Een onderwijsinstelling die een medewerker wilde ontslaan vanwege bedrijfseconomische omstandigheden, heeft bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant bakzeil gehaald. De werkgever presenteerde herhaaldelijk onjuiste en onvolledige informatie om de noodzaak van een reorganisatie aan te tonen. De rechter stelde dat daarmee de wettelijke waarheidsplicht werd geschonden. De werkgever moet daarom hogere proceskosten betalen en de medewerker moet weer aan het werk.
Bekijk hier onze rechtsgebieden
De medewerker werd in september 2025 boventallig verklaard. Volgens de onderwijsinstelling kwam zijn functie door een reorganisatie te vervallen. Het UWV verleende echter geen toestemming voor ontslag, waarna de werkgever naar de kantonrechter stapte om de arbeidsovereenkomst alsnog te ontbinden. Als reden noemde de onderwijsinstelling onder meer dalende studentenaantallen, afnemende studenttevredenheid, financiële problemen en veranderingen in het onderwijslandschap. De werknemer was het niet eens met deze argumenten en kwam met cijfers die een heel ander beeld lieten zien.
Onjuiste cijfers over studenten
Volgens de werkgever was de studenttevredenheid sterk gedaald. Maar uit informatie die de werknemer kon laten zien, bleek echter dat de instelling in 2023 het predicaat ’topopleiding’ had gekregen. Dat keurmerk is ook in 2026 nog gebruikt.
Ook de cijfers over de studenteninstroom die de onderwijsinstelling aanvoerde, klopten niet. De werkgever liet alleen de najaarsinschrijvingen zien, terwijl hij verklaarde dat ook de voorjaarsinschrijvingen waren meegenomen.
Daarnaast gaf de onderwijsinstelling aan dat ongeveer 22 procent van de eerstejaarsstudenten voortijdig uitviel. Volgens het eigen jaarverslag lag dit percentage echter tussen de 2 en 7 procent. Tijdens de rechtszaak stelde de werkgever het percentage bij naar 10 procent, maar ook daarvoor ontbrak een overtuigende onderbouwing.
De werkgever gaf verder aan dat vanaf 2028 een financieel tekort van ruim een miljoen euro dreigde. Hierbij was echter geen rekening gehouden met de ontvangst van mogelijke subsidies waarvoor aanvragen liepen.
Verder stelde de rechter een onverklaard verschil vast van bijna 2,7 miljoen euro tussen verschillende financiële overzichten. Ook waren bepaalde inkomsten buiten de prognose gehouden. De rechter oordeelde dan ook dat onvoldoende was aangetoond dat de financiële situatie het schrappen van arbeidsplaatsen noodzakelijk maakte.
Bekijk hier onze incasso diensten
Waarheidsplicht geschonden
De kantonrechter gaf aan dat de werkgever op meerdere onderdelen in strijd had gehandeld met artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dit artikel verplicht procespartijen om relevante feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Door onjuiste informatie te verstrekken hadden de werknemer en de rechter extra tijd nodig om de zaak goed voor te bereiden. De kantonrechter verhoogde daarom de gebruikelijke vergoeding voor de gemachtigde met 50 procent. De totale proceskostenveroordeling bedraagt 1.875 euro.
Verder moet de werkgever de medewerker binnen vijf dagen na betekening van de uitspraak in een andere passende functie tewerkstellen. Doet hij dat niet, dan hangt hem een dwangsom van 500 euro per dag boven het hoofd, tot maximaal 50.000 euro. De uitspraak is een duidelijk signaal dat werkgevers weliswaar het recht hebben om hun organisatie te reorganiseren, maar dat ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden een deugdelijke onderbouwing vereist. Het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie kan daarbij verstrekkende gevolgen hebben.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.
Vragen? Neem contact met ons op

