Een woningbouwvereniging in Tilburg wil een vrouw uit haar huurwoning zetten, omdat de gemeente Tilburg tot twee keer toe prostitutie activiteiten constateert in de woning. De kantonrechter houdt dit tegen, omdat volgens de rechtbank geen sprake is van structureel bedrijfsmatig handelen. 

Bekijk hier onze rechtsgebieden

The facts in a nutshell: the municipality of Tilburg receives an anonymous report that a woman is engaging in prostitution from her rental property. A municipal inspector investigates and discovers that the tenant is indeed offering her services as a prostitute through a website. He then arranges a meeting with the woman, who believes he is a client.

Terminate rental agreement

The housing association is informed of these facts and subsequently intends to terminate the woman’s lease. This is because the social housing unit is allegedly being used for illegal and undesirable activities. By doing so, the woman is violating not only the law but also the lease and the general terms and conditions . Moreover, according to the housing association, she is not having as a good tenant and is causing a nuisance. The municipality also imposes a penalty payment order on the woman. Any future detection of prostitution activities will result in a substantial fine.

No nuisance reported

The woman is bringing the case before the Zeeland-West-Brabant District Court. The court must determine whether the woman’s prostitution activities are “serious” enough to terminate the lease and vacate the property. The subdistrict court judge disagrees. Although it has been established twice that prostitution has taken place in the property, the judge finds that there is no evidence of structural commercial activity, as the housing association claims. The property is also not set up as a sex house, and no further complaints of nuisance have been reported. The woman admits that prostitution occurred when she was checked twice. However, according to the court, this does not justify terminating the lease , with all its drastic consequences. The breach is not serious enough. Furthermore, the woman is in a wheelchair and will not easily find another accessible apartment on the ground floor.

Bekijk hier onze incasso diensten

Waarschuwing

De kantonrechter geeft de vrouw wel een waarschuwing mee. Als zij doorgaat met haar prostitutie activiteiten, loopt zij het risico om uit haar woning te worden gezet.
Deze keer is nog geoordeeld dat geen sprake is van structureel bedrijfsmatig handelen in de vorm van prostitutie. Maar bij een volgende keer kan anders worden beslist, omdat de grens tussen incidenteel en structureel bedrijfsmatig handelen maar een dun lijntje is. Bovendien leidt iedere overtreding tot een groot financieel verlies als de gemeente de dwangsom gaat innen.

 

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

Vragen? Neem contact met ons op

    Het komt regelmatig voor dat buitenlandse partijen in Nederland een bedrijf voor de rechter dagen. Wanneer zo’n buitenlandse partij de zaak verliest, kan deze worden veroordeeld tot het betalen van de proceskosten of een schadevergoeding. Omdat het verhalen van deze kosten op buitenlandse partijen vaak moeilijk ligt, kan een verplichting tot zekerheidstelling voor proceskosten worden geëist.

    Bekijk hier onze rechtsgebieden

    Indien partijen uit landen waarmee Nederland geen executieverdrag heeft gesloten een rechtszaak willen starten, dan kan de rechtbank een zekerheidsstelling eisen. Deze zekerheidsstelling is bedoeld om Nederlandse burgers en bedrijven te beschermen voor de proceskosten en de eventuele schadevergoeding waar de desbetreffende partij tot veroordeeld zouden kunnen worden.

    Derdengeldenrekening

    Vaak kiezen buitenlandse partijen voor een bankgarantie of wordt het geld geparkeerd op een derdengeldenrekening, bijvoorbeeld van een notaris. Die moet dan, als de buitenlandse partij tot betaling van proceskosten wordt veroordeeld, tot uitbetaling overgaan van het in depot gegeven bedrag. De buitenlandse partij heeft ook het recht om dit geld terug te krijgen op het moment dat de procedure definitief tot een einde is gekomen zonder dat hij in de proceskosten is veroordeeld.

