega’s kon besmetten en waarschijnlijk is ook één andere collega door hem besmet geraakt. Volgens de kantonrechter is het daarom niet meer mogelijk voor de werknemer om terug te keren bij de werkgever en opnieuw met zijn voormalige collega’s te gaan samenwerken.

    Ontbinding arbeidsovereenkomst

    De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam ontbindt de arbeidsovereenkomst en kent de medewerker de wettelijke transitievergoeding toe. Het verzoek van de medewerker voor toekenning van een billijke vergoeding wordt afgewezen, omdat zijn werkgever niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

    Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

    Vragen? Neem contact met ons op

      Als een afgesproken termijn voor nakoming van een overeenkomst wordt overschreden, dan is de schuldenaar direct in verzuim. Dit wordt ook wel de fatale termijn genoemd. In zo’n geval kan direct schadevergoeding worden geëist, of kan de overeenkomst direct worden ontbonden door de andere partij. Bij een ingebrekestelling stuurt de schuldeiser eerst nog een schriftelijke aanmaning aan de schuldenaar. Komt de schuldenaar zijn verplichting dan nog niet na, dan kan de schuldeiser hem in verzuim stellen.

      Wat is verzuim? Indien een partij een opeisbare verplichting niet nakomt, dan schiet deze partij tekort. De schuldeiser kan op zo’n moment vorderen dat de verplichting alsnog wordt nagekomen. Een andere optie is dat de schuldeiser naast nakoming van de overeenkomst ook een schadevergoeding eist. Of hij wil helemaal geen nakoming van de overeenkomst meer, maar juist ontbinding ervan.

      In verzuim stellen

      Een schuldeiser kan in veel gevallen echter niet zomaar een schadevergoeding eisen of een overeenkomst ontbinden. Wettelijk gezien wordt hiervoor als voorwaarde gesteld dat de schuldenaar in verzuim moet zijn. Er zijn meerdere mogelijkheden waarop een persoon of partij in verzuim kan raken. Twee veel voorkomende manieren zijn de fatale termijn en de ingebrekestelling.

      Bekijk hier onze rechtsgebieden

      Fatale termijn

      Van een fatale termijn is sprake als er een afgesproken termijn is voor nakoming van de opdracht, maar deze wordt overschreden zonder dat de schuldenaar de overeenkomst nakomt. Denk bijvoorbeeld aan vooraf overeengekomen levertijden (bijvoorbeeld ‘levering uiterlijk op 1 oktober 2021) of afspraken dat ‘binnen 30 dagen’ na factuurdatum betaald moet worden. Bij zo’n fatale termijn kan direct schadevergoeding worden geëist door de schuldeiser, of kan deze de overeenkomst direct ontbinden.

      Ingebrekestelling

      Bij een ingebrekestelling stuurt de schuldeiser een schriftelijke aanmaning aan de schuldenaar. Hierin wordt deze persoon of partij aangemaand om alsnog aan de verplichtingen te voldoen, binnen een door de schuldeiser te stellen redelijke termijn. Indien de schuldenaar zijn verplichtingen niet voldoet binnen de gestelde termijn, dan is hij in verzuim. Bij een ingebrekestelling moet dus eerst een schriftelijke aanmaning worden gestuurd voordat ontbinding of schadevergoeding kan worden geëist. Ook is in zo’n geval ineerste instantie meestal geen duidelijke termijn afgesproken waarbinnen de schuldenaar aan zijn verplichtingen zou hebben moeten voldoen.

      Bekijk hier onze incasso diensten

      Goede aanmaning

      Het is van essentieel belang om een schuldenaar een goede aanmaning te sturen en op de juiste manier in gebreke te stellen. Indien een aanmaning niet aan alle vereisten voldoet, dan kan de rechter een vordering tot bijvoorbeeld schadevergoeding of ontbinding zomaar afwijzen. De schuldeiser blijft dan met lege handen achter.

