De gevolgen van de Corona crisis kunnen voor de rechtbank ook meewegen om de tenuitvoerlegging van ontruimingsvonnissen te schorsen of tijdelijk op te schorten. De rechtbank Rotterdam en het Gerechtshof Amsterdam schorsten recentelijk in twee zaken de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis, omdat de belangen van de huurders volgens de rechter in beide gevallen zwaarder wogen dan die van de verhuurders.

Bekijk hier onze rechtsgebieden

De Hoge Raad heeft in 2019 een maatstaf gegeven voor toetsing van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging. Als geen rechtsmiddel meer openstaat tegen de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak, dan kan de uitvoerbaarheid bij voorraad alleen worden geschorst als de tenuitvoerlegging misbruik van bevoegdheid zou opleveren. Indien er wel een rechtsmiddel openstaat, kan alleen worden afgeweken van de uitvoerbaarheid bij voorraad indien de belangen van de geëxecuteerde zwaarder wegen dan de belangen van de andere partij.

Rechtvaardigen

Als de rechter al een gemotiveerde beslissing heeft gegeven over de uitvoerbaarheid bij voorraad, moet de partij die schorsing van de tenuitvoerlegging vordert feiten en omstandigheden naar voren brengen die bij de betreffende uitspraak niet in aanmerking konden worden genomen, omdat ze zich na de uitspraak hebben voorgedaan. Het moet dan wel gaan om feiten en omstandigheden die kunnen rechtvaardigen dat van die eerdere beslissing wordt afgeweken.

Ontruimingsvonnis

Dat gebeurde op 21 april bij de de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis in Rotterdam. De kantonrechter oordeelde op 5 februari dat een huurovereenkomst mocht worden ontbonden en dat de huurder de woning moest ontruimen. De huurder ging daarop in hoger beroep. Omdat de verhuurder toch besloot om de ontruiming van de huurwoning door te zetten, is de huurder een (executie-)kort geding gestart. De huurder kon door Corona niet terugkeren naar Marokko, waardoor hij dakloos dreigde te worden. Daarnaast was er voor de huurder een staaroperatie gepland.

Bekijk hier onze incasso diensten

Zwaarwegend belang

De rechtbank oordeelde dat het belang van de verhuurder bij tenuitvoerlegging van het vonnis niet in redelijke verhouding staat tot het zwaarwegende belang van de huurder bij behoud van de bestaande toestand. De persoonlijke perikelen van de huurder wogen volgens de rechtbank zwaarder dan het belang van de verhuurder, om te zorgen voor een rechtvaardige verdeling van de schaarse voorraad sociale huurwoningen.

Dakloos

Ruim een week eerder, op 13 april, schorste het gerechtshof Amsterdam de tenuitvoerlegging van de veroordeling tot ontruiming van de woonboot en de ligplaats tot zes maanden na de dagtekening van het arrest. Het hof nam in eerste instantie als uitgangspunt dat de huurovereenkomst in november 2020 rechtsgeldig is geëindigd. De eigenaar van de woonboot heeft onder die omstandigheden daarom het recht weer over zijn eigendom te beschikken. Maar ook in dit geval woog het belang van de voormalige huurders volgens het gerechtshof zwaarder, omdat zij bij ontruiming dakloos zouden te worden. Eén van de bewoners heeft een coronabesmetting gehad en daarnaast ook last van COPD en astma. Deze persoon leeft daardoor al geruime tijd in thuis quarantaine en kon ook niet terecht bij familie of vrienden. Het hof overwoog dat verwacht mag worden dat over zes maanden de situatie in Nederland wat betreft het coronavirus zodanig is verbeterd, dat een ontruiming dan verantwoord kan plaatsvinden. 

De twee recente uitspraken laten zien dat schorsing van de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis in deze Corona tijd zeker mogelijk is, maar dat daarvoor wel verschillende juridische stappen moeten worden doorlopen. 

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

Vragen? Neem contact met ons op

    De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen die het toekomstige kabinet oproept de rechtspositie van burgers te versterken door structureel voldoende middelen vrij te maken voor de sociale advocatuur, ‘in de geest van het advies van de Commissie van der Meer’. De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) is blij dat de motie is aangenomen door de Tweede Kamer.

    Bekijk hier onze rechtsgebieden

    Volgens de NOvA wordt hiermee vooruitzicht geboden op een redelijke beloning voor sociaal advocaten in de komende jaren. Casimir Vink, eigenaar van RechtNet Advocaten, noemt het besluit van de Tweede Kamer een stap in de goede richting. ‘Veel sociaal advocaten werken op dit moment onder kostprijs’, aldus Vink. ‘Daarom is het niet vreemd dat steeds meer kantoren geen toevoegingszaken meer willen doen. Een betere beloning voor deze werkzaamheden is absoluut noodzakelijk.’