    Gewaarborgd

    Deze verplichting tot zekerheidstelling is bedoeld om te voorkomen dat een in het gelijk gestelde gedaagde in Nederland wordt geconfronteerd met oninbaarheid van een proceskostenveroordeling als gevolg van het ontbreken van de mogelijkheid tot tenuitvoerlegging daarvan. De verplichting tot zekerheidstelling geldt niet voor alle buitenlandse eisers. Indien de verhaalsmogelijkheden op een andere manier voldoende zijn gewaarborgd (art. 224 lid 2 Rv) is deze verplichting niet nodig. Bijvoorbeeld bij partijen uit landen waarmee Nederland een executieverdrag heeft afgesloten. In zo’n verdrag zijn onder meer afspraken gemaakt dat deelnemende landen zich wederzijds verbinden om de tenuitvoerlegging van elkaars rechterlijke beslissingen toe te staan, zij het na rechterlijk verlof daartoe.

    Bekijk hier onze incasso diensten

    Executieverdrag

    Een belangrijk executieverdrag is het Europese Economische Gemeenschap Bevoegdheidsen Executieverdrag. Verder heeft Nederland bilaterale executieverdragen met België, Groot-Brittannië, Duitsland, Italië en Oostenrijk. Daarnaast zijn er de multilaterale Haagse Alimentatie-Executieverdragen. Met Colombia heeft Nederland geen executieverdrag gesloten, maar wel een vriendschapsverdrag. De rechter kan in zo’n geval bepalen welke vorm van zekerheid voldoet aan de eisen in het Burgerlijk Wetboek. Als een Colombiaanse firma een andere vorm van zekerheid stelt of aanbiedt, dient de rechter te onderzoeken of die vorm van zekerheid in overeenstemming is met de eisen in het Burgerlijk Wetboek. Verzuimt een rechter dit, dan bestaat de kans dat de Hoge Raad in hoger beroep de uitspraak van de rechter vernietigt. Dit gebeurde recent bij een zaak die diende bij het Gerechtshof in ‘s-Hertogenbosch.

     

    Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

    Vragen? Neem contact met ons op

      Door een wetswijziging in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek hebben huurders van ligplaatsen voor woonboten sinds kort dezelfde bescherming als huurders van een woning. Het begrip ‘woonruimte’ is in het wetboek zodanig uitgebreid dat inmiddels ook een ligplaats voor een woonboot hieronder valt.

      Bekijk hier onze rechtsgebieden

      De huurovereenkomsten vielen tot 1 juli van dit jaar onder het algemeen verbintenissenrecht. Door de wetswijziging is het woord ‘ligplaatsen’ toegevoegd aan het woonruimte begrip in artikel 7:233 BW. Daardoor kan een ligplaats vanaf nu gelijkwaardig worden beschouwd als een huurwoning. Ligplaatsen vallen daardoor voortaan ook binnen de huurbescherming.

      Huurbescherming

      Een aantal belangrijke regels op het gebied van huurbescherming zijn daardoor nu ook van toepassing op ligplaatsen voor woonboten. Zo kan een huurovereenkomst alleen ontbonden worden door de rechter op de grond dat de huurder tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen. Huurders van woonboten worden op deze manier beter beschermd. De bedoeling van de wetswijziging is er vooral op gericht om huurders van ligplaatsen te beschermen en heeft geen invloed op de huurprijs van ligplaatsen. De huurder van de ligplaats is vaak eigenaar van de boot die er ligt aangemeerd. Zij vermogen is in veel gevallen dus hoger dan dat van de groep huurders voor wie de huurprijsbescherming is bedoeld. Deze bescherming geldt ook niet voor vrije sectorwoningen. Volgens de wetgever is het daarom redelijk om een woonboot met ligplaats ook tot de vrije sector te regelen.

      Bekijk hier onze incasso diensten

      Ligplaats gaat over op erfgenamen

      Een huurder van een ligplaats is in veel gevallen ook de eigenaar van de woonboot. Bij overlijden van deze persoon gaat de ligplaats over op erfgenamen. In de wet zijn regels opgesteld dat het overlijden van een huurder of verhuurder de huurovereenkomst niet doet eindigen. Dit omdat als erfgenamen de woonboot willen verkopen, het eindigen van de huur van de ligplaats grote gevolgen heeft voor de waarde van de woonboot. Het aantal ligplaatsen is erg schaars en het hebben van een ligplaats zorgt ervoor dat de woonboot meer waard is bij een eventuele verkoop. Dit is anders dan bij een huurovereenkomst van een huurwoning. Die eindigt in principe aan het einde van de tweede maand na overlijden van de erflater, indien de huur niet wordt voortgezet door een medehuurder of door degene met wie de overleden huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding had.

