Werknemer die geld leent bij werkgever hoeft niet terug te betalen

Een loodgietersbedrijf sluit een lening met een medewerker een lening van 50.000
euro tegen een rente van 7 procent. Na het einde van zijn dienstverband stopt de werknemer met aflossen. Daarop stapt het loodgietersbedrijf eerst naar de kantonrechter en later naar het Gerechtshof in Den Haag om het geld alsnog terug te krijgen, maar hij kreeg in beide zaken nul op rekest.

Bekijk hier onze rechtsgebieden

Volgens de rechters kan een geldlening met een dergelijk rentepercentage worden beschouwd als een consumentenkrediet. Dat het geld in dit geval wordt verstrekt door een werkgever aan een werknemer, maakt daarbij geen verschil. De werkgever had daarom voorafgaand aan het sluiten van de geldlening aan de informatieverplichtingen richting de werknemer moeten voldoen en ook een kredietwaardigheidstoets moeten uitvoeren, om te beoordelen of de werknemer de lening financieel kon dragen. Omdat dit niet is gebeurd, wordt de vordering zowel door de kantonrechter als het Gerechtshof afgewezen.

Consumentenkrediet

Er zijn in de praktijk wel uitzonderingen voor werkgevers die als nevenactiviteit geld uitlenen aan werknemers, maar die gelden alleen wanneer de lening rentevrij is of tegen een rente die aantoonbaar lager ligt dan gebruikelijk is op de markt. Bij deze lening, waarbij de afgesproken rente 7 procent bedroeg, oordeelde het hof dat de regels voor consumentenkrediet volledig van toepassing waren. Die kwalificatie heeft verstrekkende gevolgen, want daardoor kon de vordering tot terugbetaling, die uitsluitend op de leningsovereenkomst was gebaseerd, niet worden toegewezen. Aan de werknemer wordt zowel door de kantonrechter als door het Gerechtshof verstek verleend, zodat hij niet bij de behandeling van de zaak aanwezig hoeft te zijn. De rechter heeft in dit geval zelf de consumentenbescherming getoetst.

Bekijk hier onze incasso diensten

Nieuwe procedure

Betekent deze uitspraak dat het loodgietersbedrijf zijn geld definitief kwijt is aan de medewerker. Nee, want als de overeenkomst wordt vernietigd, moeten beide partijen hun geleverde prestaties ongedaan maken. Het bedrijf kan dus nog een nieuwe procedure starten om de hoofdsom terug te vorderen.

Toch kunnen werkgevers een aantal lessen trekken uit deze zaak:
– Indien zij geld willen uitlenen aan een werknemer, is het verstandig om geen rente af te spreken of een lager percentage dan de marktrente. Op die manier blijven de regels van het consumentenkrediet buiten beeld.
– Tijdens het dienstverband van een werknemer mogen rente en aflossing van een lening niet met het loon worden verrekend. Bij het einde van het dienstverband kan verrekening wel, maar niet met het deel van het loon waarop ook geen beslag mag worden gelegd.
– Wanneer het toch tot een gerechtelijke procedure komt, voer dan naast de leningsovereenkomst ook de ongedaanmaking als grondslag aan. In zo’n geval kan in ieder geval de hoofdsom nog worden teruggevorderd.

Duidelijke waarschuwing voor werkgevers

De uitspraak bevat een duidelijke waarschuwing voor werkgevers die werknemers financieel willen ondersteunen. Een lening lijkt misschien een praktische oplossing, maar kan ongemerkt onder de strenge regels van het consumentenkrediet vallen. Wie geld uitleent aan een werknemer doet er daarom verstandig aan vooraf te beoordelen of de uitzonderingsregeling van toepassing is en of aan alle wettelijke informatie- en onderzoeksplichten wordt voldaan.

Daarnaast laat deze zaak zien hoe belangrijk het is om in een gerechtelijke procedure alle mogelijke juridische grondslagen aan te voeren. Een zorgvuldig opgestelde overeenkomst én een goed doordachte processtrategie kunnen het verschil maken tussen volledige afwijzing en alsnog een succesvolle terugvordering.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

Vragen? Neem contact met ons op