    Vergoedingen op basis van puntenstelsel

    De vergoedingen in de sociale advocatuur zijn gebaseerd op een puntenstelsel. Per punt wordt een vergoeding toegekend. De Commissie van der Meer presenteerde in 2017 al een onderzoek waarin werd vastgesteld dat deze vergoedingen voor sociaal advocaten niet meer passend waren voor het werk dat zij hiervoor leverden. De commissie deed destijds een voorstel tot aanpassing van de vergoedingen, die rechtsbijstandverleners ontvangen voor door hen aan on- en minvermogenden geleverde rechtsbijstand.

    Moeilijker om rechtsbijstand te krijgen

    Doordat sociaal advocaten al jaren structureel een te lage vergoeding ontvangen voor in verhouding steeds ingewikkelder wordende zaken, keren steeds meer advocaten het stelsel de rug toe. Daardoor wordt het moeilijker voor rechtzoekenden met een laag inkomen om rechtsbijstand te krijgen. 

    Bekijk hier onze incasso diensten

    Tijdelijke overbruggingsregeling

    In 2019 stelde minister Dekker van justitie een tijdelijke overbruggingsregeling in, nadat de NOvA deelname aan het Topberaad opzegde en sociaal advocaten dreigden met acties. De overbruggingsregeling zou eind dit jaar aflopen, maar wordt nu verlengd. Volgens minister Dekker is een teruggang in inkomen voor sociaal advocaten nu ‘niet uit te leggen’. De tijdelijke maatregel biedt geen oplossing voor het probleem van te lage punten toekenning aan zaken in bijvoorbeeld het strafrecht en familierecht. Daarvoor is implementatie van het rapport van de Commissie van der Meer vereist.

    Investeren in de nulde- en eerstelijns rechtshulp

    In een brief roepen de NOvA en de specialisatieverenigingen de Tweede Kamer op om jaarlijks zo’n 150 miljoen euro te investeren in een adequate vergoeding voor rechtsbijstand zodat rechtsbescherming gewaarborgd blijft. Daarnaast vragen zij om te investeren in de nulde- en eerstelijns rechtshulp. Hier kunnen rechtzoekenden advies krijgen of doorverwezen worden naar andere instanties of een advocaat. 

    Extra geld vrijmaken

    Als derde aandachtspunt pleiten de NOvA en de specialisatieverenigingen om kwalitatief goede rechtsbijstand te behouden door te blijven investeren in jonge aanwas. Advocaat-stagiairs zien op dit moment weinig toekomst in de sociale praktijk, mede door de lage vergoedingen. Bovendien hebben de sociale advocatenkantoren onvoldoende middelen om stagiairs in dienst te nemen. In combinatie met de vergrijzing komt hierdoor de toegang tot de rechter voor on- en mindervermogende rechtzoekenden  extra onder druk te staan. 

    In het kader van de komende formatie gaat minister Dekker scenario’s opstellen om extra geld vrij te maken voor het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand langs de lijnen van de aanbevelingen van de commissie Van der Meer.

     

    Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

    Vragen? Neem contact met ons op

      De Rechtbank Amsterdam gaat op 28 juni als eerste van start met een pilot voor het digitaal indienen van beslagrekesten en het digitaal uitwisselen van stukken op het gebied van civiel recht en bestuursrecht met de rechtbank. Indien deze pilot succes verloopt, dan volgt later dit jaar een landelijke uitrol, waarna advocaten bij alle rechtbanken in Nederland voortaan digitaal beslagrekesten kunnen gaan indienen.

      Bekijk hier onze rechtsgebieden

      De pilot is onderdeel van het project Digitale Toegang (DT). Dit project is gestart met als doel om te zorgen dat binnen het civiel recht en bestuursrecht procespartijen zoveel mogelijk digitaal zaken kunnen indienen bij en digitaal stukken kunnen uitwisselen met de rechtspraak. Op die wijze wil de Rechtspraak zorgen dat toegang tot de rechter op een laagdrempelige wijze wordt verleend en digitaal waar het kan.

      Digitaal zaakdossier

      Tijdens de pilot kunnen advocaten eenvoudig digitaal beslagrekesten indienen en stukken uitwisselen met de Rechtbank Amsterdam. De bedoeling is ook dat zij hierdoor sneller en eenvoudiger toegang tot de rechtspraak krijgen en 24/7 een actueel overzicht hebben van ingediende zaken en het bijbehorende berichtenverkeer in een digitaal zaakdossier.