      De nieuwe regels zijn op 1 juli van dit jaar ingegaan. Daarbij is een overgangstermijn van twee jaar afgesproken voor huurovereenkomsten die zijn afgesloten vóór deze datum. De wetswijziging is direct van kracht voor de huurovereenkomsten die op of na 1 juli 2022 zijn gesloten.

       

      Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

      Vragen? Neem contact met ons op

        Iedereen kent wel de verhalen over een tweedehands gekochte auto, die al na een paar dagen kapot gaat. Toch heeft een koper van een tweedehands auto meer rechten dan menigeen denkt.

        Bekijk hier onze rechtsgebieden

        Wanneer een particulier een auto koopt bij een autobedrijf, dan is sprake van een consumentenkoop. In zo’n geval geniet de consument extra bescherming door de wet. De auto moet bijvoorbeeld voldoen aan wat in de koopovereenkomst is bepaald. De koper moet er vanuit kunnen gaan dat de auto normaal functioneert en geen verborgen gebreken vertoond. Is dat niet het geval, dan kan sprake zijn van non-conformiteit.

        Onverwachte gebreken

        Indien de auto binnen een termijn van 6 maanden na aankoop onverwachte gebreken vertoont, dan moet er volgens de wet van uitgegaan worden dat de auto bij de aflevering niet voldeed aan wat er in de koopovereenkomst is afgesproken. Het is dan aan het autobedrijf om aan te tonen dat dit wél het geval is geweest en er geen sprake is van non-conformiteit. Indien sprake is van een non-conforme auto, dan kan de consument eisen dat het autobedrijf het voertuig kosteloos repareert of vervangt. Mocht het autobedrijf weigeren om dit te doen, dan kan de consument (na een schriftelijke aanmaning aan het bedrijf) zijn auto zelf elders laten repareren en de kosten verhalen op het autobedrijf waar hij de auto in eerste instantie heeft gekocht.

        Koopovereenkomst ontbinden

        De koper heeft ook de mogelijkheid om bij non-conformiteit de koopovereenkomst te laten ontbinden, waardoor deze wordt beëindigd. De auto gaat dan terug naar de verkoper en de koper krijgt (een deel van) het aankoopbedrag terug. Natuurlijk moet er dan wel sprake zijn van een serieuze tekortkoming. Een klein deukje in de auto is bijvoorbeeld onvoldoende om de koopovereenkomst te ontbinden. Een beroep op non-conformiteit slaagt ook lang niet altijd. Van een consument mag worden verwacht dat hij ook zelf onderzoek doet of laat doen naar de auto die hij koopt. Het mag duidelijk zijn dat de kans op gebreken bij een oudere auto groter is dan bij een jongere wagen. Ook als je een auto met een hoge kilometerstand voor een lage prijs koopt, is het verstandig om van tevoren goed onderzoek te laten doen naar de auto. Dit kan bijvoorbeeld door een expert naar de auto te laten kijken en zelf duidelijk te informeren naar de staat van de auto. Alleen een proefrit en een rondje rond de auto lopen volstaan meestal niet.

        Bekijk hier onze incasso diensten

        Nog wat tips

        Hierbij nog enkele tips voor als je als particulier een tweedehands auto bij een autobedrijf gaat kopen:

        – Communiceer zoveel mogelijk schriftelijk met het autobedrijf over de staat van de auto, zodat er iets op papier staat.
        – Doe zelf van tevoren onderzoek naar de staat van een auto en laat eventueel een aankoopkeuring uitvoeren.- Neem bij problemen met de auto snel contact op met de verkoper. Indien je niet tijdig klaagt kun je in principe geen beroep meer doen op non-conformiteit.

         

        Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

        Vragen? Neem contact met ons op

          Het Openbaar Ministerie kan sinds 1 juli van dit jaar aan een rechter vragen om de kosten van het ruimen van een hennepkwekerij te verhalen op de veroordeelden. Desondanks heeft de rechtbank in Limburg de eerste vorderingen met betrekking tot deze nieuwe wettelijke bevoegdheid afgewezen. Dit omdat het Openbaar Ministerie de kosten anders heeft berekend dan de wetgever heeft bedoeld.