      De ingebrekestelling moet in ieder geval de volgende punten bevatten:
      1. Een schriftelijke aanmaning;
      2. Hierin wordt omschreven welke verplichting de schuldenaar niet nakomt;
      3. Ook wordt omschreven welke (redelijke) termijn de schuldenaar heeft om die verplichting alsnog na te komen;
      4. Dat bij uitblijven van nakoming binnen de gestelde termijn verzuim intreedt;
      5. Met daarbij de gevolgen die aan het opgetreden verzuim worden verbonden.

      Indien afspraken onduidelijk zijn, of in andere gevallen kunt u altijd contact opnemen met een van onze specialisten.

      Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

      Vragen? Neem contact met ons op

        Mensen die tussen 2008 en 2015 een dieselauto van Volkswagen, Audi, Skoda of SEAT hebben gekocht die voorzien was van zogenaamde sjoemelsoftware hebben recht op een prijsverlaging. Dat stelt de Rechtbank Amsterdam in een uitspraak in de zaak die was aangespannen door Stichting Car Claim. Volgens de rechtbank hebben de autofabrikanten onrechtmatig gehandeld doordat zij met de sjoemelsoftware de toezichthouder en de kopers van de auto’s opzettelijk hebben misleid. De rechter stelt dat dit bedrog is.

        Bekijk hier onze rechtsgebieden

        Stichting Car Claim zet zich in om de belangen van de door het dieselschandaal gedupeerde automobilisten te behartigen. Zij is de enige belangenorganisatie die door de rechtbank is goedgekeurd om de belangen van deze groep automobilisten collectief te behartigen.

        Niet in staat om cliënt bij te staan

        De sjoemelsoftware zorgde ervoor dat het bij de test leek alsof aan de normen voor uitstoot werd voldaan, terwijl de motor in feite meer uitstootte dan was toegestaan. Volgens de Europese Emissie Verordening is dat een verboden manipulatie-instrument. Deze vergoedingen gelden voor zo’n 150.000 auto’s die consumenten hebben gekocht bij autodealers en die stichting Car Claim heeft betrokken in deze collectieve actie.

        Voldoen aan regelgeving

        De rechtbank stelt dat kopers van een nieuwe Volkswagen, Audi, Seat en Škoda met zogenoemde ‘sjoemelsoftware’ recht hebben op een prijsverlaging van 3.000 euro. Voor een tweedehands auto bedraagt deze prijsverlaging 1.500 euro. Een koper mag volgens de rechter verwachten dat de auto aan de regelgeving voldoet. Doet die dat niet dan is een auto minder waard dan de koopprijs.

        Bekijk hier onze incasso diensten

        Overeenkomst tot vergoeding van schade

        Het vonnis van de rechtbank bevat geen betalingsveroordeling voor de autofabrikanten en autodealers. De consumenten moeten hiervoor zelf nog een procedure voeren op basis van dit vonnis. Maar de wet voorziet ook in de mogelijkheid dat Car Claim met autofabrikanten en autodealers gaat overleggen over een overeenkomst tot vergoeding van schade, die vervolgens voor alle autobezitters verbindend verklaard kan worden. De rechtbank geeft in haar vonnis aan dat een collectieve afwikkeling van deze zaak de voorkeur verdient en stuurt erop aan dat de autofabrikanten een collectieve schikking sluiten met Car Claim ten behoeve van alle gedupeerde automobilisten.

        Verantwoordelijkheid nemen

        Car Claim heeft in de afgelopen jaren vaak contact gezocht met autofabrikanten om in gesprek te gaan over een collectieve oplossing voor de gedupeerde automobilisten. Die uitnodigingen werden tot dusver telkens afgewezen. De Stichting hoopt dat de autofabrikanten naar aanleiding van dit vonnis eindelijk hun verantwoordelijkheid nemen en bereid zijn om te gaan praten om tot een oplossing te komen.

        Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

        Vragen? Neem contact met ons op

          Een advocate die onder invloed van alcohol een cliënt bijstond tijdens een verhoor op het politiebureau, heeft van de Raad van Discipline een voorwaardelijke schorsing van één week gekregen. Volgens de raad heeft de advocate tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld en heeft zij het vertrouwen in de advocatuur en in haar eigen beroepsuitoefening geschaad.