      Nieuw webportaal

      Voor de pilot is een nieuw webportaal gebouwd, dat is te bereiken via rechtspraak.nl. Advocaten kunnen hierop inloggen met hun advocatenpas. Via het portaal kunnen advocaten eenvoudig stukken in pdf-formaat uploaden. Na elk ingediend stuk, ontvangt de advocaat automatisch een digitale ontvangstbevestiging voor de eigen administratie. De invoering van het systeem wordt door het project DT zorgvuldig voorbereid in samenwerking met de gerechten en externe ketenpartners. Voor medewerkers, rechters, leidinggevenden en vertegenwoordigers van de ketenpartners zijn er presentaties verzorgd, interactieve bijeenkomsten gehouden en zijn alle testen met een positieve evaluatie afgerond.

      Bekijk hier onze incasso diensten

      Online handleiding voor advocatuur

      In de afgelopen periode heeft ook een aantal advocaten het nieuwe webportaal getest. Uit deze tests bleek dat de meeste advocaten al snel aan de slag konden met het digitaal indienen van beslagrekesten en het digitaal uitwisselen van stukken. Om de advocatuur zo goed mogelijk op weg te helpen, is vanaf 28 juni onder meer een online handleiding beschikbaar.

      Digitaal procederen

      Digitaal procederen is vooralsnog vrijwillig, maar wordt op enig moment verplicht voor juridische professionals. Met het project DT wil de Rechtspraak in de komende vier jaar eenvoudige digitale toegang realiseren voor alle rechtzoekenden en hun procesvertegenwoordigers in de rechtsgebieden civiel recht en bestuursrecht. Digitaal procederen is vooralsnog vrijwillig, maar wordt op enig moment verplicht voor juridische professionals. Burgers kunnen wel nog altijd op papier procederen.

      Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

      Vragen? Neem contact met ons op

        De Nederlandse overheid moet uiterlijk op 1 augustus 2022 de Europese richtlijn ‘transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden’ hebben geïmplementeerd. Deze richtlijn is opgesteld om de arbeidsvoorwaarden voor werknemers in de EU te verbeteren en iedereen minimumrechten te geven in het kader van scholing. De richtlijn zou tegelijkertijd wel eens voor een ingrijpende verandering in de Nederlandse wetgeving kunnen zorgen waar het gaat om het zogenaamde studiekostenbeding.

        Bekijk hier onze rechtsgebieden

        In ons land komt het regelmatig voor dat werkgevers een studiekostenbeding opnemen in de arbeidsovereenkomst met een werknemer. Dit is een schriftelijke afspraak waarin partijen met elkaar afspreken dat de werknemer na het afronden van een (noodzakelijke) opleiding en/of cursus nog voor minimaal een bepaalde tijd in dienst blijft bij de werkgever. Indien de werknemer toch eerder uit dienst treedt, dan dient hij de studiekosten aan de werkgever terug te betalen. Naarmate de werknemer langer in dienst blijft, wordt deze terugbetaling geleidelijk afgebouwd.

        Verplichte opleidingen kosteloos aanbieden

        In artikel 13 van de Europese richtlijn ‘transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden’ staat geschreven:

        ‘De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer de werkgever op grond van het Unierecht of het nationale recht of collectieve overeenkomsten verplicht is zijn werknemers een opleiding te verstrekken om het werk waarvoor zij zijn aangeworven uit te voeren, deze opleiding kosteloos wordt aangeboden aan de werknemers, als arbeidstijd wordt beschouwd en, indien mogelijk, plaatsvindt tijdens de werkuren.’

        Dit artikel duidt erop dat werkgevers verplichte opleidingen voor hun werknemers kosteloos moeten gaan aanbieden. Indien de medewerker na het afronden van de verplichte scholing dan toch bij een ander bedrijf gaat werken, dan mag de werkgever de gemaakte opleidingskosten niet op de medewerker verhalen. Dit houdt hoogstwaarschijnlijk in dat er in de toekomst geen studiekostenbeding voor een noodzakelijke opleiding meer wordt opgenomen in de arbeidsovereenkomst. Als dit wel gebeurt, dan is het namelijk geen kosteloze opleiding voor de werknemer. Tegelijkertijd komt in het artikel duidelijk naar voren dat enkel verplichte opleidingen kosteloos moeten worden aangeboden aan medewerkers. Er wordt niets gemeld over opleidingen die een medewerker vrijwillig volgt op kosten van de baas. Mogelijk dat hiervoor nog wel afspraken kunnen worden gemaakt tussen werkgever en werknemer.