          Bekijk hier onze rechtsgebieden

          De nieuwe wet is bedoeld om de kosten voor vernietiging van voorwerpen, die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid, te kunnen verhalen op de daders. Daarbij moeten de daadwerkelijke kosten voor het ruimen wel duidelijk inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Hier liep het bij de eerste zaken mis: het Openbaar Ministerie ging uit van gemiddelde kosten, terwijl de rechtbank rekende met specifieke kosten per zaak.

          Gemiddelde kosten

          In twee recente strafzaken zijn verdachten veroordeeld voor het telen en bezitten van hennepstekken en hennepplanten. De officier van justitie heeft de rechter in beide zaken gevraagd om de verdachten te veroordelen tot het betalen van de kosten van de ruiming van de hennepstekkerijen.  Daarbij heeft het Openbaar Ministerie verwezen naar onderlinge afspraken die zijn gemaakt met de Nationale Politie en Domeinen Roerende zaken over aantallen ruimingen, werkprocessen, kosten en prijzen. Volgens de officier kan daarbij worden uitgegaan van de gemiddelde kosten van een ruiming in Nederland in 2022, ongeacht de grootte van de hennepkwekerij of -stekkerij.

          Bekijk hier onze incasso diensten

          Anders berekend

          De rechtbank gaat hier echter niet in mee en heeft de vordering van de officier van justitie in beide zaken afgewezen. Volgens de rechter heeft het Openbaar Ministerie de kosten anders berekend dan de wetgever heeft bedoeld. Ten eerste heeft de officier van justitie in de zaken niet inzichtelijk gemaakt wat de daadwerkelijke kosten zijn voor de vernietiging van de hennepstekkerijen in deze zaken, omdat hij een vast bedrag per ruiming hanteert. Verder heeft de officier van justitie de rechtbank gevraagd om een schatting te maken van de personele- en organisatiekosten, terwijl dit wettelijk gezien niet mag.

          Vernietiging

          Tot slot zijn in deze zaken door de officier van justitie kosten geschaard onder de werkzaamheden, die niet direct met de vernietiging van de hennepproductie samenhangen. Volgens de rechter is het daardoor niet mogelijk om vast te stellen wat de daadwerkelijke kosten zijn geweest van deze specifieke ruimingen, terwijl het juist de bedoeling van de wetgever is geweest om juist die kosten op de daders te verhalen.

           

          Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

          Vragen? Neem contact met ons op

            De Tweede Kamer heeft onlangs het wetsontwerp ‘Tijdelijke wet transparatie turboliquidatie’ ingediend. Daarmee wordt ingezet op het invoeren van een financiële verantwoordingsverplichting voor bestuurders en de mogelijkheid om een civielrechtelijk bestuursverbod op te leggen in geval van misbruik. Doel van deze maatregelen is om het vertrouwen in de regeling te vergroten en de turboliquidatie toegankelijker te maken voor ondernemers die hun bedrijf willen beëindigen.

            Bekijk hier onze rechtsgebieden

            De huidige regeling voor turboliquidatie is niet transparant en daar wordt regelmatig misbruik van gemaakt. Bovendien zijn schuldeisers niet altijd op de hoogte van een turboliquidatie van een onderneming, waardoor zij kunnen worden gedupeerd. Daarom wordt op dit moment gewerkt aan aanpassingen van de regeling voor turboliquidatie.

            Faillietverklaring

            Op dit moment komt het wel eens voor dat een schuldeiser pas bij de faillissementszitting tot de ontdekking komt dat een rechtspersoon waarvan het faillissement is aangevraagd, al ontbonden is door een turboliquidatie. In zo’n geval is het aan de rechter om te kijken naar alle feiten en omstandigheden en na te gaan of het aannemelijk is dat er nog baten zijn. Indien dat het geval is en ook aan de overige vereisten voor een faillietverklaring is voldaan, dan kan de rechter besluiten om (ondanks de turboliquidatie) alsnog het faillissement van de rechtspersoon uit te spreken. De betreffende rechtspersoon moet dan in ieder geval blijven bestaan tot de afwikkeling van het faillissement is afgerond.