          Bekijk hier onze rechtsgebieden

          De betreffende gebeurtenis vond plaats in februari 2020. De advocate stapte die dag met een flinke slok op een politieverhoor kamer binnen. Agenten roken tijdens het verhoor niet alleen een sterke dranklucht, maar de advocate viel ook meerdere malen in slaap.

          Niet in staat om cliënt bij te staan

          In een reactie liet de advocate weten dat ze weinig geslapen had en erg moe was, maar dat het wel goed zou komen. Vervolgens dommelde zij tijdens het verhoor echter nog een paar keer in, waarop de verbalisanten in overleg met de hulpofficier van justitie concludeerden dat zij niet in staat was om haar cliënt gedegen bij te staan. De verdachte kreeg daarop een andere advocaat aangeboden, maar dat wilde hij niet.

          Lege fles wijn

          Na het verhoor belde de advocate vanuit haar auto geëmotioneerd naar één van de agenten die bij het verhoor aanwezig was. Omdat die ervan overtuigd was dat de vrouw niet in staat was om te rijden, werd de vrouw bij haar auto opgehaald. In de auto werd ook een lege fles wijn aangetroffen. Uit een vrijwillige alcoholtest kwam een promillage van 990 ug/l tevoorschijn. De advocate gaf daarop toe dat zij die nacht vier glazen wijn had gedronken, maar niet had verwacht dat de alcohol ’s morgens nog in haar lichaam zou zitten. Een vriendin heeft haar vervolgens opgehaald bij het politiebureau.

          Bekijk hier onze incasso diensten

          Bezwaar bij Raad van Discipline

          Omdat een cliënt bijstaan in beschonken toestand als advocaat tuchtrechtelijk absoluut niet door de beugel kan, diende de Oost-Brabantse deken een bezwaar in bij de Raad van Discipline in ‘s-Hertogenbosch. Die kwam tot de conclusie dat de advocate heeft gehandeld in strijd met de gedragsregels met de kernwaarden deskundigheid en integriteit.

          “Enerzijds is het nuttigen van alcohol door een advocaat een privé aangelegenheid die in beginsel niet valt onder tuchtrechtelijke controle. Anderzijds vloeit uit voormelde maatstaven voort dat het optreden door een advocaat niet op enigerlei wijze op negatieve wijze mag worden beïnvloed door alcoholgebruik (in welke mate dan ook) en dat een advocaat aldus ook dient te voorkomen dat hij op enigerlei wijze onder invloed van alcohol staat of handelt op het moment dat hij rechtsbijstand verleent”, aldus de raad. “Daarmee heeft de advocate gehandeld in strijd met de gedragsregels 1 en 12 en met de kernwaarden deskundigheid en integriteit zoals die zijn vastgelegd in artikel 10a van de Advocatenwet. Het dekenbezwaar is daarom gegrond.”

          Omdat de vrouw eerder al tuchtrechtelijk werd veroordeeld voor deze misstap, krijgt zij deze keer een voorwaardelijke schorsing van een week opgelegd.

          Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

          Vragen? Neem contact met ons op

            Slachtoffers van de Toeslagenaffaire die een tegemoetkoming van 30.000 euro ontvangen van de Belastingdienst/Toeslagen zouden van rechtswege ook gebruik moeten kunnen maken van een afkoelingsperiode van een jaar. In die periode kunnen schuldeisers geen beslag kunnen laten leggen op goederen van de belanghebbende of diens partner. Dit heeft dan betrekking op vorderingen die zijn ontstaan voor het ingaan van de afkoelingsperiode. Dat staat in een amendement dat de Tweede Kamerleden Lodders (VVD)en Van Weyenberg (D66) hebben ingediend.

            Bekijk hier onze rechtsgebieden

            Tijdens de afkoelingsperiode moeten schuldeisers hun invorderingsmaatregelen staken ten aanzien van alle goederen van de ouders, voor zover deze maatregelen betrekking hebben op de schulden die reeds bestonden en invorderbaar waren op het moment dat de afkoelingsperiode inging. Een schuldeiser mag de schuld dan ook niet verrekenen met een vordering.

