Huurder met twee koopwoningen mag sociaal blijven huren

Een woningcorporatie die de huurovereenkomst wilde laten ontbinden van een huurder die ook eigenaar is van twee koopappartementen, kreeg hiervoor geen toestemming van de kantonrechter in Midden-Nederland. De rechter oordeelde dat de huurder bij aanvang van de huurovereenkomst in 2012 voldeed aan de inkomenseisen en de woningcorporatie op dat moment al wist dat deze persoon onroerend goed in zijn bezit had. Die informatie mag volgens de rechter dertien jaar later niet alsnog worden gebruikt om de huurovereenkomst te beëindigen.

Bekijk hier onze rechtsgebieden

De huurder woont al vele jaren in een sociale huurwoning van de woningcorporatie. Op het moment van de toewijzing was hij al eigenaar van een aantal onroerende zaken, waaronder twee appartementen. Jarenlang vormde dat geen enkel probleem. Dat veranderde in 2025 toen de woningcorporatie overging tot opzegging van de huurovereenkomst met een beroep op dringend eigen gebruik. Volgens de corporatie behoorde de huurder niet langer tot de doelgroep van de sociale huursector. De woning moest daarom beschikbaar komen voor iemand die deze harder nodig had. De kantonrechter ging daar niet in mee.

Toewijzing sociale huurwoningen

De kern van de uitspraak ligt in het systeem van de Woningwet en de regels voor de toewijzing van sociale huurwoningen. Hierbij wordt uitsluitend gekeken naar het huishoudinkomen. Dat betekent dat het bezit van spaargeld, beleggingen of vastgoed geen rol speelt bij de vraag of iemand voor een sociale huurwoning in aanmerking komt. De huurder voldeed bij aanvang van de huurovereenkomst aan deze inkomenseisen. Bovendien wist de woningcorporatie destijds al dat de man onroerend goed in zijn bezit had. Deze omstandigheden kunnen volgens de rechter dertien jaar later niet alsnog worden gebruikt om de huurovereenkomst te beëindigen. De uitspraak geeft ook meer duidelijkheid over de reikwijdte van het begrip ‘dringend eigen gebruik’. Een verhuurder moet niet alleen aantonen dat hij de woning dringend nodig heeft, maar ook dat voortzetting van de huurovereenkomst redelijkerwijs niet van hem kan worden verlangd. Bovendien moet de aangevoerde reden binnen het wettelijke systeem passen.

Bekijk hier onze incasso diensten

Vermogenstoets

Volgens de kantonrechter probeert de woningcorporatie in deze zaak alsnog een vermogenstoets toe te passen, terwijl de wet daar geen ruimte voor biedt. Tegelijkertijd kan na deze uitspraak de vraag worden gesteld of het nog wel wenselijk is dat uitsluitend het inkomen van iemand bepalend is om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning? De uitspraak van de kantonrechter geeft hierop geen inhoudelijk antwoord, maar maakt wel duidelijk dat die keuze uitsluitend aan de wetgever is. Want zolang een vermogenstoets wettelijk niet verplicht is, kunnen woningcorporaties deze niet via een beroep op dringend eigen gebruik alsnog introduceren. Voor woningcorporaties biedt deze uitspraak dan ook duidelijkheid. Het bezit van koopwoningen is op zichzelf onvoldoende om een sociale huurovereenkomst te beëindigen. Wanneer een huurder bij het afsluiten van de huurovereenkomst rechtmatig tot de doelgroep behoorde en de wet geen ruimte biedt om vermogen mee te wegen, ligt er geen juridische basis om de huurbescherming te doorbreken.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

Vragen? Neem contact met ons op