            Bekijk hier onze incasso diensten

            Potentiële baten

            Onlangs boog het hof Arnhem-Leeuwarden zich in hoger beroep over een verzoek tot faillietverklaring van een door turboliquidatie ontbonden rechtspersoon. De rechtbank wees het verzoek af omdat bij de zitting niet duidelijk was dat het ontbonden aannemingsbedrijf was opgehouden met betalen. Het hof stelde dat aan de voorwaarden voor faillissement was voldaan, maar zag ook potentiële baten.

            Bestuurdersaansprakelijkheid

            Uit de stukken bleek volgens het hof dat er sprake was van een mogelijke vordering op grond van aansprakelijkheid van bestuurders van het aannemingsbedrijf als privépersoon. Het Gerechtshof stelt dat er sprake is van potentiële bestuurdersaansprakelijkheid in het te lang voortzetten van het bedrijf, ondanks grote problemen, nevenactiviteiten en gebrek aan transparantie over een voorgestelde regeling aan schuldeisers. Het gerechtshof besloot daarom om toch het faillissement uit te spreken over het bedrijf. Daarnaast werd ook een curator aangesteld om nader onderzoek te doen naar de gang van zaken binnen het bedrijf.

             

            Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

            Vragen? Neem contact met ons op

              De Rechtbank Rotterdam heeft recent bepaald dat een man die veroordeeld is voor seksueel misbruik van een vrouw, de geldboete die hij hiervoor opgelegd heeft gekregen in zijn geheel dient te betalen. De man deed bij de rechtbank een verzoek om de vrouw te dwingen om in te stemmen met een voorgestelde betalingsregeling. Dit verzoek is door de rechtbank afgewezen. De misbruikte vrouw blijft dus recht houden op afbetaling van de schuld door de man. 

              Bekijk hier onze rechtsgebieden

              Wat speelt er in deze zaak? Een man is in 2009 veroordeeld tot het betalen van een flinke boete aan een vrouw, omdat hij haar seksueel heeft misbruikt toen zij nog minderjarig was. Hij heeft inmiddels bijna 25.000 euro betaald, maar er staan nog meer dan 100.000 euro open. De man is inmiddels 74 jaar en moet rondkomen van zijn AOW en pensioen. Daarom lukt het hem niet om dit bedrag terug te betalen en wil hij proberen om een betalingsregeling te treffen met de vrouw.

              Bekijk hier onze incasso diensten

              Betalingsregeling wordt geweigerd

              De man biedt een schuldregeling aan waarbij hij 2,64 procent van het resterende bedrag betaald tegen finale kwijting. Deze regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De man geeft daarbij aan dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeiser aan te bieden. De vrouw weigert deze regeling te accepteren. Daarom vraagt de man aan de Rechtbank Rotterdam om de vrouw te dwingen om de voorgestelde betalingsregeling te accepteren. Verder wil hij toegelaten worden tot de schuldsaneringsregeling, om straks weer met een schone lei te kunnen beginnen.

              Ernstig verwijtbaar

              De Rechtbank Rotterdam gaat hier echter niet in mee. De rechter acht het seksueel misbruik van de man dusdanig ernstig verwijtbaar dat de vrouw ook na zoveel jaar niet hoeft in te stemmen met het saneren van haar vordering. De vrouw is de enige schuldeiser en haar belang om de toegewezen geldelijke vordering te kunnen blijven verhalen op het beslagbare inkomen van de man weegt volgens de rechtbank zwaarder dan het belang van de dader om van zijn schuld te worden verlost.

              Geen schone lei na veroordeling

              In de Faillissementswet staat eveneens dat bij beëindiging van de schuldsaneringsregeling geen schone lei wordt verkregen bij vorderingen die voortvloeien uit een strafrechtelijke veroordeling, zoals een schadevergoeding aan een benadeelde partij. Dit geldt ook voor vorderingen die zijn opgelegd na een veroordeling door de civiele rechter tot betaling van schadevergoeding. Het verzoek van de man aan de rechter om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling maakt in dit geval geen verschil. Want de vrouw kan te allen tijde haar vordering op de man blijven afdwingen.

