Beoordeling door klanten: 8,6/10 - 164 beoordelingen

Debiteur opgeheven: wat nu? Remedies tegen een turboliquidatie!

debiteur opgeheven

Debiteur opgeheven, wat is er tegen te doen?

In mijn praktijk kom ik het regelmatig tegen. Mijn cliënt heeft nog een flink bedrag te vorderen van zijn klant, die handelt middels een B.V. Betaling blijft echter uit. Als cliënte stappen wil ondernemen, blijkt de B.V. van de klant niet meer te bestaan: debiteur opgeheven via een turboliquidatie. Dan volgen de logische vragen: ‘Kan dat zomaar en kan ik daar iets tegen doen?’. Het antwoord is tweemaal ja. In dit artikel zal ik kort de mogelijkheden beschrijven. Eerst leg ik kort uit wat een turboliquidatie eigenlijk is.

Turboliquidatie= debiteur opgeheven!

Een B.V. of andere rechtspersoon houdt pas op met bestaan, na ontbinding. Debiteur is dan opgeheven. Artikel 2:19 BW beschrijft op welke manieren een B.V. kan worden ontbonden. Doorgaans volgt een ontbinding na een besluit van de algemene vergadering of na een faillissement.

Bij een reguliere ontbinding houdt de B.V pas op met bestaan, na de vereffening (liquidatie) van het vermogen. Simpel gezegd moeten eerst alle schuldeisers worden voldaan, voordat de B.V. mag verdwijnen. De wet beschrijft de procedure die hiervoor gevolgd moet worden.

Die procedure komt er op neer dat er een vereffenaar wordt aangewezen die een plan van verdeling opstelt en indient. Eventuele schuldeisers kunnen dit plan inzien en indien nodig bezwaar maken. Mocht blijken dat er te weinig vermogen te verdelen is, dan moet de vereffenaar overgaan tot het aanvragen van het faillissement.

Vereffening overgeslagen

De turboliquidatie betreft een bijzondere procedure, waarbij de vereffening wordt overgeslagen en er simpelweg besloten wordt tot ontbinding. Dit is uitsluitend toegestaan wanneer er geen vermogen te verdelen is. De term turboliquidatie is daarom strikt genomen onjuist, omdat de liquidatie juist achterwege blijft. De turboliquidatie is toegestaan wanneer er nog schulden zijn. Het is slechts van belang is of er nog te verdelen vermogen bestaat. In de praktijk blijkt dat dit vereiste het meeste discussie oplevert.

Wat kan een achtergebleven schuldeiser nu doen?

Grofweg bestaan er drie juridische mogelijkheden om te pogen alsnog betaling te verkrijgen. De schuldeiser kan (a) een verzoek indienen tot heropening van de vereffening, (b) het faillissement aanvragen van de ontbonden B.V. of (c) een vordering instellen op grond van onrechtmatige daad tegen de bestuurder(s). Ieder van deze opties heeft voor- en nadelen.

Heropening vereffening

Bij de eerste mogelijkheid wordt een verzoek ingediend bij de rechtbank om de vereffening van de B.V. te heropenen. Vaak zal de rechtbank een vereffenaar aanwijzen. De vereffenaar gaat voorts over tot het alsnog verdelen van eventueel vermogen.

De eisen voor een dergelijk verzoek zijn niet streng. Er moet sprake zijn van ‘een opgekomen schuldeiser’ of van ‘het blijken van een bate’. Strikt genomen hoeft de verzoeker niet aan te tonen dat er nog iets te verdelen valt. Indien echter het tegendeel blijkt, dan kan het verzoek worden afgewezen.

Aanvragen faillissement

De mogelijkheid bestaat ook om direct het faillissement aan te vragen van de ontbonden B.V. Bij een faillissement zal de curator onderzoeken of er vermogen te verdelen is. De curator zal ook onderzoeken of er sprake is geweest van onbehoorlijk bestuur.

Een verzoek wordt toegewezen wanneer er sprake is van drie omstandigheden:

1. Er blijkt summierlijk van (potentiële) baten;
2. Er bestaan meerdere schuldeisers;
3. Er is sprake van ‘ophouden van betalen’.

Bestuurdersaansprakelijkheid

De laatste mogelijkheid is het meest ingewikkeld, maar ook de optie met de potentieel hoogste opbrengst. De mogelijkheid bestaat namelijk om de bestuurder direct aan te spreken op grond van onrechtmatige daad, voor de geleden schade.

Het is vaste rechtspraak dat het overgaan tot turboliquidatie, terwijl er nog baten aanwezig waren, een onrechtmatige daad oplevert tegen de achtergebleven schuldeisers. De schuldeiser dient hiervoor aan te tonen dat zij een vordering heeft en dat er sprake was van een bate. Tot slot moet de schuldeiser aantonen dat zij schade heeft geleden door de turboliquidatie, omdat zij beter af was geweest met een vereffening of een faillissement van de B.V. Vooral dit laatste is geen makkelijke opgave.

Vrijblijvend advies?

Het innen van een vordering op een ontbonden B.V. is zeker mogelijk. Wordt u geconfronteerd met een vordering op een ontbonden B.V., dan is het raadzaam om direct daarover in overleg te gaan met een advocaat. Een van onze ondernemingsrechtadvocaten kan u helder en bondig adviseren over de mogelijkheden en slagingskansen.

Meer weten over debiteur opgeheven? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten op nummer 073 – 615 43 11 dan wel mail naar info@rechtnet.nl.