        Bekijk hier onze incasso diensten

        Arbeidsovereenkomst

        De Europese richtlijn heeft niet direct een bindende werking. De Nederlandse overheid heeft dus nog enige ruimte om te bepalen hoe zij deze richtlijn gaat implementeren. Op dit moment is dus ook nog niet duidelijk hoe de nieuwe wet er in de toekomst uit zal gaan zien. De kans lijkt groot dat er een overgangsperiode wordt afgesproken. Werkgevers kunnen dan bekijken hoe zij moeten omgaan met medewerkers die nu een studiekostenbeding in hun arbeidsovereenkomst hebben staan. Daarnaast biedt zo’n overgangsperiode hen de kans om arbeidsovereenkomsten met toekomstige medewerkers alvast aan te passen.

        Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

        Vragen? Neem contact met ons op

          Een werknemer die zonder instemming van zijn werkgever afreisde naar een code oranje-gebied ten aanzien van het besmettingsrisico om het coronavirus op te lopen, is hiervoor volgens de kantonrechter in Limburg terecht op staande voet ontslagen.

          Bekijk hier onze rechtsgebieden

          De werknemer was ondanks een verbod van zijn werkgever toch afgereisd naar Polen voor een vakantie. De werkgever had hem van tevoren laten weten geen toestemming te geven voor deze vakantie, vanwege de bij terugkomst verplichte quarantaine periode na bezoek aan een code oranje-gebied.

          Ontslag op staande voet

          Ook moest de werknemer in die periode door de bedrijfsarts worden beoordeeld, omdat hij zich enkele dagen van tevoren nog ziek had gemeld en niet kon komen werken. De medewerker wordt vervolgens uitgenodigd voor het spreekuur van de bedrijfsarts, maar komt niet opdagen. Hij laat weten dat in Polen is en wordt een dag later door zijn werkgever op staande voet ontslagen.

          Kort geding tegen werkgever

          Bij terugkeer spant de werknemer een kort geding aan tegen zijn werkgever. Hij verzoekt de kantonrechter in eerste instantie om het ontslag op staande voet te vernietigen. Uiteindelijk verandert dat verzoek echter in een verzoek tot toekenning van een schadevergoeding wegens het beëindigen van de arbeidsovereenkomst zonder het in acht nemen van de opzegtermijn, een transitievergoeding en een billijke vergoeding wegens het onregelmatig eindigen van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter wijst de verzoeken van de werknemer af.

          Bekijk hier onze incasso diensten

          Schriftelijke waarschuwingen

          In zijn beoordeling houdt de rechter er rekening dat de werknemer al diverse keren een officiële waarschuwing van de werkgever heeft ontvangen voor diverse misdragingen op de werkvloer. De werknemer wist dus dat hij zich geen misstap meer kon veroorloven. Ter verdediging stelde de medewerker dat hij niet op de hoogte was van de eerdere schriftelijke waarschuwingen, omdat hij de Nederlandse taal niet goed kende.

          Zwaarwegend bedrijfsbelang

          De kantonrechter gaat daar niet in mee. De waarschuwingen zijn mondeling toegelicht door een Pools sprekende collega. Bovendien was de werknemer wel in staat op via WhatsApp berichten in het Nederlands te versturen. Daarnaast is de verplichting om in quarantaine te gaan na terugkomst uit Polen volgens de de rechter een zwaarwegend bedrijfsbelang voor de werkgever om de werknemer geen toestemming te geven om af te reizen naar Polen. Het ontslag op staande voet is daarom volgens de kantonrechter terecht gegeven. Hierdoor heeft de werkgever ook geen recht op schadevergoeding of een billijke vergoeding en omdat sprake is van ernstig verwijtbaar gedrag van de werknemer heeft hij ook geen recht op een transitievergoeding.

          Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

          Vragen? Neem contact met ons op

            Iedereen die een rechtsbijstandverzekering heeft, mag een eigen advocaat kiezen op het moment dat een gerechtelijke of administratieve procedure wordt gestart. Uit een recente uitspraak van het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (KiFiD) blijkt dat verzekerden ook in een buitengerechtelijke procedure het recht hebben om een eigen advocaat te kiezen.

            Bekijk hier onze rechtsgebieden

            In de zaak waarin KiFiD uitspraak deed, ging het om een sportster die bij haar rechtsbijstandverzekering kosten claimde omdat ze een advocaat had ingeschakeld die is gespecialiseerd in sportrecht. Deze advocaat hielp haar om een foutief artikel over haar in een tijdschrift te laten rectificeren en een schadevergoeding te vorderen. Het artikel zorgde bij de sportster voor reputatieschade en minder inkomsten. De rechtsbijstandverzekeraar weigerde de claim voor advocaatkosten van de sportster, omdat het uiteindelijk niet tot een rechtszaak kwam. Volgens de verzekeraar was in dit geval sprake van een buitengerechtelijke procedure, waarbij het recht op vrije advocaatkeuze niet zou gelden.