               

              Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

              Vragen? Neem contact met ons op

                Webwinkels die online verkopen moeten in het bestelproces duidelijk maken dat de koper van een product of dienst een betalingsverplichting aangaat. Doen zij dit niet, dan is de koopovereenkomst vernietigbaar. Dit blijkt uit een recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland. Alleen de woorden ‘Bestelling plaatsen’ vermelden bij een digitale bestelknop is onvoldoende. De woorden ‘Bestelling met betalingsverplichting’ voldoen wel aan de vereiste voorwaarden. 

                Bekijk hier onze rechtsgebieden

                Bij deze uitspraak refereerde de rechtbank aan Artikel 6:230v lid 3 BW. Dit artikel luidt als volgt: ‘De handelaar richt zijn elektronische bestelproces op zodanige wijze in dat de consument een aanbod niet kan aanvaarden dan nadat hem op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat de bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Indien de aanvaarding geschiedt door gebruik van een knop of soortgelijke functie, is aan de vorige zin voldaan indien bij het plaatsen van de bestelling in niet voor misverstand vatbare termen en op goed leesbare wijze blijkt dat de aanvaarding een betalingsverplichting jegens de handelaar inhoudt. Een knop of soortgelijke functie wordt daartoe op een goed leesbare wijze aangemerkt met een ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat het plaatsen van de bestelling een betalingsverplichting jegens de handelaar inhoudt. De enkele zinsnede ‘bestelling met betalingsverplichting’ wordt aangemerkt als een dergelijke ondubbelzinnige verklaring. Een overeenkomst die in strijd met dit lid tot stand komt, is vernietigbaar.

                Bekijk hier onze incasso diensten

                Betalingsverplichting

                Dit artikel richt zich dus op overeenkomsten die onder andere via webwinkels worden gesloten, zoals de overeenkomst waar het in deze zaak bij de kantonrechter om draait. In artikel 6:230v lid 3 BW is bovendien als bijzondere verplichting bepaald dat de handelaar het elektronische bestelproces zo moet inrichten dat de consument pas iets kan kopen als hem op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat zijn bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Gebeurt dit niet, dan is de overeenkomst vernietigbaar.

                Gebrek

                Dat is ook precies wat de kantonrechter van de Rechtbank in Noord-Holland in deze zaak doet. Hij vernietigt de overeenkomst voor wat betreft de betalingsverplichting van de gedaagde partij. Deze partij hoeft de gevorderde hoofdsom daarom ook niet te betalen. Daarnaast wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om te reageren op deze gedeeltelijke vernietiging. Want het gebrek aan de bestelknop kan volgens de kantonrechter niet worden gerepareerd en daardoor ziet hij geen ruimte voor een andere sanctie.

                 

                Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

                Vragen? Neem contact met ons op

                  In april 2021 zijn in het Landelijk Procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven. nieuwe regels ingevoerd over de begrenzing van de lengte van processtukken. Een van de regels is dat processtukken in hoger beroep niet langer mogen zijn dan 25 pagina’s, behalve als de rechter hiervoor toestemming heeft gegeven. De Hoge Raad heeft onlangs in een uitspraak bekrachtigd dat deze limiet aan de lengte processtukken toelaatbaar is en dat te lange stukken mogen geweigerd worden door het gerechtshof.

                  Bekijk hier onze rechtsgebieden

                  Een aantal advocaten is het niet eens met deze regels en zij vorderden daarom in een kort geding dat de regels zouden worden ingetrokken. Maar volgens de Hoge Raad hebben de regels geen invloed op het recht op toegang tot de rechter of op het beginsel van hoor en wederhoor. Tegelijkertijd bieden de regels de gerechtshoven wel de mogelijkheid om deze te handhaven en processtukken die niet voldoen aan de eisen te weigeren.

                  Dossiers beheersbaar houden

                  Aanleiding om limieten te stellen aan de lengte van processtukken is om de omvang van de dossiers beheersbaar te houden. Volgens de Gerechtshoven zorgen langere processtukken ervoor dat de rechter meer tijd aan een zaak moet besteden om alle informatie door te nemen. Dit zorgt voor langere doorlooptijden.