            Geen overeenkomst ontbinden

            Een oude schuld kan in de afkoelingsperiode door schuldeisers ook niet worden gebruikt als aanleiding om een overeenkomst met de schuldenaar te ontbinden. Het is dus bijvoorbeeld niet mogelijk om tijdens de afkoelingsperiode een huurovereenkomst van de woning van de schuldenaar en diens partner te ontbinden. Ook gas, water en licht kunnen niet zomaar worden afgesloten.

            Wel actie bij nieuwe schulden

            De afkoelingsperiode is bedoeld om rust en ruimte te creëren en zo tot een goede afwikkeling van de schulden, die zijn ontstaan als gevolg van de toeslagen affaire. Indien er tijdens de afkoelingsperiode nieuwe schulden worden gemaakt of ontstaan, die niet tijdig worden betaald, dan kunnen schuldeisers ten aanzien van deze nieuwe schulden wel actie ondernemen.

            Bekijk hier onze incasso diensten

            Geen registratie bij BKR

            Het amendement moet er eveneens voor zorgen dat slachtoffers van de toeslagen affaire in de toekomst geen last meer hebben van registratie van betalingsachterstanden, die inmiddels zijn vervallen. Betalingsachterstanden die als gevolg van de Toeslagen Affaire zijn kwijtgescholden, of door de slachtoffers zijn betaald zouden volgens het voorstel op geen enkele wijze meer zichtbaar mogen zijn bij het Bureau Kredietregistratie (BKR).

            Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

            Vragen? Neem contact met ons op

              Het niet tijdig betalen van rekeningen kan tot flinke extra kosten leiden voor mensen. Een patiënt die twee tandartsrekeningen uit dezelfde behandeling te laat betaalde aan het zorgdeclaratie kantoor, zag zijn oorspronkelijke rekening van 1.000 door onder meer incasso- en proceskosten oplopen naar 3.000 euro.

              Bekijk hier onze rechtsgebieden

              Wat is er aan de hand? Een man wordt eind 2019 en begin 2020 geholpen door zijn tandarts. Er worden onder meer een kroon en een brug geplaatst in zijn gebit. Afgesproken wordt om de werkzaamheden in twee gedeelten te factureren: een deel in 2019 en een deel in 2020. Op die manier heeft de man recht op een optimale vergoeding van zijn verzekering. Dan komt er echter een kink in de kabel. De man krijgt een burn-out en heeft daardoor als zelfstandig ondernemer tijdelijk minder inkomsten, waardoor hij veel van zijn rekeningen niet kan betalen. Ook de rekeningen van de tandarts blijven onbetaald, waarna het zorgdeclaratie kantoor een deurwaarder inschakelt.

              Oplopende kosten

              De eerste vordering van 518 euro wordt toegekend. Daar komen echter incassokosten, proceskosten, wettelijke rente, explootkosten en salariskosten bij, waardoor het totaal bedrag oploopt naar 1.446,51 euro. Het tweede factuurbedrag bedraagt in eerste instantie 540,21 euro, maar wordt opnieuw verhoogd met griffierecht, incassokosten, wettelijke rente en salariskosten. Daardoor moet de klant aan het einde van het proces een bedrag van 1.605,59 euro betalen.

              In termijnen betalen

              De klant is boos omdat hij de eerste dagvaarding, die geleid heeft tot het verstekvonnis van 24 juni 2020, naar eigen zeggen nooit heeft ontvangen. Hij begrijpt niet waarom die hem niet persoonlijk is afgegeven of gewoon aangetekend verzonden is. Ook vindt hij het jammer dat hij niet in de gelegenheid is gesteld om zijn vordering op te schorten totdat hij weer inkomsten had en/of in termijnen te betalen.

