Een senior filiaalmanager van een autogarage die heeft gefraudeerd met zijn urenregistratie wordt door zijn werkgever op staande voet ontslagen. De kantonrechter keurt dit ontslag goed. De werkgever vindt dat hij ook geen transitievergoeding hoeft te betalen aan de ontslagen filiaalmanager, maar daar gaat de kantonrechter niet in mee. De werkgever moet hem een transitievergoeding van ruim 52.000 euro betalen.    

Bekijk hier onze rechtsgebieden

In deze zaak speelt mee dat de senior filiaalmanager al sinds 1996 in dienst is bij de autogarage en er nooit klachten zijn geweest over zijn functioneren. Tot twee medewerkers klachten indienen over de man, omdat hij regelmatig afwezig is en het niet zo nauw lijkt te nemen met de werktijden. Een hogere leidinggevende onderzoekt de klachten. Uit camerabeelden blijkt vervolgens dat de filiaalmanager in een periode van drie weken zo’n 41 uur niet aanwezig was tijdens reguliere werktijden, maar dat deze uren door hem wel als volledig gewerkt werden geregistreerd in het tijdregistratiesysteem.

Frauderen met uren

De senior filiaalmanager wordt eerst geschorst en krijgt na een gesprek met zijn hogere leidinggevende een brief waarin staat dat hij op staande voet wordt ontslagen vanwege het frauderen met zijn uren. Ook stelt het bedrijf dat de man geen recht heeft op een transitievergoeding. De senior filiaalmanager is het daar niet mee eens en stapt naar de kantonrechter. Hij vindt dat het ontslag niet rechtsgeldig is en eist onder meer een transitievergoeding.

Bekijk hier onze incasso diensten

Persoonlijke omstandigheden

De man geeft aan dat hij regelmatig veel meer uren buiten de officiële openingstijden werkte en soms zelfs buiten de dagen waarop hij stond ingeroosterd. Die uren compenseerde hij op andere dagen. Dit gaat volgens hem al jaren zo en hij is hier nooit op aangesproken. Bovendien is de periode die het bedrijf heeft onderzocht niet representatief, omdat er destijds zaken speelden in de privésfeer, die veel aandacht van hem vergden, niet alleen qua tijd maar ook mentaal. Ook beroept hij zich op zijn persoonlijke omstandigheden en voert hij aan dat hij in de 28 jaar dat hij in dienst is van het garagebedrijf altijd vlekkeloos heeft gefunctioneerd en dat de financiële gevolgen van het ontslag desastreus zijn omdat hij kostwinner is van een gezin met jonge kinderen.

Zware gevolgen

Hoewel de rechter oordeelt dat het ontslag op staande voet juridisch terecht is gegeven, vindt hij wel dat de man recht heeft op een transitievergoeding van ruim 52.000 euro. Daarbij houdt de rechter rekening met het jarenlang vlekkeloze dienstverband en de zware persoonlijke en financiële gevolgen van het ontslag. Een rechtsgeldig ontslag op staande voet betekent dus niet automatisch dat een medewerker geen recht heeft op een transitievergoeding. Uit deze uitspraak blijkt eens te meer dat er onderscheid bestaat tussen een dringende reden en ernstig verwijtbaar handelen. Ontslag op staande voet blijft daarom ook altijd maatwerk.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

Vragen? Neem contact met ons op

    Naar aanleiding van een rapport van de Commissie Sociaal Minimum, dat liet zien dat het bestaansminimum in Nederland te laag ligt, is sinds juli 2024 het zogeheten Nulaanbod ingevoerd. Bij een Nulaanbod bieden schuldhulpverlenende organisaties regelingen aan waarbij mensen niets hoeven af te lossen.    

    Bekijk hier onze rechtsgebieden

    Schuldenexperts Nadja Jungmann en André Moerman vinden het onwenselijk dat mensen die feitelijk enige afloscapaciteit hebben, door de gehanteerde rekenmethode toch niets hoeven af te lossen en stellen dat het Nulaanbod in strijd is met de wet. Volgens de twee schuldenexperts staat het Nulaanbod haaks op het principe dat elke schuldenaar zijn uiterste best doet om bij een regeling van kwijtschelding toch zoveel mogelijk af te lossen.