                  Bekijk hier onze incasso diensten

                  Tijdige en zorgvuldige rechtspraak

                  Bovendien hebben lange processtukken mogelijk ook ongewenste gevolgen voor de procespartijen. Het principe van hoor en wederhoor kan bijvoorbeeld onder druk komen te staan als één van de partijen het zich financieel niet kan veroorloven om diens advocaat extra lang in te moeten zetten voor een reactie op een te lang processtuk. Kernachtige processtukken zijn daarom belangrijk om te komen tot tijdige, zorgvuldige rechtspraak voor alle betrokken partijen, zo vinden de gerechtshoven. In verreweg de meeste zaken is 25 pagina’s voldoende. Indien dit niet het geval is, dan kan toestemming worden gevraagd voor de indiening van een langer stuk. Hierbij zal worden afgewogen of dit noodzakelijk is voor een goed verloop van het proces en of de procedure hierdoor geen onredelijke vertraging oploopt.

                  Verstrekkende gevolgen

                  Weigering van een te lang processtuk kan verstrekkende gevolgen hebben voor de procespartij. Daarom moet deze partij voldoende gelegenheid krijgen om deze gevolgen te voorkomen. In het procesreglement is opgenomen dat een partij na een weigering van een te lang stuk, de gelegenheid krijgt om binnen twee weken een ingekort processtuk in te dienen. Verder staat in het reglement dat een weigering van een verzoek om een langer processtuk te mogen indienen, gemotiveerd moeten worden en in cassatie kan worden getoetst.

                   

                  Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

                  Vragen? Neem contact met ons op

                    Veel grondstoffen zijn op dit moment schaars, waardoor diverse projecten ongewenst vertraging oplopen. Vroeger kwam dit vertragingsrisico meestal voor rekening van de aannemer. Die tijd is voorbij, want ondanks bepaalde de voorzieningenrechter in Noord-Holland dat vertragingsrisico’s onder de huidige omstandigheden niet eenzijdig bij de aannemer mogen worden gelegd.

                    Bekijk hier onze rechtsgebieden

                    Mede als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de sancties tegen de Russen nemen schaarste en prijsstijgingen van materialen verder toe. De prijzen van brandstof zijn tot recordhoogte gestegen en ook de levertijden van materialen lopen verder op. Aannemers krijgen daardoor veelvuldig te maken met leveringsproblemen en tekorten aan materialen, terwijl opdrachtgevers zien dat opleverdata van projecten worden overschreden.

                    Vertragingsrisico’s

                    Eerder werd dan meestal de aannemer verantwoordelijk gesteld voor de extra kosten die door de vertraging ontstonden. De voorzieningenrechter oordeelde echter onlangs dat vertragingsrisico’s door de opdrachtgever niet langer eenzijdig op de aannemer kunnen worden verhaald.

                    Bepaling in contract

                    In deze zaak ging het om een aanbestedingsprocedure voor een onderzoeksschip, waar veel geld mee is gemoeid. Eén van de inschrijvende partijen is het niet eens met een bepaling in het contract van de opdrachtgever, dat geen beroep kan worden gedaan op overmacht indien materialen met vertraging worden aangeleverd. Deze partij vindt dat de opdrachtgever te weinig rekening houdt met de huidige marktomstandigheden en stapt daarom naar de voorzieningenrechter.

                    Bekijk hier onze incasso diensten

                    Pijn verdelen

                    Die stelt de inschrijvende partij in het gelijk en noemt de bepaling in het contract te onevenwichtig en disproportioneel. Volgens de voorzieningenrechter zorgt de oorlog in Oekraïne voor een toenemende energie- en grondstoffenschaarste en kunnen deze vertragingsrisico’s niet alleen bij de inschrijvende partij worden neergelegd. Het is eerlijker om de pijn te verdelen tussen partijen.

                    Leveringsproblemen

                    Aanbestedende partijen doen er dus goed aan om een regeling opnemen in hun contracten, waarin staat opgenomen dat de nadelige kosten van eventuele vertragingen gezamenlijk worden gedeeld. De verwachting is dat deze regeling in de toekomst ook toegepast gaat worden bij geschillen over lopende bouwcontracten tussen opdrachtgevers en aannemers die te maken hebben met leveringsproblemen als gevolg van de oorlog en de grondstoffencrisis.

                     

                    Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

                    Vragen? Neem contact met ons op