              Bekijk hier onze incasso diensten

              Incasso-, exploot- en gerechtskosten

              De kantonrechter geeft bij de behandeling van de zaak aan dat hij zich kan voorstellen dat de patiënt het aangroeien van een incasso vordering van 1.058,76 euro naar 3.052,10 euro onrechtvaardig vindt. Zeker als die bijna  2.000 euro aan incasso-, exploot- en gerechtskosten met name zijn ontstaan uit het produceren en versturen van standaard documenten en er geen persoonlijk contact is geweest met de patiënt.

              Griffierecht

              De hoog oplopende kosten worden voor een groot deel veroorzaakt door het griffierecht. Want een schuldeiser mag al na één aanmaning incassokosten in rekening brengen en vervolgens een schuldenaar dagvaarden. De schuldenaar heeft geen recht op een betalingsregeling en de schuldeiser hoeft ook niet z’n best te doen om de schuldenaar actief te benaderen.

              Rechtsgeldig tot stand gekomen

              Toch wijst de kantonrechter de vorderingen in deze zaak toe, want in de praktijk zijn de extra kosten op rechtsgeldige wijze tot stand gekomen. Als onderdeel van het rechtssysteem moet ook een kantonrechter zich daarom aan deze regels te conformeren, hoe zuur hij dat in dit geval misschien ook wel vindt.

              Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

              Vragen? Neem contact met ons op

                Een wielrenster die geen voorrang verleende toen zij wilde afslaan en daardoor in botsing kwam met een motorrijdster die achter haar reed, is door de rechtbank veroordeeld tot betaling van een boete van 500,- euro.

                Bekijk hier onze rechtsgebieden

                De vrouw wilde linksaf slaan. Zij verminderde daarom vaart en stak haar hand uit. Daarbij maakte zij een inschattingsfout, waardoor zij in botsing is gekomen met de motorrijdster die dicht achter haar reed. De motorrijdster heeft hierbij haar onderarm gebroken en een gecompliceerde wond aan haar knie opgelopen.

                Al bezig met inhalen

                De advocate van de wielrenster vindt dat zij geen schuld heeft aan het ongeval, omdat ze juist zorgvuldig en voorzichtig heeft gehandeld door om te kijken, af te remmen, haar hand uit te steken en vervolgens af te slaan. Uit het remspoor van de motorrijdster blijkt echter dat zij al bezig was met het inhalen van de wielrenster op het moment dat zij met elkaar in botsing kwamen. Daardoor kan het volgens de rechtbank niet anders zijn dan dat de motorrijdster zich al dicht achter de wielrenster bevond toen die afsloeg.

                Geen voorrang verlenen

                Want als de motorrijdster op ruimere afstand van de wielrenster had gereden, dan had deze makkelijk kunnen afslaan voordat zij geraakt werd door de motorrijdster. De wielrenster heeft, door geen voorrang te verlenen aan een zich dicht links achter haar bevindende motorrijdster, een verkeersovertreding gemaakt. Bestuurders die afslaan moeten recht doorgaand verkeer op dezelfde weg immers voor laten gaan.

                Bekijk hier onze incasso diensten

                Zwaar lichamelijk letsel

                De vraag is of het handelen van verdachte overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 oplevert? De tekst van dit artikel luidt als volgt:

                ‘Het is een ieder die aan het verkeer deelneemt verboden zich zodanig te gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval plaatsvindt waardoor een ander wordt gedood of waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat.’

                Inschattingsfout

                De rechtbank is van mening dat de wielrenster, zoals zij heeft verklaard, heeft omgekeken, vaart heeft geminderd en haar hand heeft uitgestoken voordat ze afsloeg. Ze heeft echter een inschattingsfout gemaakt door af te slaan terwijl dat, door de dicht achter haar rijdende motorrijdster, niet mogelijk was. Ze heeft de motorrijdster hierdoor geen voorrang verleent en daarmee een verkeersovertreding begaan. Voor schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 is echter meer nodig dan het enkel maken van een inschattingsfout. Er moet op zijn minst sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de aard van deze ene verkeersfout, geen sprake. De rechtbank legt aan de wielrenster daarom een geldboete op van 500 euro. Dit is ook de straf die de officier van justitie eiste. De wielrenster wordt vrijgesproken van letsel door schuld.

                Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

                Vragen? Neem contact met ons op

                  De gevolgen van de Corona crisis kunnen voor de rechtbank ook meewegen om de tenuitvoerlegging van ontruimingsvonnissen te schorsen of tijdelijk op te schorten. De rechtbank Rotterdam en het Gerechtshof Amsterdam schorsten recentelijk in twee zaken de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis, omdat de belangen van de huurders volgens de rechter in beide gevallen zwaarder wogen dan die van de verhuurders.

                  Bekijk hier onze rechtsgebieden

                  De Hoge Raad heeft in 2019 een maatstaf gegeven voor toetsing van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging. Als geen rechtsmiddel meer openstaat tegen de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak, dan kan de uitvoerbaarheid bij voorraad alleen worden geschorst als de tenuitvoerlegging misbruik van bevoegdheid zou opleveren. Indien er wel een rechtsmiddel openstaat, kan alleen worden afgeweken van de uitvoerbaarheid bij voorraad indien de belangen van de geëxecuteerde zwaarder wegen dan de belangen van de andere partij.

                  Rechtvaardigen

                  Als de rechter al een gemotiveerde beslissing heeft gegeven over de uitvoerbaarheid bij voorraad, moet de partij die schorsing van de tenuitvoerlegging vordert feiten en omstandigheden naar voren brengen die bij de betreffende uitspraak niet in aanmerking konden worden genomen, omdat ze zich na de uitspraak hebben voorgedaan. Het moet dan wel gaan om feiten en omstandigheden die kunnen rechtvaardigen dat van die eerdere beslissing wordt afgeweken.

                  Ontruimingsvonnis

                  Dat gebeurde op 21 april bij de de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis in Rotterdam. De kantonrechter oordeelde op 5 februari dat een huurovereenkomst mocht worden ontbonden en dat de huurder de woning moest ontruimen. De huurder ging daarop in hoger beroep. Omdat de verhuurder toch besloot om de ontruiming van de huurwoning door te zetten, is de huurder een (executie-)kort geding gestart. De huurder kon door Corona niet terugkeren naar Marokko, waardoor hij dakloos dreigde te worden. Daarnaast was er voor de huurder een staaroperatie gepland.

                  Bekijk hier onze incasso diensten

                  Zwaarwegend belang

                  De rechtbank oordeelde dat het belang van de verhuurder bij tenuitvoerlegging van het vonnis niet in redelijke verhouding staat tot het zwaarwegende belang van de huurder bij behoud van de bestaande toestand. De persoonlijke perikelen van de huurder wogen volgens de rechtbank zwaarder dan het belang van de verhuurder, om te zorgen voor een rechtvaardige verdeling van de schaarse voorraad sociale huurwoningen.

                  Dakloos

                  Ruim een week eerder, op 13 april, schorste het gerechtshof Amsterdam de tenuitvoerlegging van de veroordeling tot ontruiming van de woonboot en de ligplaats tot zes maanden na de dagtekening van het arrest. Het hof nam in eerste instantie als uitgangspunt dat de huurovereenkomst in november 2020 rechtsgeldig is geëindigd. De eigenaar van de woonboot heeft onder die omstandigheden daarom het recht weer over zijn eigendom te beschikken. Maar ook in dit geval woog het belang van de voormalige huurders volgens het gerechtshof zwaarder, omdat zij bij ontruiming dakloos zouden te worden. Eén van de bewoners heeft een coronabesmetting gehad en daarnaast ook last van COPD en astma. Deze persoon leeft daardoor al geruime tijd in thuis quarantaine en kon ook niet terecht bij familie of vrienden. Het hof overwoog dat verwacht mag worden dat over zes maanden de situatie in Nederland wat betreft het coronavirus zodanig is verbeterd, dat een ontruiming dan verantwoord kan plaatsvinden. 

                  De twee recente uitspraken laten zien dat schorsing van de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis in deze Corona tijd zeker mogelijk is, maar dat daarvoor wel verschillende juridische stappen moeten worden doorlopen. 