    Draagvlak

    Daarnaast heeft de wetgever bewust bepaald dat schuldenaren altijd iets moeten bijdragen, al is het maar symbolisch. De gedachte hierbij is dat als schulden structureel worden kwijtgescholden zonder dat daar enige tegenprestatie tegenover staat, het draagvlak bij schuldeisers en bij de samenleving mogelijk verloren gaat. Schuldeisers moeten er volgens Moerman op kunnen vertrouwen dat er een eerlijke afweging wordt gemaakt. Als zij het gevoel krijgen dat het Nulaanbod te snel wordt toegepast, neemt volgens hem de bereidheid om mee te werken aan schuldregelingen af. Hij stelt dat we als samenleving moeten waken voor een cultuur waarin schulden vooral worden gezien als iets waar mensen zelf geen invloed op hebben. Natuurlijk is er vaak sprake van tegenslag of pech, maar schulden afbetalen is ook een kwestie van afspraken nakomen. Schuldhulp werkt volgens beide schuldenexperts alleen als er draagvlak is bij alle partijen. Dat vraagt om een eerlijk systeem, waarin bescherming hand in hand gaat met verantwoordelijkheid. Wie niet kan betalen moet geholpen worden, maar wie wel iets kan bijdragen moet daartoe worden aangemoedigd.

    Bekijk hier onze incasso diensten

    Kamervragen

    In een derde van de schuldregelingen wordt inmiddels een Nulaanbod gedaan, omdat het vrij te laten bedrag hoger is dan het inkomen. Tweede Kamerlid Don Ceder van ChristenUnie heeft hierover onlangs Kamervragen gesteld aan de staatssecretaris Participatie en Integratie en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
    Hij wil onder andere graag weten van de staatssecretarissen:

    • hoe het kabinet aankijkt tegen de rechtmatigheid van het Nulaanbod;
    • hoe het Nulaanbod zich verhoudt tot de wettelijke 5%-regeling bij de beslagvrije voet;
    • of het klopt dat inmiddels ongeveer een derde van de nieuwe schuldregelingen een Nulaanbod bevat;
    • en of het structureel toepassen van het Nulaanbod kan leiden tot een disbalans tussen schuldenaren en schuldeisers.

    Ook vraagt Ceder aandacht voor recente rechterlijke uitspraken waarin dwangakkoorden met een Nulaanbod zijn afgewezen, mede omdat in de wettelijke schuldsanering (Wsnp) betere waarborgen zijn voor een hogere afdracht door de schuldenaren aan de schuldeisers dan bij het Nulaanbod in het minnelijk traject. De beantwoording van deze Kamervragen biedt mogelijk meer duidelijkheid of het kabinet aanleiding ziet om het beleid rond het Nulaanbod bij te stellen. Zeker is wel dat het Nulaanbod inmiddels meer is dan een technische rekensom: het wordt steeds meer een principiële discussie over de kern van het Nederlandse schuldhulpstelsel.

    Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

    Vragen? Neem contact met ons op

      De Hoge Raad heeft onlangs een belangrijke uitspraak gedaan over de verrekeningsbevoegdheid bij verjaarde vorderingen. In twee arresten oordeelde de Hoge Raad dat een verjaarde vordering níet kan worden verrekend met een schuld die pas ná voltooiing van die verjaring is ontstaan.   

      Bekijk hier onze rechtsgebieden

      Artikel 6:131 lid van het Burgerlijk Wetboek stelt dat de bevoegdheid tot verrekening niet eindigt door verjaring van de vordering. In de praktijk wordt deze bepaling soms echter zo gelezen dat een verjaarde vordering altijd nog kan worden ingezet voor verrekening. De Hoge Raad oordeelt hier nu anders over.De Hoge Raad benadrukt dat het bewuste artikel uitsluitend is bedoeld om een bestaande verrekeningsbevoegdheid te laten voortbestaan. De bepaling zorgt niet voor een nieuwe verrekeningsmogelijkheid indien die bevoegdheid vóór verjaring nog niet bestond.

      Schuld verrekenen

      In de zaak tegen een warmteleverancier stond onder meer de vraag centraal of klanten hun verjaarde vorderingen tot terugbetaling van een aansluitbijdrage mochten verrekenen met hun lopende betalingsverplichtingen. Het hof oordeelde dat verjaring dit proces niet in de weg stond, mede gelet op het voortdurende karakter van de leveringsovereenkomst.
      De bepaling schept echter geen bevoegdheid tot verrekening van een reeds verjaarde vordering met een na de voltooiing van de verjaring ontstane schuld, zo vervolgt de Hoge Raad. In zo’n geval geldt onverkort het vereiste, opgenomen in art. 6:127 lid 2 BW, dat degene die zich op verrekening wil beroepen, bevoegd is tot het afdwingen van de betaling van de vordering waarmee hij zijn schuld wil verrekenen.

