Waar bent u naar op zoek?

RechtNet Advocaten

Blog

Voorschotfacturen risico voor bestuurders als vennootschap in zwaar weer zit

Bestuurders van een vennootschap zijn in beginsel niet persoonlijk aansprakelijk voor schulden van die vennootschap. Toch is die bescherming niet onbegrensd, zo blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag. Met name bij het innen van voorschotten in financieel zwaar weer kan die persoonlijke aansprakelijkheid eerder om de hoek komen kijken dan van tevoren gedacht.

Bekijk hier onze rechtsgebieden

In deze zaak draait het om een aannemer die een woning verbouwde op basis van een aanneemsom in achttien termijnen. Die termijnen waren expliciet bedoeld als voorschotten op nog uit te voeren werkzaamheden.

Aannemer gaat failliet

Naarrmate het project vorderde, ontstond discussie over de verhouding tussen de gefactureerde termijnen en de daadwerkelijke voortgang van het werk. Ondanks twijfels betaalden de opdrachtgevers zowel de zestiende als de zeventiende termijnfactuur. Drie dagen na betaling van de laatste termijn ging de aannemer failliet.

De opdrachtgevers bleven hierdoor met schade achter en stelden de bestuurder van het aannemingsbedrijf persoonlijk aansprakelijk. De rechtbank toetste die aansprakelijkheid aan twee bekende maatstaven uit de rechtspraak: de Beklamel-norm en de norm uit Ontvanger/Roelofsen.

Bekijk hier onze incasso diensten

Beklamel-norm

De Beklamel-norm houdt in dat op het moment dat een bestuurder een onderneming bindt aan een overeenkomst, terwijl hij redelijkerwijs weet dat hij deze overeenkomst niet kan nakomen, deze bestuurder aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade.

De norm uit Ontvanger/Roelofsen doet zich voor wanneer een bestuurder zowel de betaling als de verhaalsmogelijkheden frustreert. De eerste vraag was of de bestuurder al bij het aangaan van de overeenkomst had moeten voorzien dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen. Dat bleek niet het geval. De onderneming draaide op dat moment, had omzet gerealiseerd en had al een groot deel van de werkzaamheden uitgevoerd. Daarmee strandde aansprakelijkheid op basis van de Beklamel-norm voor die fase.

Ook het verwijt dat ontvangen gelden oneigenlijk zouden zijn gebruikt, hield geen stand. Volgens de rechtbank is het niet zo dat betalingen van een opdrachtgever uitsluitend aan dat specifieke project moeten worden besteed. Zeker niet als de onderneming meerdere projecten en algemene kosten heeft. Zonder nadere onderbouwing kon niet worden vastgesteld dat sprake was van onbehoorlijk bestuur.

Kort tijdsbestek

De kern van de zaak lag echter bij de betaling van de zeventiende termijnfactuur. Slechts drie dagen na betaling besloot de bestuurder het faillissement aan te vragen. Dat korte tijdsbestek bleek voor de rechtbank cruciaal. Volgens de rechter moest ervan worden uitgegaan dat de financiële situatie op het moment van factureren al zodanig slecht was dat een faillissement onafwendbaar of op zijn minst zeer waarschijnlijk was. In die omstandigheden had de bestuurder moeten afzien van het laten betalen van een voorschot voor werkzaamheden die vrijwel zeker niet meer uitgevoerd zouden worden.

Hier werd de Beklamel-norm wél geschonden, want de bestuurder wist of had moeten begrijpen dat de vennootschap haar verplichtingen niet meer zou kunnen nakomen. De bestuurder werd daarom aansprakelijk gesteld voor het bedrag van de zeventiende termijnfactuur, ruim 26.000 euro.
De uitspraak laat zien dat bestuurders extra alert moeten zijn in de aanloop naar een mogelijk faillissement. Het innen van voorschotten voor toekomstige prestaties vormt een risico als duidelijk is dat die prestaties waarschijnlijk niet meer geleverd zullen worden. In zo’n situatie kan de stap van ondernemingsrisico naar persoonlijke aansprakelijkheid snel gezet zijn.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

Vragen? Neem contact met ons op