            Gewenste advocaat inschakelen

            De rechtsbijstandverzekeraar neemt de zaak weliswaar in behandeling, maar geeft daarbij aan dat de kosten die de sportster heeft gemaakt of moet maken voorafgaand aan de gerechtelijke procedure niet voor vergoeding in aanmerking komen. Indien het tot een procedure was gekomen, dan zouden die kosten wel worden vergoed volgens de verzekeraar. Uiteindelijk komt het niet tot een rechtszaak en weigert de verzekeraar de gemaakte advocaatkosten te betalen. De sportster dient nogmaals een verzoek in bij de rechtsbijstandverzekeraar om de kosten te vergoeden, maar die geeft opnieuw aan dat de kosten voor een advocaat in het minnelijke traject niet voor vergoeding in aanmerking komen. De sportster is van mening dat zij wel de door haar gewenste advocaat mocht inschakelen op kosten van de rechtsbijstandverzekeraar en besluit haar zaak aan KiFiD voor te leggen.

            Buitengerechtelijke procedure

            Het KiFiD is het niet mee eens met het standpunt van de rechtsbijstandverzekeraar en verwijst naar een uitspraak die het Europese Hof van Justitie op 14 mei 2020 deed. Daarin staan volgens het KiFiD voldoende aanknopingspunten dat onder een gerechtelijke procedure ook een buitengerechtelijke procedure kan worden verstaan.

            ‘Het begrip gerechtelijke procedure kan niet worden beperkt door een onderscheid te maken tussen een voorbereidende fase en de besluitfase. Elke fase die kan leiden tot een procedure bij de rechter, dus ook een buitengerechtelijke zoals bemiddeling of mediation, valt onder het begrip gerechtelijke procedure’, zo staat in de uitspraak van KiFiD te lezen.

            Bekijk hier onze incasso diensten

            Vrije advocaatkeuze

            Dat betekent dat de sportster in haar geschil het recht heeft op gefinancierde rechtsbijstand en op vrije advocaatkeuze. De rechtsbijstandverzekeraar moet daarom de kosten voor de sportrecht advocaat vergoeden tot het kostenmaximum van 5.000 euro. De rechtsbijstandverzekeraar heeft aangekondigd beroep in te stellen tegen de uitspraak van KiFiD.

            Gevolgen voor uitvoering rechtsbijstandverzekeringen

            Het KiFID geeft aan zich te realiseren dat deze uitspraak gevolgen kan hebben voor de uitvoering van rechtsbijstandverzekeringen en dat verzekerden het risico lopen dat budgetten al grotendeels zijn verbruikt voor het begin van een daadwerkelijke gerechtelijke procedure. Volgens het KiFiD is het daarom de taak van rechtsbijstandverzekeraars en advocaten om verzekerden goed te informeren over zowel de mogelijkheden als de risico’s, zodat verzekerden een weloverwogen beslissing kunnen nemen.

            Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

            Vragen? Neem contact met ons op

              Het kabinet heeft op 16 april een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd waarin de quarantaine plicht voor reizigers uit zeer hoog risicogebieden om Corona op te lopen. De quarantaine plicht is één van de maatregelen die het kabinet neemt om het risico op verspreiding van het Corona virus door de komst van nieuwe virusmutaties tegen te gaan.

              Bekijk hier onze rechtsgebieden

               

              Reizigers uit zeer hoog risicogebieden moeten volgens de quarantaine plicht bij terugkeer naar Nederland in ieder geval vijf dagen in quarantaine tot zij een negatieve Corona Test hebben afgelegd. Daarbij maakt het geen verschil met welk vervoermiddel zij hun reis hebben afgelegd. Zonder negatieve testuitslag duurt de quarantaine tien dagen. 

              Verklaring met reis- en contactgegevens

              Reizigers moeten bij aankomst in Nederland een verklaring bij zich hebben waarin reis- en contactgegevens staan. Bovendien zijn zij zelf verantwoordelijk voor een geschikte quarantaine-accommodatie. Overtreding van de quarantaine plicht kan leiden tot een boete van 435 euro of een last onder dwangsom.