      Bekijk hier onze incasso diensten

      Afdwingen

      Volgens de raad is het moment waarop de schuld ontstaat waarmee wordt verrekend doorslaggevend. Is die schuld pas ontstaan ná het intreden van de verjaring van de tegenvordering, dan ontbreekt de verrekeningsbevoegdheid. In dat geval moet degene die zich op verrekening beroept, ook bevoegd zijn om de betaling van zijn vordering af te dwingen. Bij een verjaarde vordering is dat nu juist niet het geval.
      De Hoge Raad stelt dat artikel  6:131 BW met name is bedoeld voor situaties waarin partijen over en weer al vorderingen op elkaar hadden vóórdat verjaring intreedt. Degene die bevoegd is tot verrekening, zal zich vaak al als bevrijd beschouwen en pas later tot verrekening overgaan. Het zou onredelijk zijn als die mogelijkheid door tijdsverloop verloren zou gaan. Maar die bescherming strekt niet verder dan dat.

      Samenvattend:

      – Een verjaarde vordering kan alleen worden verrekend met een schuld die vóór of uiterlijk op het moment van verjaring is ontstaan.
      – Doorlopende rechtsverhoudingen, zoals duurovereenkomsten, rechtvaardigen geen automatische verruiming van de verrekeningsbevoegdheid.
      – Een algemeen beroep op artikel 6:131 BW volstaat niet: er moet altijd worden gekeken naar het ontstaan van de schuld waarmee wordt verrekend.

      Met deze uitspraak brengt de Hoge Raad het samenspel tussen artikel 6:127 en 6:131 BW scherp in beeld. Verrekening blijft mogelijk na verjaring, maar alleen binnen de grenzen van een reeds bestaande bevoegdheid. Voor schuldeisers én schuldenaren is dit arrest een duidelijke waarschuwing: wie te lang wacht, kan zijn vordering niet alsnog ‘redden’ via verrekening met later ontstane verplichtingen.

      Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

      Vragen? Neem contact met ons op

        De Rechtbank Noord-Holland heeft een Regional Director van de Nederlandse vestiging van een internationaal datacenter een billijke vergoeding van 128.500 euro toegekend. De man had een vergoeding van 1,7 miljoen euro geëist. De directeur werd na een melding van grensoverschrijdend gedrag en aanvullend onderzoek van zijn werkgever onterecht op staande voet ontslagen. De rechter houdt in zijn oordeel rekening met het feit dat niet kan worden uitgesloten dat de melding van grensoverschrijdend gedrag uiteindelijk (ook bij zorgvuldig handelen van het datacenter) tot een onoverbrugbaar verschil van inzicht over de wijze van leidinggeven door de directeur had geleid.  

        Bekijk hier onze rechtsgebieden

        De man werkt sinds 2019 bij het datacenter als Regional Director. In de loop van 2025 krijgt de HR-afdeling via een externe beveiliger van het bedrijf een melding binnen over mogelijk grensoverschrijdend gedrag van de man. Naar aanleiding van deze melding start het bedrijf een intern onderzoek. Hierbij worden online videocalls gehouden met een aantal mensen.

        Op non-actief

        Het datacenter concludeert naar aanleiding van deze gesprekken dat sprake is van grensoverschrijdend gedrag en stelt de man na een persoonlijk gesprek op non-actief.
        In de periode hierna wordt met nog zeven werknemers gesproken door de werkgever. Ook wordt de directeur op een later tijdstip uitgenodigd voor een gesprek. Die laat weten niet naar dit gesprek te komen, omdat hij daar vanwege ziekte niet toe in staat is. Nadat hij niet op de afspraak verschijnt, stuurt het datacenter hem de onderzoeksresultaten toe en geeft hem ontslag op staande voet.

        Bekijk hier onze incasso diensten

        Geen gespreksverslagen

        De directeur laat het daar niet bij zitten en stapt naar de rechter. Die vernietigt het ontslag op staande voet. De rechter komt tot dit oordeel omdat zijn werkgever niet glashard kan bewijzen dat de directeur zich structureel grensoverschrijdend heeft gedragen en misbruik heeft gemaakt van zijn positie. De verklaringen van de werknemers zijn volgens de rechter niet feitelijk genoeg van aard en bevatten te veel algemeenheden. Er zijn geen gespreksverslagen gemaakt en niet alle medewerkers wilden een handtekening onder hun verklaring zetten.