                  Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

                  Vragen? Neem contact met ons op

                    De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen die het toekomstige kabinet oproept de rechtspositie van burgers te versterken door structureel voldoende middelen vrij te maken voor de sociale advocatuur, ‘in de geest van het advies van de Commissie van der Meer’. De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) is blij dat de motie is aangenomen door de Tweede Kamer.

                    Bekijk hier onze rechtsgebieden

                    Volgens de NOvA wordt hiermee vooruitzicht geboden op een redelijke beloning voor sociaal advocaten in de komende jaren. Casimir Vink, eigenaar van RechtNet Advocaten, noemt het besluit van de Tweede Kamer een stap in de goede richting. ‘Veel sociaal advocaten werken op dit moment onder kostprijs’, aldus Vink. ‘Daarom is het niet vreemd dat steeds meer kantoren geen toevoegingszaken meer willen doen. Een betere beloning voor deze werkzaamheden is absoluut noodzakelijk.’

                    Vergoedingen op basis van puntenstelsel

                    De vergoedingen in de sociale advocatuur zijn gebaseerd op een puntenstelsel. Per punt wordt een vergoeding toegekend. De Commissie van der Meer presenteerde in 2017 al een onderzoek waarin werd vastgesteld dat deze vergoedingen voor sociaal advocaten niet meer passend waren voor het werk dat zij hiervoor leverden. De commissie deed destijds een voorstel tot aanpassing van de vergoedingen, die rechtsbijstandverleners ontvangen voor door hen aan on- en minvermogenden geleverde rechtsbijstand.

                    Moeilijker om rechtsbijstand te krijgen

                    Doordat sociaal advocaten al jaren structureel een te lage vergoeding ontvangen voor in verhouding steeds ingewikkelder wordende zaken, keren steeds meer advocaten het stelsel de rug toe. Daardoor wordt het moeilijker voor rechtzoekenden met een laag inkomen om rechtsbijstand te krijgen. 

                    Bekijk hier onze incasso diensten

                    Tijdelijke overbruggingsregeling

                    In 2019 stelde minister Dekker van justitie een tijdelijke overbruggingsregeling in, nadat de NOvA deelname aan het Topberaad opzegde en sociaal advocaten dreigden met acties. De overbruggingsregeling zou eind dit jaar aflopen, maar wordt nu verlengd. Volgens minister Dekker is een teruggang in inkomen voor sociaal advocaten nu ‘niet uit te leggen’. De tijdelijke maatregel biedt geen oplossing voor het probleem van te lage punten toekenning aan zaken in bijvoorbeeld het strafrecht en familierecht. Daarvoor is implementatie van het rapport van de Commissie van der Meer vereist.

                    Investeren in de nulde- en eerstelijns rechtshulp

                    In een brief roepen de NOvA en de specialisatieverenigingen de Tweede Kamer op om jaarlijks zo’n 150 miljoen euro te investeren in een adequate vergoeding voor rechtsbijstand zodat rechtsbescherming gewaarborgd blijft. Daarnaast vragen zij om te investeren in de nulde- en eerstelijns rechtshulp. Hier kunnen rechtzoekenden advies krijgen of doorverwezen worden naar andere instanties of een advocaat. 

                    Extra geld vrijmaken

                    Als derde aandachtspunt pleiten de NOvA en de specialisatieverenigingen om kwalitatief goede rechtsbijstand te behouden door te blijven investeren in jonge aanwas. Advocaat-stagiairs zien op dit moment weinig toekomst in de sociale praktijk, mede door de lage vergoedingen. Bovendien hebben de sociale advocatenkantoren onvoldoende middelen om stagiairs in dienst te nemen. In combinatie met de vergrijzing komt hierdoor de toegang tot de rechter voor on- en mindervermogende rechtzoekenden  extra onder druk te staan. 

                    In het kader van de komende formatie gaat minister Dekker scenario’s opstellen om extra geld vrij te maken voor het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand langs de lijnen van de aanbevelingen van de commissie Van der Meer.

                     

                    Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

                    Vragen? Neem contact met ons op