              Quarantaine verklaring

              Het wetsvoorstel houdt in dat reizigers per auto bij aankomst in Nederland aan de grens gecontroleerd kunnen worden op het bezit van een negatieve testuitslag en een quarantaine verklaring. Mensen die per boot, trein of bus het land binnenkomen, dienen door de vervoerder te worden gecontroleerd. 

              Negatieve test verplichting

              Voor alle hoog risicogebieden geldt vanaf het moment dat de wet wordt ingevoerd, de negatieve test verplichting. Alleen voor de zeer hoog risicogebieden gaat straks de quarantaine plicht gelden. Er is sprake van een zeer hoog risicogebied als er een hoge mate van verspreiding van het virus is, er gevaarlijke virus varianten voorkomen of als er onvoldoende getest of onderzoek gedaan wordt naar het virus. Dit wordt beoordeeld door het RIVM.

              Bekijk hier onze incasso diensten

              Autoriteit Persoonsgegevens

              Het wetsvoorstel voor de quarantaine plicht is een initiatief van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Justitie en Veiligheid, Infrastructuur en Waterstaat en Buitenlandse Zaken. In het voorstel zijn de adviezen van diverse maatschappelijke organisaties, waaronder de Autoriteit Persoonsgegevens en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zo goed mogelijk verwerkt volgens het kabinet. Ook de Raad van State heeft advies uitgebracht. 

              Beperkingen grond- en mensenrechten

              Het wetsvoorstel leidt tot verregaande beperkingen op diverse grond- en mensenrechten. De thuis quarantaine plicht is immers een vrijheid ontnemende maatregel en beperkt het recht op bewegingsvrijheid en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Verder kan de thuis quarantaine plicht ook indirect beperkingen met zich meebrengen voor de mogelijkheid om andere grondrechten uit te oefenen, voor zover deze zich niet met de quarantainemaatregel verdragen. Om deze vergaande beperkingen te rechtvaardigen geldt een zware bewijslast. Hierbij moeten de noodzaak en proportionaliteit van de maatregel goed worden gemotiveerd.

              Goedkeuring Eerste Kamer

              De Tweede Kamer is nu aan zet en moet bepalen wanneer zij het voorstel gaat behandelen. Vervolgens moet het voorstel nog worden goedgekeurd door de Eerste Kamer, waarna de wet in werking kan treden.

              Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via info@rechtnet.nl of bel naar 073 – 615 43 11.

              Vragen? Neem contact met ons op

                Verdachten die zich op vrije voeten bevinden kunnen een gratis gesprek met een advocaat krijgen. Dit noemen we een standaard consult. De verdachten kunnen dit consult voorafgaand aan het verhoor bij de officier van justitie krijgen wegens de oplegging van een strafbeschikking (eerste en tweede lid van artikel 257c van het Wetboek van Strafvordering). Er vindt geen draagkrachttoets plaats en er wordt geen eigen bijdrage opgelegd. Vanaf 1 april 2021 wijst het Openbaar Ministerie (OM) in alle uitnodigingen voor een verhoor als hiervoor bedoeld, de verdachte op die mogelijkheid. Als een verdachte in aanmerking komt voor het standaard consult staat dit dus altijd in de brief vermeld die hij of zij ontvangt van het OM.

                Bekijk hier onze rechtsgebieden

                Speciaal telefoonnummer bij Centrale Piketafdeling

                Om ervoor te zorgen dat een verdachte toegang kan krijgen tot een bij de Raad voor Rechtsbijstand (Raad) ingeschreven strafrechtadvocaat, heeft de Centrale Piketafdeling van de Raad met ingang van 1 april 2021 hiervoor een speciaal telefoonnummer opengesteld. Het OM vermeldt dit nummer in de uitnodiging voor de hoorzitting.

                Bellers naar dit nummer krijgen na doorgifte van het parketnummer op basis van de postcode waarbinnen deze zaak zich afspeelt een naam door van de op die dag in die regio dienst hebbende piketadvocaat. Vanwege privacywetgeving geven wij alleen de naam van de advocaat en het telefoonnummer van zijn kantoor (zoals die ook op internet bekend is) door. Het is de verantwoordelijkheid van de verdachte zelf om contact op te nemen met de doorgegeven advocaat. Om deze reden informeren wij de betreffende advocaat niet.

                Verdachten die al een advocaat hebben

                De verdachte kan ook zelf, zonder tussenkomst van de Raad, een advocaat raadplegen.  De (jeugd)strafrechtadvocaat moet dan wel bij de Raad ingeschreven zijn.

                Het consultatiegesprek

                Het standaard consult moet ergens tussen het bekend zijn van de advocaat en de dag van de hoorzitting plaatsvinden. Voor het voeren van het gesprek is geen specifieke vorm vereist. Afhankelijk van de situatie kan dat gesprek telefonisch, via een beeldverbinding of face-to-face plaatsvinden.