        De kantonrechter vindt dat het datacenter ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door zonder voldoende feitelijke onderbouwing de directeur ontslag op staande voet aan te zeggen. Dit heeft ertoe geleid dat de arbeidsverhoudingen inmiddels ernstig en blijvend zijn verstoord.

        Onvoldoende zelfinzicht

        Desondanks kent de rechter ‘slechts’ een billijke vergoeding van 128.500 euro toe en niet de gevorderde vergoeding van 1.700.000 euro Hierbij speelt een rol dat moeilijk voorstelbaar is dat de door vrijwel alle gehoorde medewerkers omschreven dominante stijl van leidinggeven van de directeur volkomen uit de lucht is gegrepen. Omdat de directeur in een reactie enkel aangeeft dat hij zich ‘daarin niet herkent’, geeft hij ruimte aan de indruk dat hij op dit punt onvoldoende blijk geeft van zelfinzicht. De kantonrechter vindt dat de directeur met een billijke vergoeding van 128.500 euro voldoende wordt gecompenseerd. Daarnaast is dit bedrag waarschijnlijk hoog genoeg om ervoor te zorgen dat het datacenter in de toekomst niet vaker arbeidsovereenkomsten op ernstig verwijtbare wijze laat eindigen.

        Het belang van de huurder om zijn woning te behouden is evident, maar weegt volgens de kantonrechter minder zwaar dan het belang van de verhuurder om andere bewoners ongestoord woongenot te bieden.
        Deze uitspraak maakt duidelijk dat structureel wietgebruik in een huurwoning niet wenselijk is. Wie dagelijks wiet rookt en daarmee aantoonbaar overlast veroorzaakt, handelt in strijd met goed huurderschap. Dit kan uiteindelijk dus leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst.

        Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

        Vragen? Neem contact met ons op

          Wie een appartement koopt, vertrouwt op de notariële akte. Daarin staat precies wat je krijgt: het appartement, een berging en vaak ook een parkeerplaats. Maar wat als die parkeerplaats al jarenlang door een buurman wordt gebruikt? Het Gerechtshof Den Haag boog zich onlangs over zo’n conflict en kwam tot een verrassende uitkomst: de buurman werd in het gelijkgesteld, ondanks de akte van levering.

          Bekijk hier onze rechtsgebieden

          Het Gerechtshof in Den Haag deed onlangs uitspraak in een zaak die draaide over het eigendom van een parkeerplaats in een parkeergarage van een appartementencomplex in Zoetermeer. De bewuste parkeerplaats wordt al sinds 1994 gebruikt door de buurman. In 2021 wordt de woning van de oorspronkelijke eigenaar inclusief eigendomsrechten van de parkeerplaats per notariële akte overgedragen aan de nieuwe eigenaar. Het Gerechtshof oordeelt echter dat de buurman door verkrijgende verjaring eigenaar is geworden van de parkeerplaats.

          Onrechtmatig gehandeld

          De koper van het appartement betoogde bij de rechter dat de buurman onrechtmatig heeft gehandeld door de parkeerplaats te gebruiken zonder toestemming.
          De rechtbank verwerpt dit argument en oordeelde dat de buurman geloofde dat deze parkeerplaats ook bij hun woning hoort. Dit onder meer door de huisnummerborden, die overeenkomen met hun woningnummer.

          De rechtbank stelde bovendien dat de buurman gedurende twintig jaar onafgebroken de parkeerplaats had gebruikt, wat betekende dat hij de feitelijke macht over de parkeerplaats had uitgeoefend. Dit was voldoende om te concluderen dat hij pretendeerde eigenaar te zijn, waardoor de verjaringstermijn werd voltooid.

          Ook toonde de buurman zich bereid om mee te werken aan een oplossing, zoals het verlenen van een gebruiksrecht aan de nieuwe bewoner, maar de Vereniging van Eigenaars (VvE) stemde niet in met deze plannen.

          Bekijk hier onze incasso diensten

          Bevrijdende verjaring

          De nieuwe bewoner is het niet eens met deze uitspraak en gaat in hoger beroep. Ook bij het Gerechtshof vangt hij echter bot. Volgens het Gerechtshof kon de nieuwe bewoner ook onvoldoende onderbouwen dat de buurman zich niet als eigenaar van de parkeerplaats had gedragen. De nieuwe bewoner vond ook dat het beroep van de buurman op bevrijdende verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, onaanvaardbaar was. Dit omdat hij nu eigenaar is van twee parkeerplaatsen. Het hof verwierp ook deze stelling, omdat de wet voorschrijft dat verkrijgende verjaring ambtshalve moet worden toegepast en de buurman hier geen afstand van kan doen.

