Een vrouw die in het verleden is veroordeeld voor brandstichting met dodelijke afloop, moet van de rechter toch een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) krijgen van de overheid om in de zorg te kunnen blijven werken. Volgens de rechter heeft de overheid onvoldoende rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de vrouw en haar minderjarige zoon.
Bekijk hier onze rechtsgebieden
In 2017 pleegde de vrouw een aantal zeer ernstige strafbare feiten. Hiervoor zat zij een langdurige gevangenisstraf uit. Tijdens haar straf werkte zij aan een terugkeer in de samenleving. Daarbij werd zij ondersteund door de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en de reclassering om in de zorg te gaan werken.
Na haar vrijlating kreeg zij drie keer een VOG voor werkzaamheden in de gezondheidszorg. Daarmee kon zij een baan vinden, een woning huren en als alleenstaande moeder voor haar zoon zorgen. Een volgende VOG-aanvraag werd echter afgewezen. Hierdoor dreigde de vrouw een aantal stabiele factoren in haar leven los te moeten laten.
Belangenafweging onvoldoende
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was van mening dat de ernst van de gepleegde misdrijven niet te verenigen was met een functie waarin kwetsbare personen worden begeleid. De vrouw ging tegen de weigering in beroep.
De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak al dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het belang van bescherming van de samenleving zwaarder moest wegen dan de persoonlijke belangen van de vrouw. De overheid kreeg vervolgens nog de gelegenheid om haar standpunt nader uit te leggen, maar slaagde daar volgens de rechtbank niet in.
Met name de gevolgen voor de minderjarige zoon waren onvoldoende onderzocht. Hij had tijdens de detentie van zijn moeder een moeilijke periode doorgemaakt en was emotioneel verwaarloosd. Inmiddels was er sprake van een stabiele thuissituatie. Het verlies van werk en inkomen zou die situatie ernstig kunnen verstoren.
Bekijk hier onze incasso diensten
Laag risico op herhaling
De rechtbank stelt dat er, ondanks de zware strafbare feiten die de vrouw heeft gepleegd, in deze zaak bijzondere omstandigheden zijn die een weigering van de VOG onevenredig maken. Zo schatten DJI en de reclassering het risico op herhaling laag in. De vrouw werkt inmiddels in de zorg, heeft haar werkgever geïnformeerd over haar verleden en gebruikt haar inkomen mede om schulden aan slachtoffers af te lossen. Bovendien heeft de overheid zelf bijgedragen aan de huidige situatie door eerder wel al drie keer een VOG te verstrekken. De vrouw mocht er volgens de rechtbank op vertrouwen dat zij daarmee haar leven opnieuw kon opbouwen.
Omdat de staatssecretaris het verzoek om de weigering beter te motiveren niet is nagekomen, vernietigt de rechtbank de weigering. De rechter gaat zelfs een stap verder door te bepalen dat de VOG binnen twee weken na de uitspraak moet worden verstrekt. Verder moet de overheid 2.733 euro aan proceskosten en 194 euro aan griffierecht vergoeden aan de vrouw. De uitspraak onderstreept dat bij een VOG-aanvraag niet uitsluitend de ernst van eerdere strafbare feiten bepalend is. Ook de kans op herhaling, de persoonlijke ontwikkeling en de gevolgen voor betrokkenen moeten zorgvuldig worden meegewogen.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.
Vragen? Neem contact met ons op