 

1- Uit onderzoek van het FB blijkt dat in ongeveer 85% van de gevallen een onderneming wordt opgeheven via de turboliquidatie.
2- Voor het gemak zal verder alleen over de B.V. worden gesproken, nu deze rechtsvorm het meest voorkomt

Kwaliteitsborging voor bouwwerken

Kwaliteitsborging voor bouwwerken Koopmans

Op 16 april 2016 heeft minister S.A. Blok van Wonen en Rijkdienst het wetsvoorstel ‘Kwaliteitsborging voor bouwwerken’ ingediend. Het is de bedoeling dat de kwaliteitsborging voor bouwwerken op 1 januari 2017 in werking treedt. De kwaliteitsborging voor bouwwerken uit het wetsvoorstel brengt voor zowel de aannemer, als de opdrachtgever gevolgen met zich mee. De aansprakelijkheid van gebreken zal onder andere veranderen en tevens worden er verplichtingen in het leven geroepen voor de aannemer.

Verandering in de aansprakelijkheid conform het wetsvoorstel ‘Kwaliteitsborging voor bouwwerken’

Op dit moment kan de aannemer slechts aansprakelijk worden gehouden voor gebreken, die ten tijde van de oplevering redelijkerwijs niet ontdekt hadden kunnen worden door de opdrachtgever. De opdrachtgever dient dit vervolgens te bewijzen om de aannemer aansprakelijk te kunnen houden. Deze bewijslast zal door de nieuwe wet worden omgekeerd, doordat het begrip ‘gebrek’ wordt gewijzigd. Het begrip zal worden geformuleerd als een gebrek dat niet is ontdekt bij de oplevering van het bouwwerk. De aannemer kan slechts onder zijn aansprakelijkheid uitkomen, indien hij aan kan tonen dat het gebrek niet aan hem is toe te rekenen.

Een voorbeeld hiervan is als volgt. Op het moment dat er een gebrek ontdekt wordt aan een dak, zal de opdrachtgever vooralsnog moeten aantonen dat hij het gebrek niet had kunnen ontdekken ten tijde van de oplevering. Als de opdrachtgever hierin slaagt, kan hij de aannemer met succes aansprakelijk stellen. In de nieuwe situatie wordt de aannemer aansprakelijk gehouden voor het gebrek aan het dak, tenzij hij kan aantonen dat het gebrek niet aan hem is toe te rekenen. In dit laatste geval kan gedacht worden aan overmacht.

Deze wetswijziging is ten opzichte van de particuliere opdrachtgever van dwingend recht. Dit houdt in dat er niet ten nadele van de particuliere opdrachtgever kan worden afgeweken. Ten aanzien van de zakelijke opdrachtgever kan hiervan alleen worden afgeweken, indien het uitdrukkelijk in de overeenkomst is opgenomen. Een verwijzing naar de algemene voorwaarden is niet voldoende. De wet prevaleert in dat geval boven de algemene voorwaarde!

Informatieplichten voor de aannemer conform het wetsvoorstel ‘Kwaliteitsborging voor bouwwerken’

Er zal een informatieplicht voorafgaand aan de overeenkomst in het leven worden geroepen. De aannemer dient de opdrachtgever te informeren op welke wijze hij verzekerd is, dan wel een andere financiële zekerheid kan bieden. Indien deze verplichting niet wordt nagekomen, kan dit in sommige gevallen verstrekkende gevolgen hebben. Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan de vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling.

Daarnaast zal de aannemer een informatieplicht omtrent het opschortingsrecht van de opdrachtgever krijgen. De opdrachtgever mag in dat geval de betaling van maximaal 5% van de aanneemsom opschorten, door deze in depot te storten bij de notaris. Dit wordt ook wel depotstelling genoemd. De aannemer dient de opdrachtgever over deze mogelijkheid te informeren. De aannemer dient vervolgens aan te tonen dat hij aan zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan, waarna het bedrag in beginsel ook wordt uitgekeerd. Indien de opdrachtgever uitdrukkelijk bezwaar maakt tegen uitkering, kan het depot worden gehandhaafd. De opdrachtgever dient hiervoor wel gegronde redenen te hebben, bijvoorbeeld indien er sprake is van gebreken aan het bouwwerk, die niet zijn hersteld.

Tot slot moeten aannemers die werken met een vervangende bankgarantie, in de plaats van depotstelling zoals hiervoor uitgelegd, er voor zorg dragen bankgarantie dezelfde zekerheid biedt als de depotstelling. Dit geldt enkel bij de overeenkomst met de particuliere opdrachtgever en hiervan mag bij de zakelijke opdrachtgever worden afgeweken.

Conclusie

Kortom, de opdrachtgever heeft in de nieuwe situatie een sterkere positie gekregen in tegenstelling tot de aannemer die eerder aansprakelijk zal worden gehouden bij gebreken. Daarnaast wordt er een actievere rol verwacht van de aannemer en bij niet naleving kan dit voor de aannemer verstrekkende gevolgen hebben. Al met al een echte kwaliteitsborging voor bouwwerken.

Indien u vragen heeft naar aanleiding van dit bericht ‘Wetsvoorstel Kwaliteitsborging bij bouwwerken’, neem dan vrijblijvend contact op met één van de ervaren advocaten of juristen van RechtNet Advocaten. U kunt RechtNet Advocaten bereiken op telefoonnummer 073 – 615 43 11 of via het e-mailadres info@rechtnet.nl

de heer M.W.G. (Mark) Koopmans
Jurist

MEER INFORMATIE ONTVANGEN?

Vul het formulier in voor meer informatie



Sluiten