          Het Gerechtshof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de nieuwe bewoner in de proceskosten van het hoger beroep, wat neerkwam op een totaalbedrag van 2.955,- euro. Het hof moedigt de partijen tegelijkertijd aan om alsnog tot een oplossing te komen, mogelijk met medewerking van de VvE, zodat de nieuwe bewoner alsnog een parkeerplaats kan verkrijgen.

          Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

          Vragen? Neem contact met ons op

            Als iemand vroeger een huis kocht via een NVM-makelaar en vervolgens zijn verplichtingen niet nakwam, was het jarenlang vanzelfsprekend dat deze persoon een boete van 10 procent van de koopsom moest betalen. Die tijd lijkt voorbij als we kijken naar een recente uitspraak van de Rechtbank Gelderland. In die zaak werd de oorspronkelijke boete van 60.000 euro verminderd tot 10.000 euro. De rechter woog daarbij mee dat de daadwerkelijk geleden schade van de verkopers een stuk lager was dan de oorspronkelijke boete.

            Bekijk hier onze rechtsgebieden

            Wat speelt er in deze zaak? De verkopers hadden hun woning verkocht voor 600.000 euro. In het koopcontract was een boetebeding opgenomen van 10 procent. Indien de koper na het verlopen van het financieringsvoorbehoud de woning niet zou afnemen, zou hij de verkopers een contractuele boete van 60.000 euro moeten betalen.
            Toen de zaak voor de rechter kwam, leek de uitspraak op voorhand duidelijk, maar toch besliste de rechtbank anders. De verkopers gaven aan dat zij wel kosten hadden gemaakt, zoals makelaarskosten, opslagkosten en extra woonlasten. Toch konden zij niet duidelijk aantonen dat deze gemaakte kosten rechtstreeks het gevolg waren van het handelen van de koper.

            Buitensporig en onaanvaardbaar

            De rechter stelde ook vast dat de verkoper en koper voorafgaand aan de ondertekening van de koopovereenkomst niet over de rechtsgevolgen van het boetebeding hebben gesproken dan wel dat zij over het boetebeding hebben onderhandeld. Anderzijds nam de rechtbank mee in de beoordeling dat de koopovereenkomst tussen partijen het uitgangspunt was en dat het boetebeding een prikkel tot nakoming bevatte van wezenlijke verplichtingen van beide partijen. Toch vond de rechter in deze zaak een boete van 60.000 euro buitensporig en onaanvaardbaar. Het boetebedrag werd daarom verlaagd naar 10.000 euro. Uit deze uitspraak wordt duidelijk dat rechters een beroep op het boetebeding niet meer automatisch toewijzen. Het onderbouwen van geleden schade door de eisende partij wordt steeds belangrijker. Tegelijkertijd maken rechters de afweging of de boete wel in verhouding staat tot de werkelijke schade.

            Bekijk hier onze incasso diensten

            Schade aantonen

            Daarnaast zorgt de uitspraak ook voor huiswerk voor advocaten, notarissen, makelaars en hun cliënten, die zien dat een boetebeding bij de rechter niet altijd meer automatisch stand houdt. Voor hen is het belangrijk om de gemaakte kosten bij te houden. Ook is het verstandig om geen buitensporige claims meer op te nemen in koopovereenkomsten, omdat die zeer waarschijnlijk niet meer worden toegewezen. Verder kan het verstandig zijn om boetebedingen in de toekomst concreter te formuleren, zodat duidelijk is welke kosten onder de boete vallen. Want wie schade wil verhalen via een boete, moet die schade ook aantonen.

            Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

            Vragen? Neem contact met ons op

              Per 1 juli van dit jaar is het verbod op een aantal nieuwe psychoactieve stoffen ingegaan, die in de volksmond beter bekend zijn als designerdrugs. Deze stoffen lijken sterk op bestaande, reeds verboden drugs, maar hebben een iets andere samenstelling. Met het nieuwe verbod vallen hele stofgroepen met dezelfde chemische basisstructuur voortaan onder de Opiumwet. Dat betekent dat nieuwe psychoactieve stoffen — zoals 3-MMC, synthetische cannabinoïden en fentanyl-achtige substanties — in één klap verboden zijn.