                Verlenen van rechtsbijstand bij verhoor

                Voor het verlenen van rechtsbijstand bij het verhoor waar het OM voornemens is een strafbeschikking op te leggen (artikel 257c Sv) is niets gewijzigd. Hiervoor blijft het aanvragen van een toevoeging van toepassing en geldt de inkomenstoets met vaststelling eigen bijdrage.

                Bekijk hier onze incasso diensten

                Het declaratieproces

                Voor het standaard consult verstrekt de Raad een forfaitaire vergoeding van 1 punt. Deze vergoeding declareert u via een apart formulier, tot het moment dat dit proces is geautomatiseerd.

                U hoeft geen bewijsstukken met het declaratieformulier mee te sturen. Wel is het van belang dat u voorafgaand aan het consultatiegesprek er zelf voor zorgt dat u de voor de declaratie benodigde informatie vooraf van de verdachte heeft gekregen.

                Al ontvangen strafbeschikking van CJT IB

                Wellicht heeft u al vernomen dat de (demissionair) minister voor Rechtsbescherming dit standaard consult ook wil laten ingaan voor verdachten op vrije voeten die direct de strafbeschikking via het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) hebben ontvangen, zonder vooraf door het OM te zijn gehoord. Het standaard consult geldt in dit geval alleen voor verdachten die van een misdrijf worden verdacht en niet van een overtreding. Dit heeft te maken met de relatief eenvoudige aard van de strafbare feiten en de lichte straffen die daarbij worden opgelegd. Van dit voornemen is nog geen concrete invoeringsdatum bekend. Zodra hierover meer bekend is, informeren wij u via onze website en nieuwsbrief over de ontwikkelingen en de dan te volgen processen.

                Meer weten over dit onderwerp of wilt u in contact komen met een advocaat in Den Bosch? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten op nummer 073 – 615 43 11  dan wel per mail naar info@rechtnet.nl.

                Vragen? Neem contact met ons op

                  Bij koopovereenkomsten voor woningen wordt door makelaars vaak gewerkt met een boeteclausule. Hierin is opgenomen dat aan de betrokken partijen een boete van maximaal 10 procent van de koopsom kan worden opgelegd als één van hen zijn verplichtingen niet nakomt. Bij een woning met een verkoopprijs van 300.000 euro gaat het dan om een boete van 30.000 euro. Een rechter is echter bevoegd om in sommige gevallen de hoogte van zo’n boete aan te passen.

                  In de wet is opgenomen dat een rechter de boete pas mag aanpassen als oplegging van de volledige boete buitensporig en onaanvaardbaar is. De rechter wordt geacht om in deze procedures terughoudend te werk gaan en mag een boete niet te snel matigen.

                  Bekijk hier onze rechtsgebieden

                  Werkelijke schade

                  Wanneer is matiging dan wel toegestaan? Dit hangt onder meer af van de werkelijke schade die partijen hebben geleden door het niet doorgaan van de verkoop en de hoogte van de boete. Maar ook van de aard van de gesloten overeenkomst en de omstandigheden waaronder het boetebeding in werking is getreden.

                  Goed onderbouwd

                  Belangrijk is in ieder geval dat een beroep op matiging goed onderbouwd wordt. Alleen een betoog dat de boete niet in verhouding staat met de aard van de tekortkoming of de hoogte van de door de eiser geleden schade is meestal niet voldoende om een rechter te overtuigen om de boete te matigen.

                  Bekijk hier onze incasso diensten

                  Relevante omstandigheid

                  Wat zijn dan wel relevante omstandigheden voor de rechtbank? Een relevante omstandigheid kan zijn dat de partij die de boete eist, de woning ondertussen al voor een hoger bedrag heeft kunnen verkopen. In enkele recente rechtszaken zorgde dit ervoor dat de rechter tot de conclusie kwam dat de schade van de eisers niet in verhouding stond tot de gevorderde boete. Voor gedaagde partijen kan het dus zinvol zijn om uit te zoeken of de woning inmiddels al is verkocht en (indien dat het geval is) voor welke prijs.

                  Financiële situatie gedaagde

                  Een andere relevante omstandigheid kan de financiële situatie van de gedaagde zijn. Van een kale kip valt immers weinig te plukken. In een zaak die diende voor het gerechtshof had de gedaagde een bijstandsuitkering. Daarbij ging het in deze zaak om de verkoop van een woning tussen consumenten, waarvoor in de meeste gevallen een hypotheek wordt afgesloten. Het is niet erg waarschijnlijk dat een bank een lening verstrekt aan iemand, die daar daarmee vervolgens een boete gaat aflossen.

