Een verhuurder van bedrijfsruimte die een contractuele boete vordert vanwege een huurachterstand, kan niet automatisch ook aanspraak maken op wettelijke handelsrente over diezelfde achterstand. Dat blijkt uit een recente uitspraak van de kantonrechter in Amsterdam.
Bekijk hier onze rechtsgebieden
In deze zaak ging het om een bedrijfsruimte waarvoor in maart 2022 een huurovereenkomst was gesloten. In deze overeenkomst was opgenomen dat de huurder bij te late betaling automatisch een contractuele boete verschuldigd is van 1 procent van het openstaande bedrag per kalendermaand, met een minimum van 300 euro per maand.
Huurachterstand loopt op
Vanaf oktober 2025 ontstond een huurachterstand die daarna bleef oplopen. Op het moment van de zitting bedroeg de achterstand ruim 25.000 euro inclusief btw. Ondanks meerdere betalingsherinneringen en sommaties werd de huur niet betaald. Daarom vorderde de verhuurder in de zaak bij de kantonrechter betaling van de huurachterstand, ontruiming van het gehuurde, een contractuele boete van 1.500 euro, buitengerechtelijke incassokosten én wettelijke handelsrente. De opgebouwde huurachterstand van meerdere maanden vertegenwoordigde inmiddels een aanzienlijk bedrag. Omdat de huurder de betalingsachterstand niet had betwist, werd de volledige huurvordering door de kantonrechter toegewezen. Ook de gevorderde ontruiming werd toegewezen. Volgens de kantonrechter was het zeer aannemelijk dat een bodemrechter de huurovereenkomst wegens deze omvangrijke huurachterstand zou ontbinden.
Bekijk hier onze incasso diensten
Geen afspraak over boete en handelsrente
Het meest interessante onderdeel van de uitspraak draaide om de combinatie van de contractuele boete en de wettelijke handelsrente. De contractuele boete van 1.500 euro werd zonder problemen toegewezen. Maar dat gold niet voor de wettelijke handelsrente over de huurachterstand. Volgens de kantonrechter is de wettelijke handelsrente bedoeld als schadevergoeding voor de vertraging in de betaling van een geldsom. Maar het boetebeding in de huurovereenkomst heeft precies hetzelfde doel: het compenseren van de schade die ontstaat doordat de huur niet tijdig wordt betaald. Daarom is artikel 6:92 lid 2 BW van toepassing. In dit artikel staat dat een contractuele boete in de plaats treedt van de wettelijke schadevergoeding, tenzij partijen uitdrukkelijk zijn overeengekomen dat beide naast elkaar verschuldigd zijn. Van zo’n afspraak was in deze zaak echter geen sprake. Om die reden wees de kantonrechter de gevorderde wettelijke handelsrente af.
Regelen in overeenkomst
De uitspraak is een duidelijk signaal voor verhuurders van bedrijfsruimten en hun adviseurs. In de praktijk worden regelmatig zowel een contractuele boete als wettelijke handelsrente gevorderd bij betalingsachterstanden. Uit deze uitspraak blijkt dat die combinatie niet vanzelfsprekend mogelijk is.
Wanneer een boetebeding is bedoeld als vergoeding voor de schade die ontstaat door een te late betaling, vervangt die boete in beginsel de wettelijke schadevergoeding. Alleen op het moment dat in de huurovereenkomst of de toepasselijke algemene voorwaarden expliciet is vastgelegd dat zowel de contractuele boete als de wettelijke (handels)rente verschuldigd zijn, kunnen beide worden toegewezen. Het vonnis van de kantonrechter Amsterdam bevestigt een belangrijk uitgangspunt uit het verbintenissenrecht. Een contractuele boete die bedoeld is als vergoeding voor betalingsvertraging sluit de wettelijke handelsrente in beginsel uit. Voor de vastgoedondernemingen is dat een aandachtspunt om rekening mee te houden bij zowel het opstellen van huurovereenkomsten als het formuleren van incassovorderingen. Wie zowel een boete als wettelijke rente wil kunnen vorderen, zal dat uitdrukkelijk in de overeenkomst moeten regelen.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.
Vragen? Neem contact met ons op