              Bekijk hier onze rechtsgebieden

              Tot voor kort werden nieuwe stoffen via de Opiumwet verboden als uit een risicobeoordeling bleek dat deze te grote gezondheidsrisico’s opleverdeb. Dit leidde ertoe dat drugsproducenten snel een sterk vergelijkbare drug konden maken met een net iets andere samenstelling, waardoor die nieuwe drug legaal op de markt kon komen. Zoals bijvoorbeeld het schadelijke 3-MMC (ook wel “poes of miauw” genoemd) dat snel opgevolgd werd door nieuwe varianten zoals 2-MMC.

              Risico’s

              Omdat designerdrugs makkelijk en legaal te verkrijgen waren, dachten gebruikers van onterecht dat ze niet zo gevaarlijk zijn. De effecten van zo’n designerdrug zijn echter meestal krachtiger en meer onvoorspelbaar dan een bestaande drug. Bekende risico’s zijn hartproblemen, psychische problemen, hallucinaties en verslaving. Gebruikers van designerdrugs kunnen zelfs komen te overlijden. Daarom is besloten over te gaan tot een verbod waarin veel voorkomende groepen nieuwe psychoactieve stoffen (NPS, of designerdrugs) worden verboden door toevoeging van een lijst (IA) aan de Opiumwet. Overigens worden niet alle stoffen met dezelfde chemische basis verboden. Er zijn uitzonderingen gemaakt voor geneesmiddelen, diergeneesmiddelen, het gewasbeschermingsmiddel penconazool en de zoetstof aspartaam. Deze stoffen blijven legaal. Ook verzorgingsproducten voor dieren, hout onderhoudsmiddelen en de stof fenylalanine, die in sommige voedingssupplementen voor komt, blijven toegestaan.

              Bekijk hier onze incasso diensten

              Hogere drempels

              Het verbod op deze groepen nieuwe psychoactieve stoffen moet ertoe leiden dat de risicovolle stoffen niet langer eenvoudig te verkrijgen zijn via websites. Het gaat immers om illegale en ongezonde producten. De drempels voor gebruik van deze stoffen worden daarmee aanzienlijk hoger. Daarnaast wordt door de overheid ingezet op extra voorlichting en preventie. Gebruikers dienen goed geïnformeerd te worden over de gevaren van deze drugs. Met dit verbod kunnen instanties bovendien sneller reageren op nieuwe ontwikkelingen rondom designerdrugs, nauwer samenwerken met internationale partners en Nederland minder aantrekkelijk maken voor drugscriminaliteit.

              Het verbod op de nieuwe psychoactieve stoffen in de Opiumwet biedt ook uitdagingen voor de advocatuur. Zij moeten in strafzaken kunnen bewijzen dat aangetroffen psychoactieve stoffen dezelfde chemische basisstructuur hebben als de stofgroepen die nu onder de Opiumwet vallen. Dat maakt dat niet zo eenvoudig vooraf kan worden gezegd welke concrete stoffen nu strafbaar zijn of niet. Daarvoor is de scheikundige samenstelling van die stoffen doorslaggevend. Strafjuristen moeten er daarom rekening mee houden dat zij zich voor dit soort strafzaken grondig zullen moeten verdiepen in de scheikundige samenstelling van aangetroffen stoffen. Dit is belangrijk om te kunnen beoordelen of de designerdrugs eenzelfde chemische basisstructuur hebben en daardoor volgens de Opiumwet verboden zijn of niet.

              Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

              Vragen? Neem contact met ons op

                Voor de rechtbank Amsterdam diende recent een zaak waarin een advocatenkantoor dat gespecialiseerd is in fiscale zaken een succesfee van 100.000 euro eiste van een cliënt. De rechter oordeelde dat deze cliënt dit bedrag inderdaad is verschuldigd aan het advocatenkantoor.

                Bekijk hier onze rechtsgebieden

                Wat speelt er in deze zaak? De cliënt neemt in 2012 contact op met het advocatenkantoor om hem bij te staan in een aantal geschillen met de Belastingdienst die teruggaan tot 1994. Daarbij gaat het onder meer om geschillen over inkomsten uit criminele activiteiten en de waardering en exploitatie van sekshuizen.

                Het advocatenkantoor neemt de opdracht aan. Voor de beloning wordt een uurtarief afgesproken plus een succesfee. Die komt erop neer dat als de cliënt minder dan 3 miljoen euro aan de fiscus moet betalen, hij een succesfee van 10 procent moet betalen aan het advocatenkantoor met een maximum van 100.000 euro. De cliënt gaat hiermee akkoord.