                  Juridische procedure

                  Indien een rechtbank of gerechtshof besluit tot matiging van een boete, dan kan dit leiden tot een flinke vermindering van het boetebedrag. In een recente zaak bedroeg de matiging zelfs 90 procent van het oorspronkelijke bedrag, zonder dat hier een duidelijke motivering voor werd gegeven. Een juridische procedure om een beroep te doen op matiging van de boete bij een koopovereenkomst met boeteclausule kan dus zeker lonend zijn.

                  Meer weten over dit onderwerp of wilt u in contact komen met een advocaat in Den Bosch? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten op nummer 073 – 615 43 11  dan wel per mail naar info@rechtnet.nl.

                  Vragen? Neem contact met ons op

                    Indien een hypotheekverstrekker een pand bij executie verkoopt en er hierna toch nog een restschuld overblijft, dan heeft de hypotheekverstrekker vijf jaar de tijd om deze restvordering geïnd te krijgen van de schuldenaar. Na die periode is de restvordering verjaard. Tijdige stuiting van de verjaringstermijn is daarom noodzakelijk om te voorkomen dat de vordering niet meer kan worden geïncasseerd.

                    Welke verjaringstermijn geldt voor een restvordering van een vastgoedfinanciering, nadat het hypotheekrecht op het vastgoed door middel van een rechtsvordering is overgenomen? Is dat de termijn van de hypotheek, of is dat de termijn van vijf jaar zoals die geldt voor een gewone vordering? De rechter deed hierover onlangs uitspraak in een zaak.

                    Bekijk hier onze rechtsgebieden

                    Hypotheekrecht als onderpand

                    In deze zaak heeft een bank een hypothecaire lening verstrekt voor de aankoop van een pand, waarbij zij als onderpand een hypotheekrecht op het pand krijgt. Na enkele jaren raakt de leningnemer in financiële problemen en kan hij zijn financiële verplichtingen aan de bank niet langer nakomen.

                    Executoriale verkoop

                    De bank houdt een veiling waarbij het pand executoriaal wordt verkocht voor 160.000 euro. Dan nog blijft er een restschuld van ruim 300.000 euro open staan. De bank vraagt de leningnemer om deze restvordering te betalen, maar dat gebeurt niet. Wel wordt vijf jaar lang periodiek geld geïnd bij de leningnemer door loonbeslag te leggen en via beslag bij de Belastingdienst. Tot op een bepaald moment de leningnemer een bericht stuurt naar de bank dat de restvordering is verjaard en dat het derdenbeslag moet worden gestopt. Er staat dan nog een bedrag van ruim 279.000 euro open.

                    Bekijk hier onze incasso diensten

                    Restvordering is verjaard

                    De bank is het hier niet mee eens en vindt dat er geen sprake is van verjaring van de restvordering. Daarom wordt de kwestie voorgelegd aan de rechtbank. Bij de rechter krijgt de bank echter geen gelijk. Een door hypotheek gedekte vordering verjaart de eerste twintig jaar niet. Maar dit geldt niet voor een geldlening zonder hypothecaire dekking. Die heeft in beginsel een verjaringstermijn van vijf jaar, gerekend vanaf de dag dat de vordering opeisbaar is. De rechtbank beslist daarom dat de restvordering is verjaard. De bank moet de executoriale derdenbeslagen opheffen.  

                    Tijdig stuiten

                    De uitspraak in deze zaak is belangrijk voor vastgoedbedrijven die te maken krijgen met situaties waarbij panden ‘onder water’ staan en de eigenaren hun financiële verplichtingen niet meer kunnen nakomen. De verjaringstermijn voor deze restvordering bedraagt slechts vijf jaar. Deze termijn moet tijdig worden gestuit om te voorkomen dat de vordering niet meer kan worden geïncasseerd. 

                    Ondubbelzinnige sommatie 

                    Er zijn meerdere manieren om een verjaringstermijn voor een restvordering te stuiten. Dit kan onder andere door het versturen van een ondubbelzinnige sommatie bij aangetekende brief of bij deurwaardersexploot. Verder is stuiting mogelijk door het instellen van een rechtsvordering of het vragen van bindend advies. Na stuiting begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen.

                    Meer weten over dit onderwerp of wilt u in contact komen met een advocaat in Den Bosch? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten op nummer 073 – 615 43 11  dan wel per mail naar info@rechtnet.nl.

                    Vragen? Neem contact met ons op