                Vaststellingsovereenkomst

                Uiteindelijk sluit de cliënt een vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst en betaalt hij op grond van deze overeenkomst een bedrag van 1,5 miljoen euro. Daarnaast komt tijdens een gerechtelijke procedure bij het gerechtshof in Den Haag een minnelijke regeling tot stand tussen de cliënt en de Belastingdienst. Naar aanleiding van dit compromis betaalt de cliënt 1,8 miljoen euro aan de Belastingdienst. Het advocatenkantoor stuurt niet veel later een factuur voor de succesfee van 100.000 euro, maar die blijft onbetaald. Het advocatenkantoor begint daarom een rechtszaak.

                De cliënt is van mening dat hij meer dan 3 miljoen euro aan de fiscus heeft betaald: 1,5 miljoen op grond van de vaststellingsovereenkomst en daarnaast nog 1,8 miljoen als financieel compromis. Daarom vindt hij dat er geen succesfee is verschuldigd. Het advocatenkantoor stelt dat de betalingen op grond van de vaststellingsovereenkomst niet meetellen. Want de afspraak is dat rechtsbijstand zou worden verleend bij fiscale geschillen, die verband houden met inkomsten uit drugshandel die de cliënt heeft ontvangen tussen 1994-1996 en waarover de Belastingdienst aanslagen inkomstenbelasting heeft opgelegd.

                Bekijk hier onze incasso diensten

                Tuchtklacht

                De fiscus eist aanvankelijk ruim 6 miljoen euro, maar via een compromis is dat teruggebracht tot 1,8 miljoen euro. Het kantoor vindt dat de grens van 3 miljoen euro is gehaald. De rechtbank oordeelt dat het bedrag dat de cliënt heeft betaald via de vaststellingsovereenkomst los moet worden gezien van het compromis dat is gesloten met de belastingdienst. De berekening van het advocatenkantoor is dus correct.
                De cliënt is het daar niet mee eens en probeert via een tuchtklacht te laten toetsen of de fee niet tegen de regels is. Het Hof van Discipline oordeelt dat deze klacht te laat is ingediend, maar geeft ook aan dat de afspraak toelaatbaar is. Want in de afspraak is ook een kostendekkend uurtarief opgenomen. Een ‘no cure no pay’ constructie is in de advocatuur niet toegestaan, maar daar is in deze zaak geen sprake van.

                Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

                Vragen? Neem contact met ons op

                  De Noordelijke Fraude Kramer (NFK) van de rechtbank Noord-Nederland heeft in de strafzaak tegen een voormalige CEO van een supermarktketen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd. De rechtbank acht hem schuldig aan onder meer omkoping, valsheid in geschrifte en witwassen.

                  Bekijk hier onze rechtsgebieden

                  Volgens de rechtbank is bewezen dat de voormalige topman zich heeft laten omkopen door een medeverdachte. Er is sprake van een langdurig patroon waarbij goederen door de medeverdachte gratis of onder de marktwaarde privé werden geleverd aan de ex-CEO. In ruil daarvoor betaalde de supermarktketen in sommige gevallen een sponsorfactuur aan enkele motorraceteams, die de medeverdachte had aangedragen. Bij andere giften had de medeverdachte volgens de rechtbank in elk geval de intentie om een voorkeursbehandeling te krijgen en voordeel te trekken uit de positie van de topman.

                  Spullen privé geleverd

                  De rechtbank acht daarnaast bewezen dat ex-CEO zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte ten aanzien van een aantal sponsorfacturen. Die aan de supermarktketen gerichte sponsorfacturen hadden namelijk niet alleen betrekking op sponsorgeld, maar ook op spullen die aan de topman in privé werden geleverd.  De rechtbank heeft de oud-topman ook veroordeeld voor witwassen. In zijn woning en werkplaats werd bijna 450.000 euro aangetroffen. Een deel daarvan lag in een supermarkttas in een koelkast en in enveloppen tussen boeken. De rechtbank acht bewezen dat het voor een bedrag van ruim 427.000 euro om crimineel geld gaat.  De verklaringen van de oud-topman en zijn familie en vrienden over de gestelde legale herkomst bleken volgens de rechtbank steeds oncontroleerbaar, ongeloofwaardig en/of onjuist.

                  Bekijk hier onze incasso diensten

                  Financiële schade

                  De rechtbank overweegt dat het ‘buitengewoon’ kwalijk is dat de CEO de gedragsregels schendt, door zichzelf te verrijken ten koste van het bedrijf. Ook heeft het bedrijf financiële schade geleden, doordat er valse facturen zijn opgesteld, en heeft de verdachte een contant geldbedrag witgewassen. Bij de strafoplegging heeft de rechtbank in het bijzonder meegewogen dat sprake is van ernstige ondermijnende delicten gedurende een langere periode, gepleegd door iemand met een voorbeeldfunctie. Daarbij was de oud-CEO al in 2014 op de hoogte van een strafrechtelijk onderzoek naar de medeverdachte en van het besluit van de supermarktketen om geen zaken meer te doen met deze persoon. Desondanks zijn de twee nadien contact blijven houden. Een deels voorwaardelijke gevangenisstraf zoals geëist door de Officier van Justitie doet volgens de rechtbank geen recht aan de ernst van de feiten, terwijl er ook geen aanleiding is voor een voorwaardelijk strafdeel. Het is ook duidelijk dat het witwassen heeft plaatsgevonden in de context van zware georganiseerde criminaliteit. Dit wordt de voormalig CEO ernstig aangerekend, waardoor de rechtbank komt tot een strafeis van 24 maanden onvoorwaardelijke celstraf.

                  Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

                  Vragen? Neem contact met ons op

                    Een opvallende uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland in Groningen. Daar bepaalde de rechter dat de overheid een schuld van bijna 11.000 euro van een gedupeerde ouder van de Toeslagenaffaire moet overnemen. Dit ondanks het feit dat deze persoon niet helemaal voldeed aan de voorwaarden die worden gesteld in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Deze uitspraak lijkt een belangrijke doorbraak in de afwikkeling van de toeslagenaffaire, omdat die waarschijnlijk ook door andere juristen en advocaten gebruikt gaat worden als jurisprudentie. 

                    Bekijk hier onze rechtsgebieden

                    Wat speelt er in deze zaak? Een moeder is gedupeerde in de Toeslagenaffaire en leent in 2017 een bedrag van 10.800 euro van haar ouders om te kunnen overleven. Om voor terugbetaling in aanmerking te komen zou deze schuld volgens de Wht vóór 1 juni 2021 opeisbaar moeten zijn. Maar de ouders willen hun dochter niet dwingen om het geld direct terug te betalen, omdat zij haar niet onnodig in nog grotere financiële problemen willen brengen.

                    Private schuld

                    De vrouw dient desondanks toch een verzoek in bij de overheid om haar schuld in het kader van de afwikkeling van de Toeslagenaffaire over te nemen op grond van de Wht. Maar dit verzoek wordt in eerste instantie afgewezen. Zij spant daarom een kort geding aan, waarin zij de rechter vraagt om de minister te verplichten om de private schuld van 10.800 euro toch over te nemen. De minister is dit niet van plan en wijst erop dat het doel van de Wht is om alleen de nadelige gevolgen van opeisbare vorderingen voor gedupeerde ouders te voorkomen. Nu de vordering niet voor 1 juni 2021 opeisbaar was, ontstaan voor de vrouw volgens de minister geen onevenredige nadelige gevolgen wanneer de schuld niet wordt overgenomen, omdat er geen betalingsachterstanden zijn ontstaan en er geen sprake is van een dreiging met incassomaatregelen.

                    Bekijk hier onze incasso diensten

                    Maatwerk

                    De rechter stelt de vrouw echter toch in het gelijk en oordeelt dat de overheid de schuld moet betalen, ondanks dat deze strikt genomen niet voldeed aan de harde eisen van de herstelwet (Wht). Daarbij weegt volgens de rechter zwaar mee dat de vrouw financieel in de problemen is gekomen doordat zij ten onrechte werd gezien als fraudeur en door de onterechte terugvorderingen van de Belastingdienst/Toeslagen die daarmee verband hielden.

                    Het doel van de Wht is om toeslagenouders een nieuwe start te laten maken. De rechtbank acht het echter meer dan aannemelijk dat het niet overnemen van de schuld het maken van een nieuwe start de vrouw, zowel financieel als emotioneel, dwarszit.

                    Met deze uitspraak geeft de rechtbank een duidelijk signaal af dat de overheid zich soepeler moet opstellen bij de afwikkeling van de toeslagenaffaire. Fouten herstellen lukt niet door enkel een herstelwet in te voeren. Veel belangrijker is dat mensen ook daadwerkelijk worden geholpen. Dat is de kern van de zaak, want zonder maatwerk blijven toeslagenouders nog vele jaren lang gevangen in financiële problemen waar zij buiten hun schuld in zijn terechtgekomen.

                    Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

                    Vragen? Neem contact met ons op

                      1 2 3 9